Archief | yoga oefeningen RSS feed for this section

BoTu in beeld

9 jan

Terwijl we coronaproof buiten wachten op ons patatje bekijk ik de posters achter het raam. Die met een grappig toepasselijk logo op een gezellige bierbuik vind ik het leukst. Maar ook de mannen die sportief een auto buiten beeld duwen hebben er duidelijk lol in.

Het bleek een aankondiging te zijn voor Foto Expo BoTu: een expositie van beeldmateriaal over de wijken Bospolder en Tussendijken in Delfshaven.

En een oproep om hiervoor foto’s aan te leveren. Thema: verandering en bewustwording. Periode: 1950-2022. Deadline: 7 januari.

Eergisteren dus, zag ik op het afgekloven mobieltje waarmee ik ooit een collectie ansichtkaartgroeten-snapshots schoot. De snackbarmedewerkster was zo attent ons vette tussendoortje te komen aanreiken.

Drie is een verzameling

5 jan

Op internet kon ik het nergens terugvinden, maar ik heb dus ooit gehoord of gelezen dat de een of de andere kunstenaar vond dat een verzameling al begint zodra je drie items hebt met één en hetzelfde thema.

Één is niets, twee is een paar, drie is een verzameling

In die geest zou mijn muizenverzameling vandaag zijn geboren. Dat het mijn intentie is het hier bij te laten doet daar verder niets aan af.

ieniemienie muis

– ultrasonische knaagdierenverjagers sluiten ‘wordt vervolgd’ niet gegarandeerd uit –

gevulde vogel

26 dec

Voor de afwisseling aten we dit jaar geen stamppot boerenkool op eerste kerstdag

En overgebleven kaaspannenkoeken in warme bouillon als ontbijt

Een voorheen Vlaamse Gaai at zich vandaag ongans aan traditionele pindaslingers

Systeem

19 dec

Na eerst een zwarte en daarna een donkerblauwe terug te hebben moeten sturen koos ik bij die drie maal is scheepsrecht-allerlaatste online bestelling maar voor de kleur op het begeleidende plaatje, in plaats van te vertrouwen op de zwart-op-witte beschrijving van het gewenste item: grijs. Dit overduidelijk in de hoop dat de kennelijke fout in het systeem inmiddels niet al was hersteld, want dan kreeg ik echt een bruine broek bezorgd. Dank u beleefd.

Mijn vraag aan de belastingtelefoon was een stuk minder ingewikkeld. Toch sprak, dan wel luisterde ik welgeteld 25 minuten en 31 seconden, respectievelijk met twee gratis belastingvraagbaken (m/v), naar veel overbodige uitleg over in de verste verte niet aangekaarte non-onduidelijkheden, alvorens het bijna kafkaëske, maar in ieder geval heel vermoeiende, mijn tijd en ieders belastinggeld verspillende gesprek dan maar af te ronden. Ik zou het op een ander moment nog wel eens proberen. Wellicht trof ik dan iemand met een andere kleur bril.

Als de expert die meende dat ik ‘het systeem gewoon niet begreep’ mijn vraag in haar eigen woorden had herhaald – een doorgaans volstrekt overbodige actie, maar nu even niet – waren we er vast wel uitgekomen. Ondanks haar gebrek aan relativerende humor en zelfspot. Maar na de zoveelste verhelderingspoging mijnerzijds, had de andere kant van de lijn wel eindelijk – yes! we zijn er! – hetzelfde ene vraagteken als ik, alleen niet ook de moed daar rond voor uit te komen. Dat ze me steeds niet had kunnen volgen geloofde ik tegen die tijd al lang niet meer.

Ook belastingbriefopstellers moeten bij hun omschrijvingen kennelijk kunnen roeien met de voorgeprogrammeerde riemen die ze tot hun beschikking hebben, als het systeem soms niet helemaal de juiste keuzeopties biedt. Dan staat er iets dat weliswaar niet erg logisch is, maar wel gewoon klopt. Zoals de omschrijving op de bestelbon bij die allerlaatste levering: van zowel een grijs als een beige – correct – kledingstuk.

Strategisch dan maar meteen twee bruine ribbroeken bestellen had me de snelste methode geleken om een simpele systeemfout te hacken. Met het hilarische gevolg kan ik heel goed leven. Mogelijk omdat ik inmiddels een sympathiek geprijsd alternatief aan een uitverkooprek vond. En iemand aan de lijn kreeg die zonder omhaal vertelde wat ik me moet voorstellen bij ‘toekomstig’, wanneer het eigenlijk vorig jaar betreft. Beter dan een ransomware-aanval die alle systemen dagenlang platlegt kon ik me niet wensen.

Of je worst lust

25 nov

Het telefoonnummer herken ik niet. En hoewel ik sta te koken neem ik toch op. Je weet maar nooit. Dat zou je ook nieuwsgierigheid kunnen noemen. Ik hoor ‘verzekering’ en denk ‘daar gaan we weer’. De naam is niet die van mijn vaste zorgverzekeraar.

Dat blijkt te kloppen. Iets met ‘zorgplicht’ is de reden dat ik word nagebeld. ‘Nou, u hoort het vast al: ik leef nog, hoor!’, stel ik de uitvaartverzekeringsdame snel gerust. En stamp stevig door: we eten hutspot.

Niet naar de haaien

24 nov

Wie met prepensioen is doet niet veel anders meer dan ‘leuke dingen‘. Zo gaan wij wekelijks naar de koeien – om loeiverse dikke yoghurt in te slaan. En eigenlijk best covidonverantwoord vaak naar de paarden – om ver van huis en haard op een huifbed rondjes te rijden. Daar hoorde ik laatst dat één paard uit de stal extreem veel ontwormd moet worden. Dat nam ik toen voor kennisgeving aan. Van paarden weet ik helemaal niets.

Maar sinds een makkelijk beïnvloedbare, bevriende basisarts haar diensten aanbood in geval van een onverhoopte covid-19 besmetting, door middel van kennelijk altijd goed werkende, edoch niet zo reguliere medicatie, hoor ik er bij nader inzien mogelijk toch een verborgen boodschap in: psst, coronahuismiddeltje kopen?

Over dat paardenontwormingsmiddel had ik inderdaad al eens iets gelezen: dat het bij mensen orgaanschade kan aanrichten, dat daarom as we speak dubbelblind onderzoek wordt gedaan. Dat we paard noch koe zijn, dat ik weinig op heb met kortzichtige overtuigingen en sowieso meer ben van het voorkomen dan het genezen had ze toch moeten weten?

Zouden antivaxers zich nou wel of juist niet laten tatoeëren met soms giftige inkten?, bedacht ik me. Wel of nooit van z’n leven lipfillers nemen? Voor of tegen siliconen borstimplantaten zijn? Of is dit appels met peren vergelijken?

Naar de haaien gingen we tot nog toe niet.

Tolerant Nederland

21 nov

Het is al lang geleden dat de fameuze Hollandse tolerantie internationaal in opspraak kwam. Het zou veel eerder getuigen van onverschilligheid, dan echt verdraagzaamheid uitdragen. Dat was destijds voor mij nogal een eyeopener. Zo had ik het nog nooit bekeken. Maar vanaf dan zou ik mijn verantwoordelijkheid nemen en me wél uitspreken als ik nonchalance, of andere misstanden tegenkwam. Hoe vervelend ik dat ook vond. In plaats van me gemakshalve zwijgend met mijn eigen zaken te blijven bemoeien.

Dat werd me natuurlijk niet altijd in dank afgenomen. Deels vanwege de ervaren vertrouwensbreuk: ‘ik dacht dat jij niet moeilijk was!’. Deels omdat een kritische kanttekening over het algemeen, en bij mensen met al dan niet vermeende macht in het bijzonder, doorgaans bar slecht valt. De aanval-is-de-beste-verdediging is dan kennelijk snel gemaakt. Soms hilarisch genoeg in de vorm van psychologische projectie – ‘Je bent nog niets veranderd’. Zoiets houdt het dan toch leuk.

Dat moet ook, want mijn missie houdt voorlopig niet op. Een transparante, eerlijker samenleving is nog steeds ver weg. Maar alle kleine beetjes helpen. Ook die speldenprikjes van mij – zal ik dat even voor u opruimen? Dat ‘anderen’ iets ook wel/niet doen laat me weliswaar onverschillig, misleiding en misbruik van vertrouwen niet.

Soms blijkt er simpel sprake van een mysterieuze systeemfout. Daarover zou je samen een filosofische boom kunnen opzetten – wordt techniek de mens nog eens de baas? Nou houd ik wel van een gelijkwaardige gedachte-uitwisseling met desnoods een beetje mysterie. En ik kan er de lol best van inzien als iemand zich achter een technisch systeem verschuilt – dat altijd gelijk heeft. Mij krijg je niet snel meer op de kast.

Die ene, enige keer dat ik ten einde raad een hulplijn belde klonk de dienstdoende crisisopvanger ongeveer zoals in die mayday-mayday-we-are-sinking-reclame: alsof het zijn allereerst oproep was. ’s Mans onhandigheid droop zowat uit de telefoonhoorn – dit speelde zich af in de tijd van vuistdikke papieren telefoonboeken en besnoerde draaischijftelefoons in hippe kleuren, in de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen die hele communicatiecommercial nog moest worden uitgevonden en ik net afgestudeerd was. Het gestuntel van de goede man was precies wat ik nodig had om bij mijn positieven te komen. Daarvoor heb ik hem oprecht heel hartelijk bedankt. Hem enigszins verbouwereerd aan zijn lot overlatend.

Daarom!

14 nov

Onderweg naar huis luisterde ik met een half oor naar de radio, die standaard op een praatzender staat afgestemd zodat ik gegarandeerd gevrijwaard blijf van geestdodende beats en nietszeggend liedjes. Het ging over de situatie aan de Poolse grens. De door Wit-Rusland gecreëerde humanitaire ramp aldaar. De stemmen klonken afwisselend geforceerd zalvend – een strategisch aangeleerde vaardigheid? – en heftig verontwaardigd: ‘Waarom moeten wij daar wat aan doen?’. Van dat laatste schoot ik ondanks alles in de lach. Maar toen niemand de stampvoetende dreumes bleek te corrigeren was de lol er meteen weer vanaf. Wat was dit voor laffe club?

Er kwam een moment dat de voorstander van ingrijpen – we mogen deze mensen niet aan hun lot overgelaten – bijna hoorbaar van zijn stuk was gebracht en even naar weerwoorden moest zoeken: toen dat wat hij kennelijk eerst nog vriendschappelijk verkoos te negeren zich onbekommerd bleek te kunnen herhalen. Het tot op het bot verwende ‘Waarom mogen zij dat dan wel?’ was allang niet meer alleen maar behoorlijk gênant. Het was een blamage voor de hele groep. Voor mannen in het algemeen en het geselecteerde radiogezelschap in het bijzonder. De man die uit humaniteit zijn in de val gelokte medemens wil helpen – in plaats van op te offeren aan principes: weigeren te zwichten voor manipulatieve dictators – maakte zich er desondanks vanaf met een flauwe kuldraai. Hij nam het heus niet op voor Loekasjenko of zo – ja, nee, duh.

‘Waarom moeten wij wél dicht en zij niet?’ De horeca heeft het nu onmiskenbaar zwaar te verduren in de eindeloos lijkende bestrijding van de coronapandemie. De zorg evenzo, zo niet nog vele malen zwaarder. Toch hoor je daar vandaan eigenlijk alleen alarmerende signalen in het algemeen belang: dat als er coronazieken blijven komen, de hele hulpverlening straks als een kaartenhuis instort. Dat in al onze ziekenhuizen een collectieve burn-out dreigt.

Mijn halve oor moet even hebben afgehaakt, want het volgende moment zit ik middenin een zelfhulpboekbespreking. Een vrouw die haar ‘vinnige stemmetje’ – waarmee ze uiteindelijk alleen maar verder van haar doel af raakt – gekscherend Griezelina noemde had mijn aandacht weer gewekt – uiteraard zonder die voor mijn medeweggebruikers te deleten, daar ben ik vrouw voor. Ze had de laagdrempelige methode uit het betreffende boek om valse – help! ik kom tekort! – overtuigingen te tackelen toegepast en was zo te horen – haar stem klonk in vrede met zichzelf – een gelukkiger, beter mens geworden. Rijker sowieso: zelfkennis is net als gezondheid onbetaalbaar.

vondst van de dag

14 okt

Op meerdere plekken in huis had ik weeral een vage muizenlucht geroken. Maar aangezien er van welk knaagdier dan ook niets te zien of te horen was, moest er dit keer toch sprake zijn van fantoomgeur. Loos alarm dus, zoals vorige week die hopeloos op hol geslagen rookmelder van een langdurig uithuizige buur. Inderdaad ‘vet irritant’. Toen ik ook nog chloor begon te ruiken was de maat voor mij vol. Het valletje vandaag zo te zien ook.

vondst van de dag

6 okt

Gisteren waren we er al langsgefietst. Of het toen nog droog was of inmiddels plensde weet ik niet meer. Wel dat ik me voornam de eerstvolgende keer toch even te stoppen. Me alsnog door de inhoud van het ‘Biebhuisje’ te laten verrassen. Doorweekt kwamen we thuis. Uitgelaten van ons regenavontuur.

Goed ingepakt in de miezer langs de Rotte wandelend werd mijn aandacht zowaar vanmorgen al, weeral naar dat leuke boomkastje vol gratis boeken getrokken – o ja, da’s waar ook!

Heel veel soeps bleek er niet in te staan: wat luchtkasteelromannetjes, een stapeltje tijdschriften. En iets dat ik herkende, alleen nooit echt vastgehouden had. Het voelde een beetje vies. Mogelijk door geknoeide etenswaar. Dat heb je met een kookboek.

Tussen de pasta en het gehakt staat hij. Straalverliefd. Zwart op wit. Op een onmiskenbaar goed gelukte foto uit een mies mislukt verleden. Op de terugweg naar huis bleef het nagenoeg droog. dav

%d bloggers liken dit: