Archief | schrijfoefeningen RSS feed for this section

Flashback

22 feb

Het overkwam me weer. Terwijl ik nietsvermoedend op een terras van de Supportbeurs met een onbekende geanimeerd (komt u hier vaker?) ervaringen uitwissel (die ooggestuurde computer is echt geniaal!) werd het tot dan toe van wederzijds respect getuigende gesprek abrupt en eenzijdig door de kleine mens bij wie ik had mogen aanschuiven, afgekapt. Dat out of the box denken niet vanzelfsprekend de toegevoegde waarde heeft die ik er zelf duidelijk wel aan hecht en soms zelfs kan leiden tot in blinde paniek opgeplakte en distantiërende labels is weliswaar oud nieuws, maar blijft toch steeds verbazen.

Ik had net met mijn tijdelijke tafelheer gedeeld dat die hele gedachtenbesturing blijkbaar absoluut niet is wat we er ons als leken gemakshalve meteen bij voorstellen (op zo’n beurs kom je al snel met de aanwezige onderzoekers zelf in contact) en daar in één adem aan toegevoegd dat ik communicatie door middel van iets a-technologisch als telepathie (je moet bijvoorbeeld aan iemand denken en die belt je prompt, of je belt zelf iemand die het nèt over je had) in de toekomst veel realistischer acht dan via dat as we speak in ontwikkeling zijnde kunststof matje met artificiële sensoren onder je hersenpan (of iets in die geest) – nou, hoe toegankelijk wil je het taboe van bovennatuurlijke hocus pocus hebben? – toen de goede man tegenover me plots versteende alsof er een roze olifant uit de hemel was komen vallen.

Hij herpakte zich overigens snel. Althans: hij liet zich beleefd verleiden op een ander onderwerp over te stappen alvorens, net als ik, in alle gemoedsrust (mag ik toch hopen) elders op die beurs bomvol handige hulpmiddelen en ingenieuze innovaties inspiratie op te doen. Hier ergens werd ik door een vrolijke jonge meid in een idem rolstoel lekker assertief aangemoedigd mee te werken aan haar actie om kleinerende effecten van labeling onder de aandacht te brengen van het grotere publiek.

“Ik word wel eens gelabeld als (…), maar eigenlijk ben ik ook (…)”, las ik met steeds dichter gefronste wenkbrauwen op het bord waarmee ik me bij hoge uitzondering best wilde laten fotograferen.

Wacht even. ‘Maar’? ‘Eigenlijk’? ‘Ook’? Vanwaar die voorzichtige bescheidenheid? Hoezo timide tegensputteren? Waarom geen onomwonden ‘terwijl’, ‘natuurlijk’, ‘gewoon’?

Mijn EMCB zoon is volledig afhankelijk van mij (en andere zorgprofessionals, alleen zijn die veel minder ervaren, laat staan vindingrijk). En ja, ik word ook wel eens gelabeld. Als ‘zweverig’ – en ‘naïef’, en ‘niet zo bijster snugger’. Klopt als een zwerende vinger. Toch moest ik m’n toezegging haar punt te maken weer terugdraaien. Welgemeend vriendelijk en netjes onderbouwd. Want voor niet aardig gevonden worden, recht door zee zijn en tegen de stroom in zwemmen, ben ik net zo min bang als voor het nog onontgonnen grote onbekende – dat gemakshalve (en niet te vergeten: als paniekerige verdedigingsreflex) meestal snel wordt weggezet als zweverig. Naïef. Of niet zo bijster snugger. Terwijl jezelf verkrachten om maar aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen pas echt eng is. Natuurlijk.

Als kind wilde ik graag uitvinder worden. Toen missionaris, of zendeling. Mee met de kermis of met de grote vaart. Pro deo advocaat. Luchtacrobaat.

(foto: 1985)

the Netherlands

2 feb

In 2020 valt er best veel te vieren. Dat Holland werd afgeschaft bijvoorbeeld. Of dat het Zomercarnaval al 35 jaar door de binnenstad paradeert (not!). Of de marathon voor de 40ste keer in Rotterdam wordt gelopen. En Ahoy dit jaar het 65ste Eurovision Songfestival mag huisvesten, ook nogal een mijlpaal natuurlijk. Terwijl ansichtkaartenwebsite Groetjes uit Delfshaven! van kunstenmakerij / atelier Aan de kade haar eerste jubileumjaar afturft. En deze hele zomer lang in het teken van de Pelgrim Vaders zal staan: 400 jaar geleden vertrokken die naar de andere kant van de oceaan vanaf de Voorhaven in historisch Delfshaven. Voorgoed. De gebiedscommisie heeft het er maar druk mee.

ansichtkaart groetjes uit Delfshaven €1,95

ansichtkaart groeten uit Delfshaven €1,95

Ansichtkaarten zijn te koop bij Lil’Delfshaven, An-Dijvie, de molenwinkel van Delfshaven, kunstenmakerij / atelier Aan de kade en via ansichtkaartenwebsite Groetjes uit Delfshaven.

Golden girl powerrr!

20 jan

Als aanloop naar mijn 60ste verjaardag tracteerde ik mezelf vorige week alvast op gouden klapcreolen. Van de lommerd, dus duurzaam en vintage in één klap. In het kader van ontspullen leverde ik meteen maar die ergens diep in een lade braaf bewaarde overtollige ringen in, en dat luchtte verbazend lekker op. Weg valse beloftes! Nooit gedacht dat jezelf je eigen miskleunen vergeven zo simpel zou zijn.

Of ik nog plannen had voor de grote dag, wilden de dames van me weten terwijl ze vrolijk speculeerden over een gênante surpriseparty met een van de olie glimmende – daar zou ik dan voor verantwoordelijk zijn – vleselijke geneugten-dansact. Maar ik wenste mezelf vooral een lekker rustig dagje toe. Nou, dat heb ik geweten.

Er staat nu ergens een Zweeds taartje voor me klaar en ik mag ook gratis een smeuïge tompouce ophalen. En eigenlijk had ik vandaag willen zwieren en zwaaien op de schaatsbaan, nu het nog kan. Maar de naweeën van een recente voedselvergiftiging –  zo eentje die je met liefde je ergste vijand toewenst – maken dat ik allang blij ben met mijn slappe dwijlbenen niet steeds uit mijn slome sloffen te schieten. En aan wat voor lekkers dan ook moet ik niet eens dénken. Voor de rest van mijn leven ben ik sowieso stante pede en onverbiddelijk vegetariër geworden. Er komt hier zelfs geen vegaworst meer in!

Wordt dit toch nog een verjaardag om niet snel te vergeten. Zonder eerst in één keer alle kaarsjes uit te blazen.

Let it snow, let it snow, let it snow

16 dec

Soms fantaseer ik dat er een dik pak sneeuw valt. Waar met een rolstoel niet doorheen valt te ploegen, zo veel. Zodat ik door overmacht gedwongen thuis eindelijk eens lekker door kan pakken. Net zolang totdat al die kleine en grotere klusjes één voor één genadeloos zijn weggewerkt. Heerlijk lijkt me dat.

raamexpo kunstenmakerij /atelier Aan de kade

limited edition kerstkaarten €2,95 p.st.

Weten hoe het hoort – NOT

12 nov

Het eerste wat ik deed was die drie geurstokjes weggooien. Toen de ramen open en de verwarming uit: het rook niet alleen fake fris in mijn tijdelijke slaapvertrek aan zee, het was er ook om te stikken zo warm. Die nacht had ik het desondanks druk met steeds het dekbed van me afgooien en in prikkende, tranende ogen wrijven – maar dan niet van de emotie er eindelijk eens een dagje tussenuit te zijn.

Op het weidse strand pal voor de hoteldeur moet je goed opletten niet in een verse drol te trappen. En word je om de halve kilometer wel besprongen door een natgeregende hysterische hond. Niet van die kleintjes ook. Eentje stompte zelfs steeds snoeihard met zijn muilkorf tegen m’n benen. Ik heb er blauwe plekken van.

In het restaurant rook het naast me ineens doordringend naar oude asbak. Discreet vertrok ik maar richting wc. Vanaf mijn nieuwe zitplaats kon ik sommige gasten zien loeren en smoezen. En vroeg ik me af of het eten hun nog wel smaakte. Of dat het went.

De kruidenmix over de patat frites is kennelijk net als die geurstokjes (en de gasgestookte open haard tegenover de toiletten) onlosmakelijk verbonden met de populariteit van deze keten. Na een paar happen gaf ik het op.

De zilte zeelucht striemde daarnet nog in mijn neus en mond. In de verte hadden  bliksemschichten uit een dreigend donkere wolk de van hagel en stortregens zwangere lucht verlicht. Mijn zwarte Speedo zwempak onder meerdere niet meer zo droge kledinglaagjes had ik niet meer nodig om me een verzopen zeehond te wanen. De twee keurig gekapte, witte wijn verslindende dames achter het panoramaraam zwaaiden niet enthousiast naar me terug.

Verder is hier niet zoveel te doen. Zo’n beetje alle strandtenten zijn al dicht zo laat in het seizoen. En De Viskeet die ik open trof bleek een zeevisserscafé. Zodat ik me nu maar met zakken vol vet-vegetarisch lekkers van de afhaalchinees, in mijn enige nog droge T-shirt op het voeteneinde van het luxe lits-jumeaux heb geïnstalleerd. Buiten loeit de wind onverminderd voort. De tonen van leer en bittere chocola in mijn plastic bekertje wijn maken het plaatje helemaal af. Wat een rust. Wat een weldadige rust.

Onbetaalbaar

19 sep

Hoe ik ook zoek: in mijn kinderjaren is géén puur geluksmoment te vinden. Of anders werd het wel weer van me afgepakt.

Zoals dat suède franje-jack waar ik on top of the world zo blij mee was, maar dat na drie weken ineens terug moest naar de winkel omdat er iets aan zou mankeren. Of ‘per ongeluk’ weggegooid, zoals die supergave spijkerbroek met lussen voor gereedschap en allemaal interessante zakken, van een andere supergoedkope megamarkt. Het afgeprijsde appelgroene T-shirtje dat ik het liefst ieder dag wel droeg was ook al ineens foetsie geweest. Terwijl dat toch heus een meisjeslook had. Maar misschien waren het toen mijn ontluikende borstjes die iemand dwars zaten?

De ervaring van me ‘volmaakt gelukkig voelen op de achterbank van een oude kever met open dak, met het hele gezin richting zonnige zuiden tuffend’ – zoals iemand onlangs speechte op de uitvaart van zijn vader, die zijn grote voorbeeld was en dat nu voor altijd zal blijven – heb ik in ieder geval nooit gekend. Het enige dat daarbij in de buurt komt zijn die handvol gelukzalige zomerdagen met mijn fantastische franje-jasje waarin ik me eindelijk voelde meetellen. Hoe een liefdevolle moeder te zijn heb ik later zelf maar uitgevonden.

Op de parkeerplaats had ik pas gesnapt dat het haar helemaal niet om het geld ging. Dat er iets heel anders speelde. Iets onuitgesprokens, iets tussen haar en mij. Dat ik haar met mijn pubergeluk blijkbaar ‘brutaal’ de ogen had uitgestoken en dat Sneeuwwitje dood moest, zou ik nu zeggen.

Daar en dan nam ik me heilig voor om niets, maar dan ook nooit meer iets, wat dan ook, van haar te willen – laat staan aan te nemen. Ik leefde nog liever op water en brood. Pas nadat ik mijn zelfbepaalde uiterste houdbaarheidsdatum had overleefd  kwam mijn toch niet zo dode vader in beeld.

Of wacht: er was nog één kinderlijk eenvoudig geluksmoment. Hoewel dat eigenlijk niet meetelt, want al volwassen. Net.

In mijn geval zat ik alleen op zo’n retro rode skai treinbank en tufte naar zuid Nederland, richting ouderlijk huis, op een stralende winterdag. Die ochtend was ik jarig en wel wakker geworden in een geïmproviseerd logeerbed ergens in de randstad. Brak en 18 jaar. En beretrots: dat ene, unieke once in a lifetime moment van volwassenwording had ik zomaar helemaal alleen voor mezelf! Gewoon in mijn schoot geworpen gekregen door het lot! Zoiets onbetaalbaars had ik nog niet eens durven dromen. Werkelijk het allerbeste verjaardagscadeau dat er maar bestond. En niemand nam me dat ooit, ooit, ooit nog af, drong bijna triomfantelijk tot me door terwijl het in warm zonlicht badende landschap langzaam aan me voorbij trok en geruststellend gemakkelijk telkens van kleur en vorm veranderde.

Oogappel (KAZ 2/13) acryl op doek – 60 x 80 cm (2019)

 

Wonderkind

22 aug

Tegenover de kunstacademie vol vieze drugs en seks stond de school waar ik zou leren ‘mensen helpen’. Maar zo werkte het helemaal niet in de randstad, bleek al ras. Feodaal iemands problemen willen oplossen was echt niet meer van de toen gangbare tijd. Neen, wij nieuwe lichting hulpverleners gingen onze toekomstige cliënten niet betuttelen en afhankelijk houden. Wij zouden ze wel eens even empoweren! Hoewel ik me nu afvraag of dit jargon in de jaren 80 eigenlijk wel al in zwang was.

In de kelder was de bar. Daar werd minstens zo hard geblowd als aan de overkant en wie het waar precies met wie deed, was tegen sluitingstijd mij in ieder geval nooit meer helemaal duidelijk.

Mijn afstudeerscriptie schreef ik samen met het vriendinnetje van de docent die ons daarbij diende te begeleiden. Dat wil zeggen: zij zorgde voor het typwerk, terwijl ik met haar psycholoog bekvocht over wiens thesis dat gezamenlijke werkstuk nou precies moest handelen. Hoewel ik meende de strijd van hem te hebben gewonnen bleek het gewrocht – want dat werd het: beide examinatoren hadden er niet doorheen kunnen komen maar gaven ons goddank wel het voordeel van de twijfel – nog jaren als lesmateriaal te zijn benut. Tijdens de opleiding van mijn zoons oppas was het – arm kind – kennelijk zelfs verplichte kost.

Dat je altijd nog iets te kiezen hebt, al was het maar tussen twee slechte opties, leerden we in de methodieklessen van Frank en Frans. Beiden uit de provincie: die waaruit ik net was ontsnapt. Hun geitenwollen sokken kan ik me niet per se herinneren maar ze hadden wel allebei een baard plus de daarbij passende idealen. Zie je het voor je? Aan eerstgenoemde heb ik te danken dat ik alsnog een gezonde dosis eigenwaarde ontwikkelde. Zijn truc was even simpel als doeltreffend: wie niet uitblinkt in één kwaliteit of talent is wel gespecialiseerd in allround bekwaam zijn. Punt. Duidelijk! Ik kon van alles een beetje, in plaats van alleen maar héél erg goed typen of mooie praatjes verkopen. Wat een  vondst. Op slag liep ik met opgeheven hoofd bijkans naast mijn – nieuwe, prima passende – schoenen.

Anno nu ben ik overigens maar wat blij dat ik sommige zaken met een gerust hart kan overlaten aan mensen die zich ergens in hebben gespecialiseerd. Met je allround bekwaamheid kom je echt een heel eind, veel verder dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Maar alleen een stripheld met superpower kan ook nog eens alles tegelijk hendelen. Mega Mindy ofzo. Of Wonder Woman.

portret van een wonderlijk kind

portret van een wonderlijk kind (KAZ 9/13) – acryl op doek – 100 x 100 cm (2019)

%d bloggers liken dit: