Archief | yoga oefeningen RSS feed for this section

Verkoelend paneel

7 aug

Equilibra 2 – papier, karton en hout op hout – 36 x 57 cm (2007 – 2020)

Deze onlangs geüpdatete collage van karton, tijdschriftenpapier en hout op aangespoeld hout in verkoelend kleurpallet en met verfrissend waterthema, is een aanwinst voor ieder oververhit interieur.

>  Kosten geheel buitentemperatuur onafhankelijk!

Cørøna

12 jul

De laatste maanden voor corona kreeg ik steeds sterker het ongemakkelijke gevoel in een nieuwe serie afleveringen van Het geheime dagboek van Hendrik Groen te zijn beland. De dagbesteding van mijn zoon was, van het warm glanzende pareltje dat het tot pakweg 2008 nog was, langzaamaan verworden tot, tja, eigenlijk niet veel meer dan een veredelde parking voor rolstoelgebruikers, als je het goed beschouwde – maar wie, in welke afhankelijke positie dan ook, durft dat nou?

De ooit zo deugdelijk opgeleide groepsleiding, met een hoog invoelingsvermogen én het hart op de juiste zorghoogte, was om onoverkomelijke economische redenen allang en breed vervangen door steeds – en vlot – wisselende zorgleerlingen en stagiaires. Met alle vervelende, logische gevolgen voor hun kwetsbare, juist in de relatieve veiligheid van vertrouwde gezichten goed gedijende doelgroep. Terwijl tegelijkertijd eventueel idealisme – de zorgafhankelijke medemens dienstbaar zijn – bij veelbelovende leerlingen welhaast sadistisch de kop leek te worden ingedrukt.

Sowieso was samenwerking met het ervaringsdeskundige thuisfront sinds de laatste old school vakkracht haar heil dan maar elders zocht inmiddels not done. En bleek communicatie een kwestie van eenrichtingsverkeer geworden, evenals verantwoordelijkheid handig afschuiven een door het management kennelijk gewaardeerde kernvaardigheid. Om moedeloos van te worden.

Vaak genoeg heb ik op het punt gestaan de stekker er radicaal doch resoluut uit te trekken. Maar mijn volwassen EMB-zoon voor onbepaalde tijd thuis bezig zien te houden leek me nog onmogelijker dan hem daar en onder die – onverschillige? respectloze? badinerende? dehumaniserende? – uitzichtloze omstandigheden zijn tijd van leven verder te laten verdoen. Met recht een duivels dilemma.

En toen kwam corona.

In Zweden werd coronabeheersing aanvankelijk vooral gezien als een kwestie van ieders eigen verantwoordelijkheid. Waardoor valide levens er zo normaal mogelijk doorgingen, terwijl met name zorgafhankelijke ouderen, in schrikbarend hoog tempo het loodje legden. Wat bleek: in Zweedse verzorgingshuizen wordt net als hier veel gebruik gemaakt van stagiaires en anderszins beperkt opgeleid, gratis personeel. Bingo.

In Nederland hadden die in februari, toen corona nog vrij ver van ons warme bedje was, eindelijk én luid en duidelijk aan de bel getrokken over de onverantwoordelijk grote verantwoordelijkheden waarmee zorgleerlingen, zo nodig vanaf dag één op hun onbezoldigde stageplek, stelselmatig worden opgezadeld. Hun gedurfde keus om niet langer lijdzaam te zwijgen had me weer moed gegeven. Verandering was nabij!

Dat klopte. Alleen wel een beetje anders dan voorzien. En fulltime mantelzorgen bleek in de praktijk toch lang zo zwaar niet als non stop iemands gebroken hart zien op te lappen.

Zo zie je maar. Soms moet je op jezelf durven vertrouwen en tegen beter weten in actie ondernemen. En soms hoef je alleen maar geduldig af te wachten. Komt alles uiteindelijk vanzelf een keer goed. Dáár is dan weer geen woord Chinees bij.

In your face

24 mei

IMG_2204 (2)

Ons microleven in tijden van corona valt me tot nog toe alles behalve tegen. Een heftige koortslip drukte me desondanks wel weer even genadeloos met m’n neus op de nuchtere feiten: ’s zoons afweer is aangetast en dat maakt hem al zijn hele leven vatbaar voor van alles en nog wat. Mede daardoor is hij inmiddels alvast maar met prepensioen. Sowieso scheelt het een hoop zorgsectorenstress – waarmee ik de lezer hier nu verder niet zal vermoeien – en dat is juist gunstig voor iemands afweer. Mooi meegenomen, toch?

Mondkapjes dragen we pas als dat wordt verplicht. Want pas als iedereen zijn omgeving zou beschermen door zijn eigen virus goed dicht bij zichzelf te houden, lijkt het me ook echt wat toevoegen.

Dat is te zeggen: zolang zo’n mondmasker dan niet impulsief even wordt afgedaan om hygiënisch te kunnen niesen natuurlijk – zoals beschreven in een ooggetuigenverslag vanuit Berlijn, waar ze al wat langer, en op meer plaatsen verplicht zijn.

Maar voorlopig lijken we hier Aan de kade de coronadans nog netjes te ontspringen. Ondanks op ongepaste afstand op ons afgevuurde aerosolen van loze spuugdreigementen – ‘Ik doe het hoor!’ – en al.

Coronastress zou voor het grootste deel voortkomen uit die altijd sluimerend aanwezige oervraag: ‘Wat ben ik nog waard, wanneer alles waarop ik – m’n imago – bouwde, onaangekondigd maar onafwendbaar ineenstort’, las ik althans ergens in een coronacolumn. Je zou voorbereid willen zijn op dat allerlaatste oordeel, als vluchten echt niet meer kan.

Wat een wereld. Wat mooie nieuwe wereldordekansen.

Vitamine zee

20 mrt

Met een rolstoel het strand op is een hele uitdaging. Zeker nu we gepaste afstand moeten zien te houden. Dus vertrokken we extra goed voorbereid richting kust voor een frisse dosis vitamine zee. Zeker van onszelf en waaraan we begonnen.

Op het wijdse strand werd ik door geen enkele loslopende hond besprongen. Zandkastelen bouwende families zwaaiden van een gezellig veilig afstandje vrolijk naar ons terug, net als stoere kiters, aandoenlijke paardenmeisjes en een idem schatzoeker.

Maar de sportieve grijsaard waarmee ik ineens schouder aan schouder stond begreep er he-le-maal niets van. ’s Mans spontane duwhulp zal best heel goed bedoeld zijn, maar was niet veel meer dan heel erg misplaatst. Dat stak ik dan ook niet onder rolstoelen of zandbanken. Desondanks kreeg ik nog een bemoedigend schouderklopje toe. Of geruststellend. Of naïef. Wie zal het zeggen. Zelf vond ik het vooral heel erg dom.

Géén idee waarom de goede man meende de spreekwoordelijke uitzondering te zijn die de anderhalve meter afstandsregel bevestigt. Een andere generatiegenoot had daar wel een verklaring voor. Ik had haar in het voorbijwandelen toegeroepen dat we er nog maar goed van moesten profiteren, nu het nog kon. ‘Nu we in ieder geval nog niet binnen hoeven te blijven!’ Kennelijk had ze dat opgevat als een uitnodiging me aan te klampen. Mijn vriendelijk doch dringende verzoek meer afstand van ons te houden leek ze niet meteen te kunnen plaatsen. Pas toen ik een tandje strenger werd, deed ze een paar stappen terug. ‘Ja, maar’, tegensputterend. ‘Jullie zijn toch ook dicht bij elkaar?’

vitamine zee snuiven – nu het nog kan

Ranzig

17 mrt

In de dik tien jaar dat ik yoga heb ik meer juffen versleten dan minnaars. Misschien moet ik daar voor de duidelijkheid aan toevoegen dat ik bij dat laastste ‘in mijn totale volwassen levensjaren’ bedoel. Maar dan klopt het rekenplaatje weer niet. Dus laten we het erop houden dat ik kennis maakte met yogastijlen en -docenten in alle kleuren, smaken en maten. En dat ik aldoende leerde dat nare mensen zich werkelijk overal in de samenleving verschansen. Ook daar waar je het nooit zou verwachten. Zelfverklaarde zenboeddhisten, wereldverbeterende vrijwilligers en onbaatzuchtige verzorgenden zijn ook maar gewoon mensen van zwak vlees en kruiperig bloed, blijkt vaak in de praktijk. En dat is ook alleen maar logisch. Of heldhaftige farmaceuten die dag en nacht met alle macht zoeken naar een vaccin waarmee de immense uitdaging die inmiddels de ganse mensheid treft effectief kan worden aangepakt.

Dat dan wereldwijd te koop wordt aangeboden, behalve aan China? Dat is pas écht ranzig.

Smoesjes

16 mrt

Sommigen vinden het maar niets om ergens op te worden aangesproken. Niet zozeer doorsnee gênante zaken als ‘Je gulp staat open’ of ‘Er zit lippenstift op je tand’. Daarvan is de behulpzaamheidswaarde wel min of meer ingesleten. Hoe anders is dat wanneer expliciet iets wordt benoemd waaraan je eigenlijk helemaal niet wil worden herinnerd. Zo van: ‘Voel je je nu aangevallen ofzo?’. Of, iets minder direct: ‘Goed moment om je hand in eigen boezem te steken misschien?’ Bloedirritant natuurlijk, die rake observaties. Van een boomer. Want meestal betreft het jong, over het paard getild grut. Dat nooit de kans kreeg om wat dan ook te leren incasseren. Uitvluchten uit de mouw schudt als geroutineerde illusionisten.

Maar jezelf voor de gek houden, bijvoorbeeld om niet gek te worden van alle misstanden in de wereld – en niet te vergeten die in je eigenste micro-universum: de waarde van zelfinzicht wordt door kwasilogische leugentjes om bestwil vaak verontrustend effectief, geruststellend overstemd – is van alle tijden en generaties.

Van oudsher zou in liefde en oorlog alles zijn geoorloofd. Alles om maar niet met het grote onbekende te hoeven dealen. Kwasilogica. Little white lies. Vriendjespolitiek. Zelfverloochening.

Send me a postcard darling

29 feb

Nu is het Billie Eilish die ieders bewondering scoort maar in mijn tijd had je Mariska Veres als powervrouwrolmodel. Met de hit Venus stond haar Haagse rockband wereldwijd weken op nummer één.

Met het Eurovision Songfestival in Rotterdam Ahoy voor de deur en covid-19 hossend en wel the Netherlands binnengehaald zijn de hysterische ansichtkaarten van groetjes uit Delfshaven inmiddels helemaal hot – en bijna niet meer aan te slepen. Verzamel ze allemaal! Maar haast je, want op = op!

Reserveren kan via Shocking@groetjesuitdelfshaven.nl of Songfestival@groetenuitdelfshaven.nl. Maar ook via D400@delfshavenopdekaart.nl, 2019nCoV@delfshavenopkaart.nl en powervrouw007@aandekade.info: iedere catchy term voor de apenstaartjes is mogelijk! Want met die catch-all instelling komt alles dus altijd goed terecht.

Flashback

22 feb

Het overkwam me weer. Terwijl ik nietsvermoedend op een terras van de Supportbeurs met een onbekende geanimeerd (komt u hier vaker?) ervaringen uitwissel (die ooggestuurde computer is echt geniaal!) werd het tot dan toe van wederzijds respect getuigende gesprek abrupt en eenzijdig door de kleine mens bij wie ik had mogen aanschuiven, afgekapt. Dat out of the box denken niet vanzelfsprekend de toegevoegde waarde heeft die ik er zelf duidelijk wel aan hecht en soms zelfs kan leiden tot in blinde paniek opgeplakte en distantiërende labels is weliswaar oud nieuws, maar blijft toch steeds verbazen.

Ik had net met mijn tijdelijke tafelheer gedeeld dat die hele gedachtenbesturing blijkbaar absoluut niet is wat we er ons als leken gemakshalve meteen bij voorstellen (op zo’n beurs kom je al snel met de aanwezige onderzoekers zelf in contact) en daar in één adem aan toegevoegd dat ik communicatie door middel van iets a-technologisch als telepathie (je moet bijvoorbeeld aan iemand denken en die belt je prompt, of je belt zelf iemand die het nèt over je had) in de toekomst veel realistischer acht dan via dat as we speak in ontwikkeling zijnde kunststof matje met artificiële sensoren onder je hersenpan (of iets in die geest) – nou, hoe toegankelijk wil je het taboe van bovennatuurlijke hocus pocus hebben? – toen de goede man tegenover me plots versteende alsof er een roze olifant uit de hemel was komen vallen.

Hij herpakte zich overigens snel. Althans: hij liet zich beleefd verleiden op een ander onderwerp over te stappen alvorens, net als ik, in alle gemoedsrust (mag ik toch hopen) elders op die beurs bomvol handige hulpmiddelen en ingenieuze innovaties inspiratie op te doen. Hier ergens werd ik door een vrolijke jonge meid in een idem rolstoel lekker assertief aangemoedigd mee te werken aan haar actie om kleinerende effecten van labeling onder de aandacht te brengen van het grotere publiek.

“Ik word wel eens gelabeld als (…), maar eigenlijk ben ik ook (…)”, las ik met steeds dichter gefronste wenkbrauwen op het bord waarmee ik me bij hoge uitzondering best wilde laten fotograferen.

Wacht even. ‘Maar’? ‘Eigenlijk’? ‘Ook’? Vanwaar die voorzichtige bescheidenheid? Hoezo timide tegensputteren? Waarom geen onomwonden ‘terwijl’, ‘natuurlijk’, ‘gewoon’?

Mijn EMCB zoon is volledig afhankelijk van mij (en andere zorgprofessionals, alleen zijn die veel minder ervaren, laat staan vindingrijk). En ja, ik word ook wel eens gelabeld. Als ‘zweverig’ – en ‘naïef’, en ‘niet zo bijster snugger’. Klopt als een zwerende vinger. Toch moest ik m’n toezegging haar punt te maken weer terugdraaien. Welgemeend vriendelijk en netjes onderbouwd. Want voor niet aardig gevonden worden, recht door zee zijn en tegen de stroom in zwemmen, ben ik net zo min bang als voor het nog onontgonnen grote onbekende – dat gemakshalve (en niet te vergeten: als paniekerige verdedigingsreflex) meestal snel wordt weggezet als zweverig. Naïef. Of niet zo bijster snugger. Terwijl jezelf verkrachten om maar aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen pas echt eng is. Natuurlijk.

Als kind wilde ik graag uitvinder worden. Toen missionaris, of zendeling. Mee met de kermis of met de grote vaart. Pro deo advocaat. Luchtacrobaat.

(foto: 1985)

Golden girl powerrr!

20 jan

Als aanloop naar mijn 60ste verjaardag tracteerde ik mezelf vorige week alvast op gouden klapcreolen. Van de lommerd, dus duurzaam en vintage in één klap. In het kader van ontspullen leverde ik meteen maar die ergens diep in een lade braaf bewaarde overtollige ringen in, en dat luchtte verbazend lekker op. Weg valse beloftes! Nooit gedacht dat jezelf je eigen miskleunen vergeven zo simpel zou zijn.

Of ik nog plannen had voor de grote dag, wilden de dames van me weten terwijl ze vrolijk speculeerden over een gênante surpriseparty met een van de olie glimmende – daar zou ik dan voor verantwoordelijk zijn – vleselijke geneugten-dansact. Maar ik wenste mezelf vooral een lekker rustig dagje toe. Nou, dat heb ik geweten.

Er staat nu ergens een Zweeds taartje voor me klaar en ik mag ook gratis een smeuïge tompouce ophalen. En eigenlijk had ik vandaag willen zwieren en zwaaien op de schaatsbaan, nu het nog kan. Maar de naweeën van een recente voedselvergiftiging –  zo eentje die je met liefde je ergste vijand toewenst – maken dat ik allang blij ben met mijn slappe dwijlbenen niet steeds uit mijn slome sloffen te schieten. En aan wat voor lekkers dan ook moet ik niet eens dénken. Voor de rest van mijn leven ben ik sowieso stante pede en onverbiddelijk vegetariër geworden. Er komt hier zelfs geen vegaworst meer in!

Wordt dit toch nog een verjaardag om niet snel te vergeten. Zonder eerst in één keer alle kaarsjes uit te blazen.

Weten hoe het hoort – NOT

12 nov

Het eerste wat ik deed was die drie geurstokjes weggooien. Toen de ramen open en de verwarming uit: het rook niet alleen fake fris in mijn tijdelijke slaapvertrek aan zee, het was er ook om te stikken zo warm. Die nacht had ik het desondanks druk met steeds het dekbed van me afgooien en in prikkende, tranende ogen wrijven – maar dan niet van de emotie er eindelijk eens een dagje tussenuit te zijn.

Op het weidse strand pal voor de hoteldeur moet je goed opletten niet in een verse drol te trappen. En word je om de halve kilometer wel besprongen door een natgeregende hysterische hond. Niet van die kleintjes ook. Eentje stompte zelfs steeds snoeihard met zijn muilkorf tegen m’n benen. Ik heb er blauwe plekken van.

In het restaurant rook het naast me ineens doordringend naar oude asbak. Discreet vertrok ik maar richting wc. Vanaf mijn nieuwe zitplaats kon ik sommige gasten zien loeren en smoezen. En vroeg ik me af of het eten hun nog wel smaakte. Of dat het went.

De kruidenmix over de patat frites is kennelijk net als die geurstokjes (en de gasgestookte open haard tegenover de toiletten) onlosmakelijk verbonden met de populariteit van deze keten. Na een paar happen gaf ik het op.

De zilte zeelucht striemde daarnet nog in mijn neus en mond. In de verte hadden  bliksemschichten uit een dreigend donkere wolk de van hagel en stortregens zwangere lucht verlicht. Mijn zwarte Speedo zwempak onder meerdere niet meer zo droge kledinglaagjes had ik niet meer nodig om me een verzopen zeehond te wanen. De twee keurig gekapte, witte wijn verslindende dames achter het panoramaraam zwaaiden niet enthousiast naar me terug.

Verder is hier niet zoveel te doen. Zo’n beetje alle strandtenten zijn al dicht zo laat in het seizoen. En De Viskeet die ik open trof bleek een zeevisserscafé. Zodat ik me nu maar met zakken vol vet-vegetarisch lekkers van de afhaalchinees, in mijn enige nog droge T-shirt op het voeteneinde van het luxe lits-jumeaux heb geïnstalleerd. Buiten loeit de wind onverminderd voort. De tonen van leer en bittere chocola in mijn plastic bekertje wijn maken het plaatje helemaal af. Wat een rust. Wat een weldadige rust.

%d bloggers liken dit: