Archief | schrijfoefeningen RSS feed for this section

Postgeheimen van de prachtige winterdag

21 jan

Op de handgeschreven envelop zit een vreemde sticker. Het handschrift herken ik wel.

Op het printje van One Acorn is een buurkind herleidbaar aan zijn zit. Van de kokin klopt het schort, maar ik mis uitgesproken rondingen. De afzender zegt me niets.

De saaie afspraakbevestiging en het standaard betaalverzoek verdwijnen al even geautomatiseerd in stukken gescheurd bij het liefdewerk oud papier. Ziezo. Afgehandeld. Lekker weertje hè?

 

May the force be with you!

1 jan

‘Daar geloof ik helemaal niets van’

Bij de sigarenboer kan je ook losse decemberzegels kopen. Merkte ik toen die aanstalte bleek te maken om ze meteen op te plakken. Maar ik wilde bij iedere geadresseerde zelf een passend plaatje zoeken. In een rustig, bedachtzaam tempo.

Van alvast voorgedrukte wensen word ik eerder ballorig. Zodat mijn handgeschreven alternatieve affirmaties wellicht niet bij alle originele afzenders in goede aarde zijn gevallen. Noch de verluchtigende tekeningetjes.

Tja. Wanneer je aan iemands veilig vertrouwde tradities en vastgeroeste verwachtingen tornt, speel je toch een beetje vals.

 

Altijd wat te zeiken

17 dec

In de supermarkt waar we maar zelden komen werd ik onverwachts overvallen door een craving.

Niet helemaal bij toverslag, want er zo’n beetje links en rechts rondsnuffelend spotten we natuurlijk vanzelf wel een keer de potten cornichons. Daar kon je op wachten. En die lachten me nog net niet letterlijk toe: doe maar meteen drie!

Nochtans ben ik al net zo min zwanger als vies van m’n eigen intuïtie.

Altijd wat te zeiken

 

Een poolvos is een paaidier

10 dec

Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers‘, zou dominee Gremdaat kunnen zeggen. Om dan te vervolgen: ‘Maar wat is heden ten dage nog… ‘raar’?’ – hoort u het voor zich?

Van mij krijgt iedereen automatisch en altijd eerst het voordeel van de twijfel. Tot het tegendeel bewezen is. Dat gaat al zo sinds mensenheugenis en heeft als voordeel dat er veel meer informatie voor je beschikbaar komt dan wanneer je bij wijze van spreken op de automatische piloot niet openhartig aandachtig luistert en leest. Of simpel selectief. Met name jongeren lijken zelfs niet anders meer te kunnen. Gewend als ze zijn aan wat er door algoritmes hapklaar wordt voorgeschoteld om te liken.

Al die informatie op je bord kan natuurlijk best belastend zijn, dus heel gek is zo’n autocue-beschermingsmechanisme nou ook weer niet. Daarvoor zijn wij mensen van vlees en bloed.

Apparaten hebben dat rottende nadeel vooralsnog niet. Terwijl met AI de werking van het menselijk brein toch al akelig close kan worden nagebootst. Tot aan mooipraterij en manipulatief ‘gedrag’ aan toe! Las ik vanochtend tenminste in een interessant item over hoe door slim informatie te voeren ook een hoogbegaafde computer best op het verkeerde been te zetten is. Dat AI een lullige suggestie als ‘vissen zijn zoogdieren’ tegen beter weten in klakkeloos accommodeert.

Phew, toch een geruststellende gedachte dat dit potentiële machtsmisbruikmiddel vooraf grondig wordt onderzocht. Stel je voor dat wij wereldburgers hier in de toekomst, als het leed allang is geschied pas achter zouden komen…

verboden te voeren

7 dec

Een rondje fietsend voor een gezond frisse neus rook ik als uit het niets een vlaag muizenpis. Als voormalig medewerker van een broodafdeling heb ik daar ongewild toch talent voor ontwikkeld, merk ik met name de laatste jaren. Om precies te zijn: sinds het in onze jarendertigwoning naar muizen ging stinken. Muizenpis vermengd met chloor. Zo nu en dan liep er eentje in een val, zo’n retro houten klem uit mijn studententijd, maar dan met verse vegetarische kaas als aas. De ongenode huisdiertjes in het krot waar ik ‘om niet’ nog net niet kettingrokend aan een afstudeerscriptie werkte, hielden me destijds met hun drukke gedoe boven mijn hoofd hooguit uit m’n slaap. Dat was het wel zo’n beetje. In die levensfase deed overlast er amper toe.

Maar dit moesten buiten wonende bosmuisjes zijn. Dat kon niet anders hier, rond de Plas. Of wacht eens, nou rook ik toch echt de geur van een ezelvacht! Dat typische mengel van droogte, stof en dierlijk zwoegen. Van het lastdier dat dag in, dag uit bij het ochtendgloren Stavros’ koopwaar over de berg heen sjokte. In een ander leven. 3271 kilometer hier vandaan; drie, hooguit vier dagen met boot en Magic Bus.

Op de kinderboerderij die we ongemerkt bereikten blijken naast opgehokte pauwen en giga Vlaamse reuzen, ook hoefdieren als geiten, bokken en schapen te staan. En inderdaad een stelletje ezels. In de buurt van het kippenhok spot ik zelfs een mini muizenverblijfje!

Op de terugweg passeren we grappige graffiti van een groot stuk gatenkaas – zie ik het nou goed? Tussen een bonte verzameling oninspirerende tags. Op het moment dat iemand in het luisterboek dat al die tijd opstaat net vraagt: ‘Wil je een stukje kaas?’ *)

verboden te voeren

*) uit: Zwaardvechten, Robin en Suze (2008, Sjoerd Kuyper)

 

 

Nul is nul

5 dec

Na dik tien jaar beschikbaarheid van effectieve hivremmers (de verlossende ‘cocktailtherapie’ die in Nederland eind 1996 ook beschikbaar kwam) bleek in de praktijk van twee Zwitserse artsen (met ballen!) dat nul virus in iemands bloed, ook nul kans op overdracht betekende.

Dit ‘Zwitserse standpunt’ gaf destijds veel heterostellen de broodnodige lucht. Tenminste, als je van je hiv+partner op aan kon, want therapietrouw was hierbij wel dé alles bepalende factor voor succes.

Het moest natuurlijk ook nog even netjes wetenschappelijk worden bewezen. En er kon ook altijd nog iets mis gaan qua huwelijkse trouw. Dus ‘ruis’ zorgde aanvankelijk wel voor wat twijfel en onzekerheid. Maar het alvast wereldkundig gemaakte ‘medische advies’ – meer was het aanvankelijk nog niet – was desondanks al een enorme mijlpaal in ieders leven met hiv. Het zou deuren gaan openen naar acceptatie. Een volwaardiger deelname aan de maatschappij bevorderen.

Van de BNR-podcast ter gelegenheid van 40 jaar hiv en aids in Nederland heb ik vanmorgen de teaser én twee afleveringen helemaal afgeluisterd. Bij elkaar zowat een uur chronisch spaarzame tijd voor mezelf – en nog geen woord over de good old sectie Positieve Vrouwen.

Maar wat me als hiv-ervaringsdeskundige al luisterend vooral opviel, was de grote variëteit aan stemmen. De verschillen in spreekwijze en wat die diverse geluiden me vertelden. Hoe geluidstrillingen onwillekeurig je gemoed beïnvloeden.

Terwijl de ene spreker sprankelt en daarmee kwistig gratis energie mijn woonkamer instrooit; slurpt een andere geïnterviewde het voorraadje aandacht waarop ik héél erg zuinig ben in een handje vol be-dacht-zaam traag uit-ge-spro-ken, voornamelijk onliners, bij kans bijna leeg – zucht.

Aan iemands relaxte of juist haastige ademhaling merk ik onder hoeveel chronische druk ‘ie vermoedelijk staat: een hiv-verpleegkundige die in dezelfde tijdsspanne veel meer ballen in de lucht moet zien te houden dan een beleidsmedewerker op kantoor, komt hoorbaar chronisch tijd te kort. Struikelt steeds bijna over woorden; slikt ze half in. Terwijl een hiv-onderzoeker rustig de tijd neemt om helder te formuleren – vlak de kracht daarvan ook niet uit hé!

Het Zwitsers standpunt is inmiddels allang en breed bewezen. En hiv een chronische ziekte geworden, goed vergelijkbaar met zoiets als hoge bloeddruk of diabetes. Vaak met maar één pil per dag prima onder de duim te houden. Toch is anno 2022 het stigma op hiv bij lange na de wereld nog niet uit.

Tja. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Deal with it.

beeld: Banksy, Ukraine 2022

Wisseltrucs

2 dec

1) Een tientje ligt goed zichtbaar op de toonbank als een bloemenverkoopster wisselgeld uittelt. ‘Drie’, zegt ze bedachtzaam, terwijl ze 50 cent in een handpalm drukt. Dan pakt ze een ander muntstuk: ‘Vier’. Vervolgens reikt ze verrassend vlot een briefje aan. Klantvriendelijk lachend: ‘Vijf!’. Inderdaad betreft het duidelijk een briefje van vijf euro, maar de nieuwe eigenaar van een pot hyacinten is niet onder de indruk. Met een achteloos ‘sorry’ komt die laatste euromunt wisselgeld geroutineerd alsnog uit de kassalade. Boeien.

2) Het stroomdraadje van een gezamenlijke portieklamp gaat onmiskenbaar bij iemands huisdeur naar binnen. Toch wordt de jaarlijkse VvE-vergoeding voor levering privéstroom zwart op wit al jaren bij buren bijgeschreven. Zij zien daar al evenmin iets van. Maar ja, die portieklamp brandt toch niet meer.

3) Een VvE-commissie houdt een spoedberaad. Een kwart van de commissieleden wordt nergens bij betrokken. Een kwart doet alleen voor spek en bonen mee. De helft laat zich gemakkelijk voor iemands karretje spannen. Uit hoeveel door de ALV rechtmatig gekozen leden bestaat de commissie?

4) Een klant die op bevelende toon haar voedingswensen kenbaar maakt is duidelijk met het Verkeerde been uit haar biologische bed gestapt. Een rolstoeler trekt zich daar, net als de enthousiast doorzingende uitbaatster niets van aan en lacht aanstekelijk als altijd om het lied van Purcell vol bubbling en splashing waarop hij traditioneel wordt getrakteerd. Als kers op de zuurpruimtaart wordt hem nors nog tevergeefs gevraagd of hij soms boos is. Tja, lachen kan ‘ie dan wel als de beste, terug praten never nooit niet.

Participatie anno nu

17 nov

participatiewet anno 2022 nog steeds niet volledig geïmplementeerd

Bij de post een brief van onze zorgverzekeraar. Twee velletjes info over mijn zoons recht op letselschadevergoeding, en twee met een vragenlijst om alle zorgkosten op de verzekeraar van de tegenpartij te kunnen verhalen. Uit het jaar nul??

Is het anno 2022 nou werkelijk zo zeldzaam om als rolstoeler thuis te wonen, in plaats van in een afgezonderde verzorgingsinstelling? Waar je amper het privéterrein afkomt, in plaats van iedere dag aan het openbare leven deel te nemen? Hooguit het risico loopt op je bek te worden geslagen door die medebewoner met een gemeen gedragsstoornisje? Ik dacht het toch niet.

Soms worden we best een beetje moe van stééds maar weer herhalen dat een rolstoeler in de publieke ruimte toch heus geen broodje aap is. Dat participatie meer is dan verbindende evenementen toegankelijk maken voor slechts een beperkt handjevol mindervaliden, in inderdaad een best onhandig hulpmiddel.

Desondanks worden we nog steeds het aller-allermoest van er met al onze voelsprieten aan, en al onze alarmbellen op scherp, consequent constant alert op uit te blijven trekken. Te voet, te rijwiel en te automobiel de wijde wereld in.

Graag gedaan

16 nov

De column met als titel Ik weet het niet blijkt over in hart en nieren gezeteld werkplezier van een vakman te gaan. ‘Ik weet het niet’, of: ‘ik kan het nergens vinden’ hoorde ik de afgelopen tijd zo vaak dat mijn interesse meteen is gewekt. Stuur die kerel hierheen!, roep ik quasi smekend in gedachten. Een deugdelijke stukadoor kan ik momenteel goed gebruiken.

De NOS meldt dat republikeinse hoogmoed zichzelf uiteindelijk voor de val bracht. De wel winnende democraat kan haar leedvermaak hierover blijkbaar maar nauwelijks bedwingen. ‘You’re welcome’? Ik weet het niet.

Op de wc lees ik zonder bril eigenlijk alleen nog digitaal nieuws en in de Groene Amsterdammer – over leedvermaak gesproken. Maar appen is en blijft zo niet mijn ding.

foto: Corpowonen (uitsnede: Aan de kade)

Ezelsbruggetje: 3 x 9 = 36

12 nov

‘Ben ik nou zo slim, of zijn jullie zo dom’, zou meester van de recht voor zijn raap gebrachte eerlijkheid van Gaal, waarschijnlijk zeggen – heerlijk toch. Zelf zwijg ik liever in zo’n geval. Hoewel dat niet altijd even goed lukt. Terwijl ik dan evengoed wel met m’n mond vol tanden sta. Flabbergasted door niet te bevatten onbenul.

Hoe leg je iets uit aan iemand die vast zit in andermans rondgelobbyde lulverhaal? In zijn/haar/hen eigen starre tunnelvisie? Aan iemand die veilige houvast vindt in kritiekloos napraten?

En hoe dring je tot iemand door die bang is voor gezichtsverlies? Net een slokje teveel op heeft? Nooit geleerd heeft zelf na te denken? Liever met de wind van de meerderheid meewaait? Liever lui is dan moe van het nadenken? Hoe bereik je iemand die Oostindisch doof is?
Moeilijk tot niet, simpel.

foto Zuma Press

%d bloggers liken dit: