Archief | projecten RSS feed for this section

Cørøna

12 jul

De laatste maanden voor corona kreeg ik steeds sterker het ongemakkelijke gevoel in een nieuwe serie van Het geheime dagboek van Hendrik Groen te zijn beland. De dagbesteding van mijn zoon was, van het warm glanzende pareltje dat het tot pakweg 2008 nog was, langzaamaan verworden tot, tja, eigenlijk niet veel meer dan een veredelde parking voor rolstoelgebruikers, als je het goed beschouwde – maar wie, in welke afhankelijke positie dan ook, durft dat nou?

De ooit zo deugdelijk opgeleide groepsleiding, met een hoog invoelingsvermogen én het hart op de juiste zorghoogte, was om onoverkomelijke economische redenen allang en breed vervangen door steeds – en vlot – wisselende zorgleerlingen en stagiaires. Met alle vervelende, logische gevolgen voor hun kwetsbare, juist in de relatieve veiligheid van vertrouwde gezichten goed gedijende doelgroep. Terwijl tegelijkertijd eventueel idealisme – de zorgafhankelijke medemens dienstbaar zijn – bij veelbelovende leerlingen welhaast sadistisch de kop leek te worden ingedrukt.

Sowieso was samenwerking met het ervaringsdeskundige thuisfront sinds de laatste old school vakkracht haar heil dan maar elders zocht inmiddels not done. En bleek communicatie een kwestie van eenrichtingsverkeer geworden, evenals verantwoordelijkheid handig afschuiven een door het management kennelijk gewaardeerde kernvaardigheid. Om moedeloos van te worden.

Vaak genoeg heb ik op het punt gestaan de stekker er radicaal doch resoluut uit te trekken. Maar mijn volwassen zoon voor onbepaalde tijd thuis bezig zien te houden leek me nog onmogelijker dan hem daar en onder die – onverschillige? respectloze? gedehumaniseerde? – uitzichtloze omstandigheden zijn tijd verder te laten verdoen.

En toen kwam corona.

In Zweden werd coronabeheersing aanvankelijk vooral gezien als een kwestie van ieders eigen verantwoordelijkheid. Waardoor valide levens er zo normaal mogelijk doorgingen, terwijl met name zorgafhankelijke ouderen, in schrikbarend hoog tempo het loodje lieten. Wat bleek: in de Zweedse verzorgingshuizen wordt net als hier veel gebruik gemaakt van stagiaires en anderszins beperkt opgeleid personeel. Bingo.

In Nederland hadden die in februari, toen corona nog vrij ver van ons warme bedje was, eindelijk én luid en duidelijk aan de bel getrokken over de onverantwoordelijk grote verantwoordelijkheden waarmee zorgleerlingen, zo nodig vanaf dag één op hun onbezoldigde stageplek, stelselmatig worden opgezadeld. Hun gedurfde keus om niet langer lijdzaam te zwijgen had me weer moed gegeven. Verandering was nabij!

Dat klopte. Alleen wel een beetje anders dan voorzien. Net zoals de gevolgen van een dramatische lockdown en andere ‘duivelse dilemma’s’ die daarop volgden, heel anders uitpakten dan je als fulltime mantelzorger logischerwijs toch voetstoots aannam.

Zo zie je maar. Soms moet je op jezelf durven vertrouwen en tegen beter weten in actie ondernemen. En soms hoef je alleen maar geduldig af te wachten. Komt alles uiteindelijk vanzelf een keer goed. Dáár is dan weer geen woord Chinees bij. 

Rotterdamse humor

30 mei

Damn-wannabe-kaart

Die N is havenlingo voor NL. Naast de thuishaven van een schip moet namelijk ook het land van herkomst van achteren naderend goed leesbaar zijn. Hoewel dit verplichte opschrift toch ietsje meer informatie voor politie te water en andere binnenvaartautoriteiten lijkt te behelzen…

verboden te jodelen?

29 mei

Er zijn wenskaarten met jolige teksten als Verboden te zingen en De koffie staat koud.

Vanmiddag maakte ik er zelf eentje. De bezorger kwam juist aangelopen. Om zijn gepuzzelde gezichtsuitdrukking kon ik wel lachen.

Deze diashow vereist JavaScript.

In your face

24 mei

IMG_2204 (2)

Ons microleven in tijden van corona valt me tot nog toe alles behalve tegen. Een heftige koortslip drukte me desondanks wel weer even genadeloos met m’n neus op de nuchtere feiten: ’s zoons afweer is aangetast en dat maakt hem al zijn hele leven vatbaar voor van alles en nog wat. Mede daardoor is hij inmiddels alvast maar met prepensioen. Sowieso scheelt het een hoop zorgsectorenstress – waarmee ik de lezer hier nu verder niet zal vermoeien – en dat is juist gunstig voor iemands afweer. Mooi meegenomen, toch?

Mondkapjes dragen we pas als dat wordt verplicht. Want pas als iedereen zijn omgeving zou beschermen door zijn eigen virus goed dicht bij zichzelf te houden, lijkt het me ook echt wat toevoegen.

Dat is te zeggen: zolang zo’n mondmasker dan niet impulsief even wordt afgedaan om hygiënisch te kunnen niesen natuurlijk – zoals beschreven in een ooggetuigenverslag vanuit Berlijn, waar ze al wat langer, en op meer plaatsen verplicht zijn.

Maar voorlopig lijken we hier Aan de kade de coronadans nog netjes te ontspringen. Ondanks op ongepaste afstand op ons afgevuurde aerosolen van loze spuugdreigementen – ‘Ik doe het hoor!’ – en al.

Coronastress zou voor het grootste deel voortkomen uit die altijd sluimerend aanwezige oervraag: ‘Wat ben ik nog waard, wanneer alles waarop ik – m’n imago – bouwde, onaangekondigd maar onafwendbaar ineenstort’, las ik althans ergens in een coronacolumn. Je zou voorbereid willen zijn op dat allerlaatste oordeel, als vluchten echt niet meer kan.

Wat een wereld. Wat mooie nieuwe wereldordekansen.

Dijkdingen

30 apr

Iemand vroeg belangstellend of ik nu nog wel toekwam aan ‘dingen naar mijn hart’.

Dat vond ik wel mooi verwoord. Het maakte dat ik er even tijd voor nam.

En naar eer en geweten kon terugteksten dat ik eigenlijk niet heel veel anders deed. Maar misschien heb ik makkelijk praten?

Met mijn 24/7 gezelschap én leuke buurtje én grote levenservaringsrijkdom tel ik dagelijks mijn zegeningen.

Maar om nog even terug te komen op die vreugde en voldoening schenkende dingen: BoTu12-bruggenbouwers brachten moeders in Bospolder-Tussendijken vanmorgen alvast een lieve attentie. Op anderhalve meter afstand kwam hun intentie gemakkelijk binnen.

Gelukkig hebben we de kaarten nog!

20 apr

Koningsdagansichtkaarten €1,95 p.st.

Volgende week is het alweer de 7de Koningsdag. Het hele feest gaat alleen niet door. Niet in the Netherlands en niet in Delfshaven.

Gelukkig hebben we die twee gave my first Koningsdag in Delfshaven-ansichtkaarten van groetjes uit Delfshaven nog.

Te koop bij An-Dijvie, De Molenwinkel van Delfshaven, en natuurlijk ook gewoon bij kunstenmakerij / atelier Aan de kade (alleen afhalen)!

Gelukkig hebben we de foto’s nog!

14 apr

Dat veel mensen zich door coronamaatregelen thuis zitten te vervelen is natuurlijk best sneu. Ik begreep dat er van gekkigheid zelfs gezellig wordt gepuzzeld om de tijd maar enigszins te doden.

Nou was het bij kunstenmakerij / atelier Aan de kade altijd wel een gekkenhuis, oké. Maar sinds iedereen zoveel mogelijk thuis moet werken is onze dag meestal alweer om voor het avondeten koud kon worden. Hier geen gebrek aan dagbestedingsactiviteiten kortom. Wél vaak een hele puzzel om op tijd fris gewassen en gepoetst in bed te belanden. 

Eigenlijk zouden we vanavond gezellig ons tijdelijke bedje aan zee induiken. Dat ging alleen niet door. Niet voor kuilen gravende toeristen en niet voor zand snuivende diehards. Dus zochten we in fotobestanden van vóór corona maar naar een plaatje om ook in 530 stukjes te hakken. (Alleen verkrijgbaar via darkweb@aandekade.info.)

Deze diashow vereist JavaScript.

Mwah

5 apr

In de supermarkt is het deze barre dagen net als vroeger op de snelweg: houd je zelf ruim afstand, schiet er steeds iemand handig in het open gat – over wijdbenende voetgangers die jou zonder één pink op te hoeven lichten tussen geparkeerde auto’s doen schieten maar niet te spreken.

Vorige week (of de week daarvoor: mijn dagen lopen inmiddels zo naadloos in elkaar over dat ik de tel wat ben kwijtgeraakt) werd ik voor de verandering zelf op die anderhalve meter aangesproken. Terwijl ik volgens mij toch behoorlijk stil op een etiket stond te turen, en hooguit mijn zoons benen bij tijd en wijle spastisch vooruit strekten. Waarvan de krijsende dame in kwestie dan erg moet zijn geschrokken. Wellicht omdat ze zijn rolstoel aanvankelijk voor een winkelwagen hield en haar naar afstand zoekende blik daardoor niet op hem, op zithoogte, maar op mij, daarachter richtte? Want dat gebeurt nogal eens, namelijk. Alsof een kwijlende gehandicapte die toch al voor spek en bonen aan de samenleving meedoet tijdens een coronastress- en besmettingsangsttijdperk logischerwijs bij het winkelinventaris hoort. Daar doe je niets aan, behalve de deur never nooit niet meer uitkomen. En okee: hard ‘pss’-en, als het zo uitkomt (in het geval van stoere ik-sta-hier-types). Met één hand losjes mensen aan de kant wapperen is ook grappig bedoeld, maar om dat te vatten moeten die kennelijk wel eerst goed in hun vel zitten. Soit.

‘Ik vertrouw je voor geen anderhalve meter’ mailde tekstuele verwenner Mwah in zo’n beetje diezelfde periode naar trouwe klanten. Dat kon ik wel waarderen. Net als hun ansichtkaarten. Helemaal zwart-wit én gegarandeerd plagiaatvrij!

12 Mwah ansichtkaarten €12,95

Vitamine zee

20 mrt

Met een rolstoel het strand op is een hele uitdaging. Zeker nu we gepaste afstand moeten zien te houden. Dus vertrokken we extra goed voorbereid richting kust voor een frisse dosis vitamine zee. Zeker van onszelf en waaraan we begonnen.

Op het wijdse strand werd ik door geen enkele loslopende hond besprongen. Zandkastelen bouwende families zwaaiden van een gezellig veilig afstandje vrolijk naar ons terug, net als stoere kiters, aandoenlijke paardenmeisjes en een idem schatzoeker.

Maar de sportieve grijsaard waarmee ik ineens schouder aan schouder stond begreep er he-le-maal niets van. ’s Mans spontane duwhulp zal best heel goed bedoeld zijn, maar was niet veel meer dan heel erg misplaatst. Dat stak ik dan ook niet onder rolstoelen of zandbanken. Desondanks kreeg ik nog een bemoedigend schouderklopje toe. Of geruststellend. Of naïef. Wie zal het zeggen. Zelf vond ik het vooral heel erg dom.

Géén idee waarom de goede man meende de spreekwoordelijke uitzondering te zijn die de anderhalve meter afstandsregel bevestigt. Een andere generatiegenoot had daar wel een verklaring voor. Ik had haar in het voorbijwandelen toegeroepen dat we er nog maar goed van moesten profiteren, nu het nog kon. ‘Nu we in ieder geval nog niet binnen hoeven te blijven!’ Kennelijk had ze dat opgevat als een uitnodiging me aan te klampen. Mijn vriendelijk doch dringende verzoek meer afstand van ons te houden leek ze niet meteen te kunnen plaatsen. Pas toen ik een tandje strenger werd, deed ze een paar stappen terug. ‘Ja, maar’, tegensputterend. ‘Jullie zijn toch ook dicht bij elkaar?’

vitamine zee snuiven – nu het nog kan

Ranzig

17 mrt

In de dik tien jaar dat ik yoga heb ik meer juffen versleten dan minnaars. Misschien moet ik daar voor de duidelijkheid aan toevoegen dat ik bij dat laastste ‘in mijn totale volwassen levensjaren’ bedoel. Maar dan klopt het rekenplaatje weer niet. Dus laten we het erop houden dat ik kennis maakte met yogastijlen en -docenten in alle kleuren, smaken en maten. En dat ik aldoende leerde dat nare mensen zich werkelijk overal in de samenleving verschansen. Ook daar waar je het nooit zou verwachten. Zelfverklaarde zenboeddhisten, wereldverbeterende vrijwilligers en onbaatzuchtige verzorgenden zijn ook maar gewoon mensen van zwak vlees en kruiperig bloed, blijkt vaak in de praktijk. En dat is ook alleen maar logisch. Of heldhaftige farmaceuten die dag en nacht met alle macht zoeken naar een vaccin waarmee de immense uitdaging die inmiddels de ganse mensheid treft effectief kan worden aangepakt.

Dat dan wereldwijd te koop wordt aangeboden, behalve aan China? Dat is pas écht ranzig.

%d bloggers liken dit: