Archief | schrijfoefeningen RSS feed for this section

Zwemles

13 sep

Op het aanrecht kroop een pissebed. Die moest van één van de vers geplukte goudreinetten zijn geklommen. Met een voorzichtig veegje hielp ik het onappetijtelijke insect in de gootsteen belanden, midden in een pan water. Het begon meteen met al z’n vieze pootjes te spartellen alsof het een lief jong hondje was. Gefascineerd bleef ik toekijken hoe het diertje naar de bodem zwom en daar fanatiek met rijstkorrels en iets onbestemds stoeide. Het moment dat het onderwaterspel abrupt stopte bleef nog lang en hardnekkig in mijn hoofd hangen.

Behalve twee dozijn goudreinetten oogstten we dit jaar ook nog twee verrukkelijke vijgen en een emmertje vol rinzige kruisbessen uit eigen tuin. Van de verwilderde rucola liet ik het meeste staan voor camouflagerupsen, naaktslakken en een verdwaalde, manke duif.

De munt werd afgelopen zomer door honderden blauwe goudhaantjes*) in een moordend tempo kaalgevreten, terwijl minstens zoveel rozemarijngoudhaantjes*) zich tegoed deden aan alle mediterrane struiken en struikjes die je maar verzinnen kunt. Allemaal, slakken incluis, kregen die hun allereerste zwemles in de Schie. Die duif heb ik ook best lang niet meer gezien.

 

*) Alle soorten goudhaantjes kun je het beste handmatig wegvangen

Cørøna

12 jul

De laatste maanden voor corona kreeg ik steeds sterker het ongemakkelijke gevoel in een nieuwe serie afleveringen van Het geheime dagboek van Hendrik Groen te zijn beland. De dagbesteding van mijn zoon was, van het warm glanzende pareltje dat het tot pakweg 2008 nog was, langzaamaan verworden tot, tja, eigenlijk niet veel meer dan een veredelde parking voor rolstoelgebruikers, als je het goed beschouwde – maar wie, in welke afhankelijke positie dan ook, durft dat nou?

De ooit zo deugdelijk opgeleide groepsleiding, met een hoog invoelingsvermogen én het hart op de juiste zorghoogte, was om onoverkomelijke economische redenen allang en breed vervangen door steeds – en vlot – wisselende zorgleerlingen en stagiaires. Met alle vervelende, logische gevolgen voor hun kwetsbare, juist in de relatieve veiligheid van vertrouwde gezichten goed gedijende doelgroep. Terwijl tegelijkertijd eventueel idealisme – de zorgafhankelijke medemens dienstbaar zijn – bij veelbelovende leerlingen welhaast sadistisch de kop leek te worden ingedrukt.

Sowieso was samenwerking met het ervaringsdeskundige thuisfront sinds de laatste old school vakkracht haar heil dan maar elders zocht inmiddels not done. En bleek communicatie een kwestie van eenrichtingsverkeer geworden, evenals verantwoordelijkheid handig afschuiven een door het management kennelijk gewaardeerde kernvaardigheid. Om moedeloos van te worden.

Vaak genoeg heb ik op het punt gestaan de stekker er radicaal doch resoluut uit te trekken. Maar mijn volwassen EMB-zoon voor onbepaalde tijd thuis bezig zien te houden leek me nog onmogelijker dan hem daar en onder die – onverschillige? respectloze? badinerende? dehumaniserende? – uitzichtloze omstandigheden zijn tijd van leven verder te laten verdoen. Met recht een duivels dilemma.

En toen kwam corona.

In Zweden werd coronabeheersing aanvankelijk vooral gezien als een kwestie van ieders eigen verantwoordelijkheid. Waardoor valide levens er zo normaal mogelijk doorgingen, terwijl met name zorgafhankelijke ouderen, in schrikbarend hoog tempo het loodje legden. Wat bleek: in Zweedse verzorgingshuizen wordt net als hier veel gebruik gemaakt van stagiaires en anderszins beperkt opgeleid, gratis personeel. Bingo.

In Nederland hadden die in februari, toen corona nog vrij ver van ons warme bedje was, eindelijk én luid en duidelijk aan de bel getrokken over de onverantwoordelijk grote verantwoordelijkheden waarmee zorgleerlingen, zo nodig vanaf dag één op hun onbezoldigde stageplek, stelselmatig worden opgezadeld. Hun gedurfde keus om niet langer lijdzaam te zwijgen had me weer moed gegeven. Verandering was nabij!

Dat klopte. Alleen wel een beetje anders dan voorzien. En fulltime mantelzorgen bleek in de praktijk toch lang zo zwaar niet als non stop iemands gebroken hart zien op te lappen.

Zo zie je maar. Soms moet je op jezelf durven vertrouwen en tegen beter weten in actie ondernemen. En soms hoef je alleen maar geduldig af te wachten. Komt alles uiteindelijk vanzelf een keer goed. Dáár is dan weer geen woord Chinees bij.

In your face

24 mei

IMG_2204 (2)

Ons microleven in tijden van corona valt me tot nog toe alles behalve tegen. Een heftige koortslip drukte me desondanks wel weer even genadeloos met m’n neus op de nuchtere feiten: ’s zoons afweer is aangetast en dat maakt hem al zijn hele leven vatbaar voor van alles en nog wat. Mede daardoor is hij inmiddels alvast maar met prepensioen. Sowieso scheelt het een hoop zorgsectorenstress – waarmee ik de lezer hier nu verder niet zal vermoeien – en dat is juist gunstig voor iemands afweer. Mooi meegenomen, toch?

Mondkapjes dragen we pas als dat wordt verplicht. Want pas als iedereen zijn omgeving zou beschermen door zijn eigen virus goed dicht bij zichzelf te houden, lijkt het me ook echt wat toevoegen.

Dat is te zeggen: zolang zo’n mondmasker dan niet impulsief even wordt afgedaan om hygiënisch te kunnen niesen natuurlijk – zoals beschreven in een ooggetuigenverslag vanuit Berlijn, waar ze al wat langer, en op meer plaatsen verplicht zijn.

Maar voorlopig lijken we hier Aan de kade de coronadans nog netjes te ontspringen. Ondanks op ongepaste afstand op ons afgevuurde aerosolen van loze spuugdreigementen – ‘Ik doe het hoor!’ – en al.

Coronastress zou voor het grootste deel voortkomen uit die altijd sluimerend aanwezige oervraag: ‘Wat ben ik nog waard, wanneer alles waarop ik – m’n imago – bouwde, onaangekondigd maar onafwendbaar ineenstort’, las ik althans ergens in een coronacolumn. Je zou voorbereid willen zijn op dat allerlaatste oordeel, als vluchten echt niet meer kan.

Wat een wereld. Wat mooie nieuwe wereldordekansen.

Dijkdingen

30 apr

Iemand vroeg belangstellend of ik nu nog wel toekwam aan ‘dingen naar mijn hart’.

Dat vond ik wel mooi verwoord. Het maakte dat ik er even tijd voor nam.

En naar eer en geweten kon terugteksten dat ik eigenlijk niet heel veel anders deed. Maar misschien heb ik makkelijk praten?

Met mijn 24/7 gezelschap én leuke buurtje én grote levenservaringsrijkdom tel ik dagelijks mijn zegeningen.

Maar om nog even terug te komen op die vreugde en voldoening schenkende dingen: BoTu12-bruggenbouwers brachten moeders in Bospolder-Tussendijken vanmorgen alvast een lieve attentie. Op anderhalve meter afstand kwam hun intentie gemakkelijk binnen.

Mwah

5 apr

In de supermarkt is het deze barre dagen net als vroeger op de snelweg: houd je zelf ruim afstand, schiet er steeds iemand handig in het open gat – over wijdbenende voetgangers die jou zonder één pink op te hoeven lichten tussen geparkeerde auto’s doen schieten maar niet te spreken.

Vorige week (of de week daarvoor: mijn dagen lopen inmiddels zo naadloos in elkaar over dat ik de tel wat ben kwijtgeraakt) werd ik voor de verandering zelf op die anderhalve meter aangesproken. Terwijl ik volgens mij toch behoorlijk stil op een etiket stond te turen, en hooguit mijn zoons benen bij tijd en wijle spastisch vooruit strekten. Waarvan de krijsende dame in kwestie dan erg moet zijn geschrokken. Wellicht omdat ze zijn rolstoel aanvankelijk voor een winkelwagen hield en haar naar afstand zoekende blik daardoor niet op hem, op zithoogte, maar op mij, daarachter richtte? Want dat gebeurt nogal eens, namelijk. Alsof een kwijlende gehandicapte die toch al voor spek en bonen aan de samenleving meedoet tijdens een coronastress- en besmettingsangsttijdperk logischerwijs bij het winkelinventaris hoort. Daar doe je niets aan, behalve de deur never nooit niet meer uitkomen. En okee: hard ‘pss’-en, als het zo uitkomt (in het geval van stoere ik-sta-hier-types). Met één hand losjes mensen aan de kant wapperen is ook grappig bedoeld, maar om dat te vatten moeten die kennelijk wel eerst goed in hun vel zitten. Soit.

‘Ik vertrouw je voor geen anderhalve meter’ mailde tekstuele verwenner Mwah in zo’n beetje diezelfde periode naar trouwe klanten. Dat kon ik wel waarderen. Net als hun ansichtkaarten. Helemaal zwart-wit én gegarandeerd plagiaatvrij!

12 Mwah ansichtkaarten €12,95

Vitamine zee

20 mrt

Met een rolstoel het strand op is een hele uitdaging. Zeker nu we gepaste afstand moeten zien te houden. Dus vertrokken we extra goed voorbereid richting kust voor een frisse dosis vitamine zee. Zeker van onszelf en waaraan we begonnen.

Op het wijdse strand werd ik door geen enkele loslopende hond besprongen. Zandkastelen bouwende families zwaaiden van een gezellig veilig afstandje vrolijk naar ons terug, net als stoere kiters, aandoenlijke paardenmeisjes en een idem schatzoeker.

Maar de sportieve grijsaard waarmee ik ineens schouder aan schouder stond begreep er he-le-maal niets van. ’s Mans spontane duwhulp zal best heel goed bedoeld zijn, maar was niet veel meer dan heel erg misplaatst. Dat stak ik dan ook niet onder rolstoelen of zandbanken. Desondanks kreeg ik nog een bemoedigend schouderklopje toe. Of geruststellend. Of naïef. Wie zal het zeggen. Zelf vond ik het vooral heel erg dom.

Géén idee waarom de goede man meende de spreekwoordelijke uitzondering te zijn die de anderhalve meter afstandsregel bevestigt. Een andere generatiegenoot had daar wel een verklaring voor. Ik had haar in het voorbijwandelen toegeroepen dat we er nog maar goed van moesten profiteren, nu het nog kon. ‘Nu we in ieder geval nog niet binnen hoeven te blijven!’ Kennelijk had ze dat opgevat als een uitnodiging me aan te klampen. Mijn vriendelijk doch dringende verzoek meer afstand van ons te houden leek ze niet meteen te kunnen plaatsen. Pas toen ik een tandje strenger werd, deed ze een paar stappen terug. ‘Ja, maar’, tegensputterend. ‘Jullie zijn toch ook dicht bij elkaar?’

vitamine zee snuiven – nu het nog kan

Ranzig

17 mrt

In de dik tien jaar dat ik yoga heb ik meer juffen versleten dan minnaars. Misschien moet ik daar voor de duidelijkheid aan toevoegen dat ik bij dat laastste ‘in mijn totale volwassen levensjaren’ bedoel. Maar dan klopt het rekenplaatje weer niet. Dus laten we het erop houden dat ik kennis maakte met yogastijlen en -docenten in alle kleuren, smaken en maten. En dat ik aldoende leerde dat nare mensen zich werkelijk overal in de samenleving verschansen. Ook daar waar je het nooit zou verwachten. Zelfverklaarde zenboeddhisten, wereldverbeterende vrijwilligers en onbaatzuchtige verzorgenden zijn ook maar gewoon mensen van zwak vlees en kruiperig bloed, blijkt vaak in de praktijk. En dat is ook alleen maar logisch. Of heldhaftige farmaceuten die dag en nacht met alle macht zoeken naar een vaccin waarmee de immense uitdaging die inmiddels de ganse mensheid treft effectief kan worden aangepakt.

Dat dan wereldwijd te koop wordt aangeboden, behalve aan China? Dat is pas écht ranzig.

Smoesjes

16 mrt

Sommigen vinden het maar niets om ergens op te worden aangesproken. Niet zozeer doorsnee gênante zaken als ‘Je gulp staat open’ of ‘Er zit lippenstift op je tand’. Daarvan is de behulpzaamheidswaarde wel min of meer ingesleten. Hoe anders is dat wanneer expliciet iets wordt benoemd waaraan je eigenlijk helemaal niet wil worden herinnerd. Zo van: ‘Voel je je nu aangevallen ofzo?’. Of, iets minder direct: ‘Goed moment om je hand in eigen boezem te steken misschien?’ Bloedirritant natuurlijk, die rake observaties. Van een boomer. Want meestal betreft het jong, over het paard getild grut. Dat nooit de kans kreeg om wat dan ook te leren incasseren. Uitvluchten uit de mouw schudt als geroutineerde illusionisten.

Maar jezelf voor de gek houden, bijvoorbeeld om niet gek te worden van alle misstanden in de wereld – en niet te vergeten die in je eigenste micro-universum: de waarde van zelfinzicht wordt door kwasilogische leugentjes om bestwil vaak verontrustend effectief, geruststellend overstemd – is van alle tijden en generaties.

Van oudsher zou in liefde en oorlog alles zijn geoorloofd. Alles om maar niet met het grote onbekende te hoeven dealen. Kwasilogica. Little white lies. Vriendjespolitiek. Zelfverloochening.

Send me a postcard darling

29 feb

Nu is het Billie Eilish die ieders bewondering scoort maar in mijn tijd had je Mariska Veres als powervrouwrolmodel. Met de hit Venus stond haar Haagse rockband wereldwijd weken op nummer één.

Met het Eurovision Songfestival in Rotterdam Ahoy voor de deur en covid-19 hossend en wel the Netherlands binnengehaald zijn de hysterische ansichtkaarten van groetjes uit Delfshaven inmiddels helemaal hot – en bijna niet meer aan te slepen. Verzamel ze allemaal! Maar haast je, want op = op!

Reserveren kan via Shocking@groetjesuitdelfshaven.nl of Songfestival@groetenuitdelfshaven.nl. Maar ook via D400@delfshavenopdekaart.nl, 2019nCoV@delfshavenopkaart.nl en powervrouw007@aandekade.info: iedere catchy term voor de apenstaartjes is mogelijk! Want met die catch-all instelling komt alles dus altijd goed terecht.

Flashback

22 feb

Het overkwam me weer. Terwijl ik nietsvermoedend op een terras van de Supportbeurs met een onbekende geanimeerd (komt u hier vaker?) ervaringen uitwissel (die ooggestuurde computer is echt geniaal!) werd het tot dan toe van wederzijds respect getuigende gesprek abrupt en eenzijdig door de kleine mens bij wie ik had mogen aanschuiven, afgekapt. Dat out of the box denken niet vanzelfsprekend de toegevoegde waarde heeft die ik er zelf duidelijk wel aan hecht en soms zelfs kan leiden tot in blinde paniek opgeplakte en distantiërende labels is weliswaar oud nieuws, maar blijft toch steeds verbazen.

Ik had net met mijn tijdelijke tafelheer gedeeld dat die hele gedachtenbesturing blijkbaar absoluut niet is wat we er ons als leken gemakshalve meteen bij voorstellen (op zo’n beurs kom je al snel met de aanwezige onderzoekers zelf in contact) en daar in één adem aan toegevoegd dat ik communicatie door middel van iets a-technologisch als telepathie (je moet bijvoorbeeld aan iemand denken en die belt je prompt, of je belt zelf iemand die het nèt over je had) in de toekomst veel realistischer acht dan via dat as we speak in ontwikkeling zijnde kunststof matje met artificiële sensoren onder je hersenpan (of iets in die geest) – nou, hoe toegankelijk wil je het taboe van bovennatuurlijke hocus pocus hebben? – toen de goede man tegenover me plots versteende alsof er een roze olifant uit de hemel was komen vallen.

Hij herpakte zich overigens snel. Althans: hij liet zich beleefd verleiden op een ander onderwerp over te stappen alvorens, net als ik, in alle gemoedsrust (mag ik toch hopen) elders op die beurs bomvol handige hulpmiddelen en ingenieuze innovaties inspiratie op te doen. Hier ergens werd ik door een vrolijke jonge meid in een idem rolstoel lekker assertief aangemoedigd mee te werken aan haar actie om kleinerende effecten van labeling onder de aandacht te brengen van het grotere publiek.

“Ik word wel eens gelabeld als (…), maar eigenlijk ben ik ook (…)”, las ik met steeds dichter gefronste wenkbrauwen op het bord waarmee ik me bij hoge uitzondering best wilde laten fotograferen.

Wacht even. ‘Maar’? ‘Eigenlijk’? ‘Ook’? Vanwaar die voorzichtige bescheidenheid? Hoezo timide tegensputteren? Waarom geen onomwonden ‘terwijl’, ‘natuurlijk’, ‘gewoon’?

Mijn EMCB zoon is volledig afhankelijk van mij (en andere zorgprofessionals, alleen zijn die veel minder ervaren, laat staan vindingrijk). En ja, ik word ook wel eens gelabeld. Als ‘zweverig’ – en ‘naïef’, en ‘niet zo bijster snugger’. Klopt als een zwerende vinger. Toch moest ik m’n toezegging haar punt te maken weer terugdraaien. Welgemeend vriendelijk en netjes onderbouwd. Want voor niet aardig gevonden worden, recht door zee zijn en tegen de stroom in zwemmen, ben ik net zo min bang als voor het nog onontgonnen grote onbekende – dat gemakshalve (en niet te vergeten: als paniekerige verdedigingsreflex) meestal snel wordt weggezet als zweverig. Naïef. Of niet zo bijster snugger. Terwijl jezelf verkrachten om maar aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen pas echt eng is. Natuurlijk.

Als kind wilde ik graag uitvinder worden. Toen missionaris, of zendeling. Mee met de kermis of met de grote vaart. Pro deo advocaat. Luchtacrobaat.

(foto: 1985)

%d bloggers liken dit: