Archief | mei, 2019

Déjà vu van de dag

31 mei

Het was de vaste matroos van ‘Oceaniumboot’ de Haaibaai van wie ik – onderweg naar de Maasvlakte – uiteindelijk het hele verhaal te horen kreeg: eind vorige eeuw had een dierenverzorger zijn toen nog revolutionaire idee bij de baas van Blijdorp neergelegd. En wat begon voor alleen kankerpatiëntjes uit het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam, groeide gaandeweg uit tot een mondiaal evenement voor ernstig zieke en gehandicapte kinderen. Op dit halfrond op de eerste vrijdag in juni – of daar vlakbij. Down under op de eerste vrijdag in december. Tot hij zelf kanker kreeg was hij de onvermoeibare motor achter dit jaarlijks terugkerende feestje. Nu doet hij het rustiger aan, maar blijft als vrijwilliger nauw betrokken bij ‘Dreamnight at the Zoo’. Zelf kende ik hem alleen van zien en van groeten, en natuurlijk van die uitnodigingen die hij desnoods in onze brievenbus achterliet.

Iemand bellen die dan opneemt met ‘ik moest net aan je denken’ is niet echt ongebruikelijk voor de gemiddelde sterveling. En een liedje in je hoofd neuriën, dat een ander vervolgens spontaan – en luid – begint te zingen, heeft het gros van u vast ook wel eens meegemaakt – en dat je je dan toch een beetje betrapt voelt, omdat je er zeker van was dat niemand je kon horen, wat ook zo was, alleen eventjes niet zo leek.

Anders ligt het wanneer je een enveloppe bij je steekt met de intentie die voor een bepaalde datum aan een bepaald iemand te overhandigen, terwijl je uit ervaring weet dat je die persoon sporadisch en sowieso alleen spontaan zomaar ergens tegenkomt. En toch komt het dan steeds goed. Jaar in jaar uit. – Of in ieder geval minstens twee keer: zo bijzonder vond ik het kennelijk ook weer niet, dat ik het me nu niet eens meer precies herinner, wat bijna blasé klinkt, of dat gewoon is. Erger nog: ik was er – geloof ik – inmiddels op gaan rekenen dat het vanzelf wel in orde zou komen.

Evengoed ontzettend bedankt Peter! Bedankt dat je zelfs als we met de noorderzon zijn vertrokken nog aan ons blijft denken wanneer je je met hart en ziel inzet om alwéér een nieuwe editie van Dreamnight at the Zoo vorm te geven! (Ik meen me tenminste te herinneren dat die Crooswijkse buurman Peter zou heten. Met die achternaam van een buurmeisje uit mijn kindertijd.)

detail infobord Oceanium  Diergaarde Blijdorp, Rotterdam

Zen momentje

26 mei

In 2017 ontstond het idee om onder bruggen over de Delfhavense Schie en Coolhaven gedichten van Rotterdamse dichters te publiceren. In totaal zo’n tien stuks (potentiële eindexamenstrikvraag tekstverklaren: gedichten, bruggen, of dichters?). Wachtenden kunnen dan in een moeite door iets van enige diepgang lezen en dat op zich laten inwerken. Net zo lang overpeinzen en in gedachten verzonken wegdromen tot de slagbomen rinkelend en wel weer worden geheven. Helaas resulteerde dit laatste (juiste antwoord: dichte slagbomen) bij de eerste realisering van het open/dicht-project wekenlang voor bizar lange files op de wal, en zelfs op het water. Zo ben ik mijn zoon op een avond maar uit zijn groepsvervoermiddel gaan verlossen na door de chauffeur (voor de zoveelste keer die middag) te zijn ingeseind dat hij voor die laatste honderd meter nog wel eens een half uurtje extra nodig zou kunnen hebben – en binnen ons prakje inmiddels vies stond te verpieteren.

Bij werkzaamheden aan de Mathenesserbrug denkt de doorsnee Delfshavenaar en een doorgewinterde binnenvaartschipper meteen aan klemmend staal, meestal door hoge buitentemperaturen. Wat dan eenvoudig wordt opgelost door wat mannetjes goed te laten koelen met zuiver Rotterdams Schiewater. Soms is het nodig om een essentieel onderdeel te vervangen. Dan moeten er experts worden ingevlogen. En dat kan wel even duren. Een weggebruiker rijdt of loopt dan vloekend en tierend naar de eerstvolgende andere brug. Een schipper moppert wat en zet voor zichzelf een verse bak koffie voor bij de Schuttevaer, of een andere inmiddels mies vergeelde binnenvaartcourant.

foto: Lodder scheepsreparatie – Haaibaai & Haaibaai 2017

Dichterlijke vrijheid van de dag

22 mei

Schippers vragen aan brugwachters om een ‘opening’ als ze niet onderdoor een brug passen. En als de brug dan open gaat, zijn de slagbomen voor het wegverkeer al lang en breed dicht. Een ‘dichte brug’ is gangbaar taalgebruik, maar ook min of meer dichterlijke vrijheid en soms een smoesje – en heeft weinig tot niets van doen met diepgang.

De Mathenesserbrug kreeg als eerste een bruggedicht – foto: (niet als ansichtkaart verkrijgbaar bij Lil’Delfshaven, noch bij An-Dijvie of) Aan de kade

Douze points / 10 punten

19 mei

Het thema van het songfestival was dit jaar Dare to Dream, de Europese versie van mainstream maakbaarheidscredo ‘Durf te dromen’. Niet bang zijn je kop te stoten aan dat denkbeeldige glazen plafond dus, maar meteen goed doorpakken en voor de hoofdprijs gaan. Niet talmen, niet uitstellen, niet zeuren dat je – ja maar – ongesteld moet worden en dan per definitie niet te genieten bent. Gewoon op zijn Rotterdams de mouwen opstropen en met je handen in de klei. Zoiets moet die buurvrouw vanmorgen tenminste ook gedacht hebben toen ik haar bij wijze van ludieke actie een bos doorgewoekerde bamboe aanbood – waarvan ze net zo min gediend bleek als ik (Madonna!, wat werd die vals).

Toen mijn zoon een paar jaar terug 29 werd organiseerde ik een fout campingfeestje. Slechtste singer-songwriter van Nederland Gerson Main’s gekke liedje ‘Koning van de camping’ had me daartoe geïnspireerd. Songfestivalwinnaar Duncan lijkt ook al – zo vreemd – te zijn beïnvloed door een silly song van hem. Diens ‘ooh-ooh-ooh’ kwam mij tenminste juist genant bekend voor van een cd uit zoonliefs muziekverzameling. Ik geef mijn douze points dan ook aan desbetreffende baldadige balade – en aan die buurvrouw 10 punten voor de moeite.

Caballero’s

14 mei

Dat je in ’44 nog drie pakjes filterloze sigaretten kon ruilen voor een warme winterjas heeft mijn biologische vader (1919) als jonge vent zijn leven gered. Hij zat dat jaar in Leipzig, waar hij in een van de Arbeidslager was ondergebracht om voor nazi-Duitsland dwangarbeid te verrichtten. Aanvankelijk was hij na de oproep nog ondergedoken. Maar er was iets voorgevallen waardoor hij zich als bankemployee toch maar ging melden voor de handenarbeid die alle mannen tussen de 17 en 35 jaar van zijn geboortedorp, en de dorpen in de wijde omgeving, te wachten stond – hij wilde denk ik de eer aan zichzelf houden, niemand tot last zijn en zijn lot waardig dragen: dat herken ik tenminste van hem in mezelf, maar wellicht is dat gewoon projectie. Er waren ook Russinnen en Poolse jongedames tewerkgesteld, en er werd ondanks alle ontberingen gekaart en gedanst. Maar de meeste tijd moest hij in een fabriek voor landbouwmachines kogels maken. Zijn verzet bestond uit moedwillig vergeten om kruit toe te voegen. Dat de Duitsers hierdoor met losse flodders de oorlog moesten zien te winnen gaf hem en zijn door het lot gekozen makkers tenminste nog enigszins voldoening. Na de bevrijding in ’45 vertrok hij te voet richting Zeeuws Vlaanderen. De Russische die graag met hem ‘verder had willen gaan’ was ‘een heel mooie vrouw’ geweest, vertelde hij me een keer tijdens een van onze schaarse gesprekken onder vier ogen. Met een bepaalde klank in zijn stem en een blik vol onuitgesproken herinneringen. Maar het waren nou eenmaal de pakjes Caballero’s van zijn Nederlandse verloofde waardoor hij die laatste barre winter had kunnen overleven, begreep ik. Toch een gek idee dat er ergens op de wereld best (nog) een halfbroer of -zus van me kan rondlopen.

foto: Aan de kade

beeld: Aan de kade – Water en vuur (2001) / acryl op doek / 60 x 80 cm

Op 14 mei 1940 werd de binnenstad van Rotterdam door nazi-Duitsland platgebombardeerd. Dit wordt jaarlijks op meerdere locaties in de stad herdacht.

Mega Moeder van de dag

12 mei

De eerste keer dat we tegelijkertijd ziek waren was een jaar of vijf terug. Daarvoor werd ik altijd pas ziek als mijn (Z)EVMB – voorheen: (E)MCG – zoon al lang en breed was opgeknapt. Dan pas ‘mocht’ het, om zo te zeggen. De aftrap kreeg meteen een feestelijk tintje: het was kerstavond toen hij begon met spugen en eerste kerstdag (ik stond juist zijn ondergekakte bed te verschonen) toen de koorts ook bij mij toesloeg. Aan de traditionele boerenkool zijn we dat jaar niet meer toegekomen. Een paar dagen later werd ik wakker op een overigens aangenaam koude keukenvloer, met een wang tegen heerlijk koele tegeltjes. Dat het donker was en relatief stil vertelde me dat het nacht moest zijn. Het laatste dat ik me kon herinneren was dat ik me raar had gevoeld en een slok water ging drinken. Nooit eerder was ik out gegaan en ik vond het maar eng om zomaar een hap tijd kwijt te zijn. Dat moest ik in het vervolg toch zien te voorkomen.

Sindsdien zijn we eigenlijk steevast samen ziek – wat ik natuurlijk niet meteen doorhad. Mijn zoon begint en ik volg vrij snel. Daar kun je op wachten. Nu ik zelf bijna geen stem meer heb snap ik pas dat dit alleen een grappig bijeffect is van best vervelende keelpijn. Hijzelf kon het me niet vertellen en ik ben helaas niet helderziend, althans niet wat dat betreft. Als ik straks ook lig te bulken in bed weet ik pas hoe dat aan zijn longen moet hebben gevoeld. Liever had ik het natuurlijk anders – en wel andersom. Maar je hebt het in het leven nu eenmaal niet altijd zelf voor het zeggen.

De stinkwassen zijn nu wel zo goed als weggedraaid, de voorraden weer redelijk aangevuld, het huis grondig gelucht en wijzelf liggen er netjes gekamd en geschoren voor Pampus bij. De laatste levering ansichtkaarten is nog steeds maar half uitgepakt – en bij lange na nog niet gedistribueerd – maar door een typisch gevalletje bovennatuurlijke krachten zit er wel weer iemand mega-mooi in zijn – bijna historische – rolstoel.

foto: Aan de kade

Mega-mooie snapshot van opening Lage Erfbrug met hergebruikt historisch brugwachtershuisje Lil’Delfshaven – foto: Aan de kade (te koop als ansichtkaart)

%d bloggers liken dit: