Archief | schrijfoefeningen RSS feed for this section

Strandfeestje!

25 jul

Deze zomer kunnen wij ’s avonds ook eens onbekommerd de hort op. Eerdere jaren was dat hooguit op vrijdag- en zaterdagavond verantwoord. Maar werd ik vrijdags al helemaal in beslag genomen door bad- en andere noodzakelijke rituelen na een dag – zonder noemenswaardige dagbesteding – op ‘de groep’ verzorgd worden door kortstondig meedraaiende zorgleerlingen die, de spreekwoordelijke idealistische uitzondering daargelaten, meer bezig waren met hun eigen avondinvulling dan met het emotionele welzijn van mijn EMVB-rolstoeler en zijn eveneens volledig welzijnsafhankelijke kompanen – waarvan de namen sinds de invoering van de wet op de privacy, net als hun verjaardagen, ook meteen maar niet meer met de thuisfronten werden gedeeld. Voor zover er sinds de invoering van de zoveelste ‘vernieuwingen’ al iets met een thuisfront werd gedeeld dan, eenrichtingsverkeer aan ge- en verboden van een ‘persoonlijk begeleider’ zonder enige kennis van persoonlijke zaken daargelaten. Nee, vrolijker kan ik het niet maken.

Maar sinds corona is dat goddank allemaal history! Zijn wij met prepensioen – en heeft by the way hier in huis niemand meer een geniepige buikgriep opgelopen!

Onlangs sprak ik een begeleidster van heel vroeger (toen alles nog zo veel beter was, ja). Zo eentje van de oude stempel, die gewoon vijf dagen op de groep stond en weet heeft van wat er werkelijk toe doet: de cliënt. Erg optimistisch bleek ook zij niet over die niet meer te stuiten ontwikkelingen in haar werkveld. Wat me steunde – zie je wel, een professionele insider ziet het ook! – en deprimeerde tegelijk – ‘goed’ komt het volgens haar dus ook al niet.

Nee, in de zorg werken is allang geen roeping meer. Het is een manier geworden om je eigen geld te verdienen. Wie wel idealen heeft en het pleziert cliënten een fijne dag te bezorgen, samenwerking met verwanten koestert en transparantie praktiseert, wordt in het gunstigste geval scheef aangekeken – wat een uitslover. En als het maar even kan – slinks – tegengewerkt. Of – geraffineerd – de ziektewet in gemanipuleerd: ik heb het met lede ogen vanaf de zijlijn moeten aanzien.

Toch zijn er best nog nieuwe initiatieven te vinden die wel hoopvol zijn. Zoals de ‘ontdekking’ dat iedereen in de zorgdriehoek er van profiteert wanneer er opzettelijk plezier wordt gemaakt op een groep. Als daar zoals vanouds wordt gezongen en gedanst. Getrakteerd en gelachen, héél veel gelachen. Ook zonder zomaar-feestjes maakt vrolijkheid nog steeds het grote verschil. Zo is het altijd geweest en zo zal het ook altijd blijven. Zorgafhankelijk zijn is van zichzelf tenslotte wel al deprimerend genoeg.

Ander woord voor instelling

26 jun

Hoe oud haar zus was, vroeg ik geïnteresseerd. Want wanneer omstanders met me delen dat zij ook iemand kennen in een rolstoel ben ik vooral benieuwd naar de leeftijd van hun kwijlende buur, kennis, ver familielid of kind. Naar hoe oud anderen met een zware handicap, al dan niet thuiswonend, worden of toch nog geworden zijn. Haar zus bleek 31. Dat is bijna drie jaar jonger dan de aanleiding van haar ontboezeming dus! Dat gezegd hebbende bleek haar verwant – nee wacht – al 61 jaar ‘ook zo’ te zijn als mijn gekke geluiden makende, niet voor rede vatbare volwassen zorgenkind. En in een gebouw te liggen. Daarna zwegen we een poosje. In gedachten naar een onbestemd uitzicht turend.

Als de voorspelling dat mijn zoon niet ouder dan een jaar of vijf, zes, hooguit tien, wie weet zelfs nog twaalf jaar zou kunnen worden inderdaad was uitgekomen, was ik nu mogelijk degene die haar verhaal aan wildvreemden kwijt wilde. Aan onmiskenbare medestanders aan de zijlijn van het maatschappelijke speelveld. Die begrijpen het tenminste. Kennen dat ondefinieerbare gevoel van levend verlies door en door.

respect - foto Marilou de Poorter

foto Marilou de Poorter

Schipperslatijn

7 jun

Dat dit schip leeg is zie je aan hoe hoog het op het water ligt. Logisch. Aan de geringe diepgang, in onvervalst havenlingo. Maar de belangrijkste boodschap van deze trotste binnenvaartschipper lijkt nog eenvoudiger: alles wat met een M begint en niet teveel lettergrepen heeft is mooi – en in de burgermaatschappij worden boeren net als binnenvaartschippers zwaar ondergewaardeerd (een waarheid als een koe).

Op de boeg prijkt nog een leus over corona en vrijheid. Of over corona en vaccin-Ja-tie, dat kan ook. De aantrekkingskracht van alliteratie leek in ieder geval ook hier leidend. Inhoud niet.

Meer dan zes planken

31 mei

Het was eindelijk zomers en we fietsten wat ins Blaue hinein toen mijn oog naar een quote? dichtregel? levensmotto? hoog aan een industriële gevel werd getrokken. Het woord ‘uitvaartkisten’ in bescheidener lettergrootte hielp me snel uit de droom.

Dat leven bewegen is en star in het leven staan meer wegheeft van jezelf voor dood houden is nogal een open deurtje natuurlijk, maar ik schrijf het toch op.

Er is zoveel meer dan zes plankjes om heen te gaan. Zoveel avontuur te beleven voor wie verandering, van wat dan ook, omarmt.

Laten we een kat een kat noemen

21 mei

Met een vooroorlogse woning heb je al snel muizen, dus had ik preventief alle potentiële knaagdiergaatjes dichtgekit toen we hier acht jaar terug introkken. Af en toe hoorde ik wel eens kleine klauwtjes aan de binnenkant van onze jaren ’30 ventilatiekanalen de salsa krabbelen en ik zag zelfs een keer een spits snuitje verdwaasd door de kachelruit naar binnen koekeloeren. Kennelijk had ik de klep van het rookkanaal toen niet goed gesloten. Maar afgelopen ongewoon koude winter rook het in het souterrain op sommige plekken toch echt naar muizenpies. Aangezien de buurman zijn beide katten waren meeverhuisd, leek het me een een-tweetje. Geef ze ook eens ongelijk. Zolang ze maar niet bij mij kwamen buurten.

Ik ben er nog steeds niet achter hoe, maar eerst vond ik kleine chocoladehagelslagjes bovenop de koelkast. En een dag of twee later, ik zat nog even stilletjes wat nieuwsberichten te lezen voor het slapengaan, meende ik van pure vermoeidheid te hallucineren toen ik op de plankenvloer iets zag rondscharrelen. Het had me doen denken aan een vriendin die in haar laatste levensfase overal konijntjes zag rondhuppelen. Dat had haar blij gemaakt, want ze hield erg van konijnen. Maar nu is ze dus een engel en dit was onmiskenbaar een stinkmuis. En hoewel het me vrijwel onmogelijk voorkwam, was het dier hier toch heus: het onomstotelijke bewijs dat ik me niets verbeeld, lag me vandaag bij thuiskomst doodgemoedereerd op te wachten.

Als de katten van huis zijn…

Kuren

20 mei

In Delfshaven is de vaccinatiebereidheid zo bedroevend laag dat het landelijke nieuwswaarde heeft. Toch is het nu al een dikke week ‘erg druk in de regio’. Worden we geacht uit te wijken naar Rijswijk of alle places omdat er in de Van Nelle Fabriek hier om de hoek tot inmiddels ergens in juli geen plek voor ons is. Maar dat kan ook komen omdat er ‘te weinig prikkers zijn’, of ‘te weinig vaccins’, naar ik telefonisch vernam.

Ondertussen kan mijn zoon nog steeds niet persoonlijk welke vraag dan ook beantwoorden en zal ik zonder hem erbij mijn vaccinatieafspraak niet na kunnen komen – leg dat maar eens uit aan een uitzendkracht. En als mijn mobiel geen kuren heeft, hebben wij het wel: onverwachts koorts, heerlijk een paar dagen naar zee.

Daar las ik een anekdote over een bosjesmannenvrouw die al uren en uren in de woestijn loopt en desondanks beleefd de haar aangeboden lift afslaat. Ze was te moe geweest om ook nog in een auto te moeten zitten. Zo simpel kan het zijn.

Zo ziekiek da*)

22 apr

Deze diashow vereist JavaScript.

Er wordt hier dus aan de gevel gewerkt. Het stof in onze neus en ja, waar eigenlijk niet, verruilden we zonder morren tijdelijk voor tandenknarsend zand tussen de tenen; dagenlange mechanische pokkeherrie voor een stuk of wat weldadige grillen van moeder natuur.

Aan zee is het altijd wel goed toeven voor stadse bleekneusjes. En in deze tijd van het jaar valt er zo weinig te beleven dat je vanzelf meer ziet gebeuren. In geuren en kleuren. In ijzige stilte of *)meegevoerd met de wind. Weer of geen weer.

Ze

19 apr

Z̶e̶ ̶w̶a̶r̶e̶n̶ ̶n̶e̶t̶ ̶g̶a̶s̶o̶l̶i̶e̶ ̶a̶a̶n̶ ̶h̶e̶t̶ ̶b̶u̶n̶k̶e̶r̶e̶n̶. Er werd net gasolie gebunkerd. Zo rook het althans toen we dichterbij kwamen en er langzaam langs fietsten. Aan dek stonden een stuk of wat matrozen al dan niet ergens op leunend op de uitkijk. Wellicht dachten die: wat is dit voor foute grap? Worden we werkelijk door een fucking rolstoel-riksja opgehaald? Op de achtergrond een muisgrijs fregat, onbeweeglijk stil.

De melding dat ‘ze’ hier in de wijk een wandeling organiseerden ging vast niet ook over Mark en Hugo, maar verder wordt er met ‘ze’ vrijwel altijd wel Rutte en de Jonge bedoeld. De regering. De RIVM. De ‘andere partij’: die van de draconische maatregelen. Terwijl het toch een kleine moeite is om iedere schijn van polariteit te omzeilen.

Z̶e̶ ̶b̶e̶d̶e̶n̶k̶e̶n̶ ̶i̶e̶d̶e̶r̶e̶ ̶k̶e̶e̶r̶ ̶w̶e̶e̶r̶ ̶w̶a̶t̶ ̶a̶n̶d̶e̶r̶s̶. Er worden straks aangepaste maatregelen bekendgemaakt. Maatregelen om iets groots en onheilspellends aan de horizon, weliswaar niet gemakkelijk zichtbaar maar wel al bijna te ruiken, zo goed en zo kwaad als dat gaat tegen te houden. Onder de duim te krijgen. Te stoppen. Er wordt gedaan wat nodig wordt geacht, niet wat bewezen effectief is. Dat laatste kan in dit stadium eigenlijk alleen de clairvoyant (m/v) eventueel zeker weten. Het eerste is juist een kwestie van zoveel mogelijk rationele afwegingen – en allerlei menselijke beperkingen.

In de supermarkt waar we steevast doorheen racen om maar zo min mogelijk in de nabijheid van mogelijke virusdragers te hoeven vertoeven liep laatst als uit het niets een oude kennis op de rolstoel van mijn zorgenkind af. Onvervaard met de ene hand hem al bijna vriendelijk aanrakend, terwijl de andere het verplichte mondkapje naar beneden trok. Onze vrije doorgang als een botte beer blokkerend. Of hij beledigd was door mijn barse optreden – ‘Ga weg joh! Raak hem niet aan!’ – of zich met terugwerkende kracht schaamde voor zijn domheid en egoïsme boeit me allerminst. Boos was ik alleen het moment dat hij me dwong hem en plein publique te corrigeren. Zijn hand wees inmiddels verontschuldigend naar zijn oor: ‘Ik heb een gehoorapparaat.’

Dat een volwassen kerel niet voldoende afstand houdt, midden in een winkel het mondmasker weghaalt dat zijn omgeving moet beschermen en zelfs meent iemand met onderliggend lijden wel eventjes ongevraagd te mogen aanraken is allemaal terug te voeren op ’s mans auditieve handicap? Je zou er toch haast van gaan wensen dat ‘ze’ dáár nou eens wat op verzonnen.

“anderhalf meter, voor iedereen beter!”

Wachters van de tijd

30 mrt

Tijd zoals we dat hier op aarde kennen, met vroeger en straks, te laat en tot ooit, bestaat bij de gratie van zwaartekracht. Bij zich in de ruimte voortbewegende volumes: de appel van Newton; die van Adam en Eva wellicht? Maar dat ter zijde.

Niets heerlijker dan wanneer je als kind in de lucht werd gegooid. Schommelen. Op het hoogste punt loslaten om nog iets langer te zweven. Trampolinespringen. Van de duikplank gaan.

De zwaartekracht tijdelijk, enigszins, weten te ontsnappen voelt zo veel beter dan gevangen zitten in de tijd, met je aandacht vastgekleefd aan wat was en aan wat nog moet komen, in plaats van in het moment van gewichtloosheid, waar het verstrijken van tijd voor even geen vat op je heeft. Waar je alleen maar hoeft te zijn. Wie je bent.

Voor kernvak Nederlands had mijn eindexamenklas Wachters van de tijd moeten verklaren. Zelf vond ik het gedicht vooral pijnlijk herkenbaar, maar ook best erg mooi. Het is dat mijn antwoorden niet foutloos genoteerd stonden, anders had ik fluitend een 10 gehaald. De rest zat te zwoegen voor een dikke onvoldoende. Die hadden dan wel geen dyslexie, maar ook geen flauw benul van doorvoelde eenzaamheid. Noch wisten ze hoe lang wachten duurt als het je tijd nog niet is.

Maar wat is er nou troostrijker dan af en toe een voorproefje hier op aarde van hoe hemels het in de gewichtloosheid van het hiernamaals straks, ooit, later is?

Een ander leven

24 mrt

Als student ging ik er ’s nachts stoned skinnydippen in de plas. En ik liep er moederziel alleen eindeloos rondjes met de kinderwagen om mijn huilbaby maar enigszins rustig te krijgen. Later laveerde ik er op rolschaatsen zijn rolstoel doorheen. Takken ontwijkend met de wind in de rug en door ons haar. Als vogels zo vrij. Rende ik er mijn knieën stuk omdat ik het dagenlang dikke, alles dempende sneeuwtapijt niet kon weerstaan. Werd ik er achtervolgd door een vervaarlijk zwalkende snorfiets.

Eigenlijk ben ik niet eens zo’n bosmens. Doe mij maar zee en zand in plaats van bomen en bladerdak. Maar de kaalgeknotte wilgjes langs het Laantje van Nooitgedacht stemmen me melancholisch en eenmaal in het Kralingse Bos ontroert het gekwetter en getjilp als een lang vergeten lied. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik hier was.

Ooit mijn kinds lievelingsroute rijden we nu in omgekeerde richting. Waar alles toen moeiteloos aan ons voorbijschoot werk ik me in het zweet om vooruit te komen. Wat ik onderweg aanschouw lijkt nieuw maar voelt toch vertrouwd. Het is thuiskomen, maar dan in een heel ander leven. Herkennen in tegengestelde volgorde. De film van je leven maar dan in slow motion. Dromen over een vreemde, futuristische stad waar je de weg weet te kennen.

zelfportret (2021)

%d bloggers liken dit: