Archief | yoga oefeningen RSS feed for this section

Applausje voor jezelf

5 jun

Neerbuigend bejegen, kleineren en vernederen, opzettelijk misverstaan en monddood maken: het zou niet mogen kunnen in Zorgland. Niet in Nederland, toch? Maar het gebeurt. Wel. ‘Zorg’ zonder grenzen: schoffering is het nieuwe rood-wit-blauw. ‘Ze proberen het gewoon en komen er nog mee weg ook.’, aldus advocaat Kevin Wevers in de Groene.

Wat dit voor een kaaskop als ik extra fascinerend maakt is dat het dragen van een exotisch klinkende achternaam – bijvoorbeeld die van je mediterrane verwekker/erkenner – meteen al de hele afhandelingstoonzetting lijkt te kunnen bepalen. Vooral als die achternaam veel gemakkelijker wordt geassocieerd met couscous en kebab dan met pizza en pasta. Dat laatste vermoedde ik al wel, maar verbaasde me toch wat, toen ik het in de praktijk terloops aan een degelijk opgeleide, goed bedoelende gemeenteambtenaar voorlegde. Van prosecco worden mensen natuurlijk ook veel vrolijker dan van kamelemelk, logisch. En ‘ciao ciao’ bekt voor de gemiddelde Hollander toch lekkerder dan ‘allahoe akbar’. Hulpverlenen is ook maar mensenwerk, blijkt maar weer. Net als schoonmaken en patatten snijden.

Wat ik vrijwel dagelijks mis is dat kleine beetje waardering dat juist het verschil kan maken. Wat de dag waaraan je door een zoveelste gebroken nacht al moe begon, nèt ietsje lichter laat lijken. Wie weet hoe de hazen lopen is niet zuinig met op z’n tijd een welgemeende dikke duim – en schroomt evenmin de vinger op de zere plek te leggen. Die vraagt niet wat iemand met een ernstige beperking zoals mijn zoon nou eigenlijk bijdraagt aan de samenleving. Die snapt, net als wijlen rapper Feis, dat hij als geen ander ‘normale’ mensen weet te inspireren om óók domweg zichzelf te accepteren zoals ze diep van binnen zijn – in plaats van eindeloos acceptatie na te jagen. Dat hij het levende bewijs is dat je helemaal vanzelf gelukkig bent en oprecht blij wordt als je in vrede leeft met jezelf.

Feis (Faisal Msyyeh, 25/1/’86 – 1/1/’19) werd op nieuwjaarsnacht vermoord toen hij hier vlakbij op de Binnenweg een domme ruzie probeerde te sussen. Hij was een van de stoere ‘bro’s’ waarnaar Emiel tijdens zijn rollende loopje naar het centrum vol overtuiging roept en lacht: hé, vrienden! Meestal krijgt hij daar dan een teken van waardering en respect voor terug – en soms houd ik mijn hart een beetje vast.

Advertenties

Déjà vu van de dag

31 mei

Het was de vaste matroos van ‘Oceaniumboot’ de Haaibaai van wie ik – onderweg naar de Maasvlakte – uiteindelijk het hele verhaal te horen kreeg: eind vorige eeuw had een dierenverzorger zijn toen nog revolutionaire idee bij de baas van Blijdorp neergelegd. En wat begon voor alleen kankerpatiëntjes uit het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam, groeide gaandeweg uit tot een mondiaal evenement voor ernstig zieke en gehandicapte kinderen. Op dit halfrond op de eerste vrijdag in juni – of daar vlakbij. Down under op de eerste vrijdag in december. Tot hij zelf kanker kreeg was hij de onvermoeibare motor achter dit jaarlijks terugkerende feestje. Nu doet hij het rustiger aan, maar blijft als vrijwilliger nauw betrokken bij ‘Dreamnight at the Zoo’. Zelf kende ik hem alleen van zien en van groeten, en natuurlijk van die uitnodigingen die hij desnoods in onze brievenbus achterliet.

Iemand bellen die dan opneemt met ‘ik moest net aan je denken’ is niet echt ongebruikelijk voor de gemiddelde sterveling. En een liedje in je hoofd neuriën, dat een ander vervolgens spontaan – en luid – begint te zingen, heeft het gros van u vast ook wel eens meegemaakt – en dat je je dan toch een beetje betrapt voelt, omdat je er zeker van was dat niemand je kon horen, wat ook zo was, alleen eventjes niet zo leek.

Anders ligt het wanneer je een enveloppe bij je steekt met de intentie die voor een bepaalde datum aan een bepaald iemand te overhandigen, terwijl je uit ervaring weet dat je die persoon sporadisch en sowieso alleen spontaan zomaar ergens tegenkomt. En toch komt het dan steeds goed. Jaar in jaar uit. – Of in ieder geval minstens twee keer: zo bijzonder vond ik het kennelijk ook weer niet, dat ik het me nu niet eens meer precies herinner, wat bijna blasé klinkt, of dat gewoon is. Erger nog: ik was er – geloof ik – inmiddels bijna op gaan rekenen dat het vanzelf wel in orde zou komen.

Evengoed ontzettend bedankt Peter! Bedankt dat je zelfs als we met de noorderzon zijn vertrokken nog aan ons blijft denken wanneer je je met hart en ziel inzet om alwéér een nieuwe editie van Dreamnight at the Zoo vorm te geven! (Ik meen me tenminste te herinneren dat die Crooswijkse buurman Peter zou heten. Met die achternaam van een buurmeisje uit mijn kleutertijd.)

detail infobord Oceanium  Diergaarde Blijdorp, Rotterdam

Zen momentje

26 mei

In 2017 ontstond het idee om onder bruggen over de Delfhavense Schie en Coolhaven gedichten van Rotterdamse dichters te publiceren. In totaal zo’n tien stuks (potentiële eindexamenstrikvraag tekstverklaren: gedichten, bruggen, of dichters?). Wachtenden kunnen dan in een moeite door iets van enige diepgang lezen en dat op zich laten inwerken. Net zo lang overpeinzen en in gedachten verzonken wegdromen tot de slagbomen rinkelend en wel weer worden geheven. Helaas resulteerde dit laatste (juiste antwoord: dichte slagbomen) bij de eerste realisering van het open/dicht-project wekenlang voor bizar lange files op de wal, en zelfs op het water. Zo ben ik mijn zoon op een avond maar uit zijn groepsvervoermiddel gaan verlossen na door de chauffeur (voor de zoveelste keer die middag) te zijn ingeseind dat hij voor die laatste honderd meter nog wel eens een half uurtje extra nodig zou kunnen hebben – en binnen ons prakje inmiddels vies stond te verpieteren.

Bij werkzaamheden aan de Mathenesserbrug denkt de doorsnee Delfshavenaar en een doorgewinterde binnenvaartschipper meteen aan klemmend staal, meestal door hoge buitentemperaturen. Wat dan eenvoudig wordt opgelost door wat mannetjes goed te laten koelen met zuiver Rotterdams Schiewater. Soms is het nodig om een essentieel onderdeel te vervangen. Dan moeten er experts worden ingevlogen. En dat kan wel even duren. Een weggebruiker rijdt of loopt dan vloekend en tierend naar de eerstvolgende andere brug. Een schipper moppert wat en zet voor zichzelf een verse bak koffie voor bij de Schuttevaer, of een andere inmiddels mies vergeelde binnenvaartcourant.

foto: Lodder scheepsreparatie – Haaibaai & Haaibaai 2017

Douze points / 10 punten

19 mei

Het thema van het songfestival was dit jaar Dare to Dream, de Europese versie van mainstream maakbaarheidscredo ‘Durf te dromen’. Niet bang zijn je kop te stoten aan dat denkbeeldige glazen plafond dus, maar meteen goed doorpakken en voor de hoofdprijs gaan. Niet talmen, niet uitstellen, niet zeuren dat je – ja maar – ongesteld moet worden en dan per definitie niet te genieten bent. Gewoon op zijn Rotterdams de mouwen opstropen en met je handen in de klei. Zoiets moet die buurvrouw vanmorgen tenminste ook gedacht hebben toen ik haar bij wijze van ludieke actie een bos doorgewoekerde bamboe aanbood – waarvan ze net zo min gediend bleek als ik (Madonna!, wat werd die vals).

Toen mijn zoon een paar jaar terug 29 werd organiseerde ik een fout campingfeestje. Slechtste singer-songwriter van Nederland Gerson Main’s gekke liedje ‘Koning van de camping’ had me daartoe geïnspireerd. Songfestivalwinnaar Duncan lijkt ook al – zo vreemd – te zijn beïnvloed door een silly song van hem. Diens ‘ooh-ooh-ooh’ kwam mij tenminste juist genant bekend voor van een cd uit zoonliefs muziekverzameling. Ik geef mijn douze points dan ook aan desbetreffende baldadige balade – en aan die buurvrouw 10 punten voor de moeite.

Mega Moeder van de dag

12 mei

De eerste keer dat we tegelijkertijd ziek waren was een jaar of vijf terug. Daarvoor werd ik altijd pas ziek als mijn (Z)EVMB – voorheen: (E)MCG – zoon al lang en breed was opgeknapt. Dan pas ‘mocht’ het, om zo te zeggen. De aftrap kreeg meteen een feestelijk tintje: het was kerstavond toen hij begon met spugen en eerste kerstdag (ik stond juist zijn ondergekakte bed te verschonen) toen de koorts ook bij mij toesloeg. Aan de traditionele boerenkool zijn we dat jaar niet meer toegekomen. Een paar dagen later werd ik wakker op een overigens aangenaam koude keukenvloer, met een wang tegen heerlijk koele tegeltjes. Dat het donker was en relatief stil vertelde me dat het nacht moest zijn. Het laatste dat ik me kon herinneren was dat ik me raar had gevoeld en een slok water ging drinken. Nooit eerder was ik out gegaan en ik vond het maar eng om zomaar een hap tijd kwijt te zijn. Dat moest ik in het vervolg toch zien te voorkomen. Sindsdien zijn we eigenlijk steevast samen ziek – wat ik natuurlijk niet meteen doorhad. Mijn zoon begint en ik volg vrij snel. Daar kun je op wachten. Nu ik zelf bijna geen stem meer heb snap ik pas dat dit alleen een grappig bijeffect is van best vervelende keelpijn. Hijzelf kon het me niet vertellen en ik ben helaas niet helderziend, althans niet wat dat betreft. Als ik straks ook lig te bulken in bed weet ik pas hoe dat aan zijn longen moet hebben gevoeld. Liever had ik het natuurlijk anders – en wel andersom. Maar je hebt het in het leven nu eenmaal niet altijd zelf voor het zeggen.

De stinkwassen zijn nu wel zo goed als weggedraaid, de voorraden weer redelijk aangevuld, het huis grondig gelucht en wijzelf liggen er netjes gekamd en geschoren voor Pampus bij. De laatste levering ansichtkaarten is nog steeds maar half uitgepakt – en bij lange na nog niet gedistribueerd – maar door een typisch gevalletje bovennatuurlijke krachten zit er wel weer iemand mega-mooi in zijn – bijna historische – rolstoel.

foto: Aan de kade

Mega-mooie snapshot van opening Lage Erfbrug met hergebruikt historisch brugwachtershuisje Lil’Delfshaven – foto: Aan de kade (te koop als ansichtkaart)

Geen 13 in een dozijn

4 mei

Als je vroeger ziek was moest je ‘het bed houden’. Dat was doodnormaal. Je verveelde je stierlijk, maar zonder smartphone deed je dat destijds natuurlijk toch wel. Alleen besefte je toen nog niet wat je allemaal moest missen. Op een van die saaie dagen die ik met de een of andere kinderziekte in bed moest doorbrengen kreeg ik een pakje gekleurde vouwblaadjes en een potje van die witte kinderlijm cadeau, met aan de binnenkant van het deksel – heel fascinerend – een kwastje. Daarmee produceerde ik stapels en stapels envelopjes voor mijn moeder. Zo dacht ik mezelf in ieder geval nog nuttig te maken. Zij vond het vooral hilarisch. En kennelijk ook zorgelijk: de huisarts – die in die tijd vanzelfsprekend op huisbezoek kwam – werd althans verzocht zich in één moeite door ook even over mijn psychische gesteldheid uit te spreken. De goede man was wijs en adviseerde me warm van de resterende velletjes fijn iets voor mezelf te knutselen. Gek eigenlijk, hoe zoiets subtiels van zo lang her, je toch nog zo goed kan bijblijven.

In de jaren daarna werd je steeds sneller op school terugverwacht na een fikse verkoudheid of griep. En voor verveling had ik door alle in mijn kop over elkaar heen buitelende plannen en ideeën – alles is ook zo leuk – naast mijn vervolgstudie gewoonweg geen tijd. Tijdgebrek is door de keuzes die ik in mijn leven maakte sowieso een constante factor gebleven. Momenteel zoek ik bijvoorbeeld bijpassende enveloppen voor een onhandig formaat kaarten: onbegonnen werk. Want dat – een mooie envelop – is kennelijk wat mensen verwachten bij een unieke, handgemaakte en genummerde kaart van €6,95. Maar goed, ‘mooi’ is ook maar relatief natuurlijk. Zelf houd ik bijvoorbeeld erg van hergebruikte materialen. Dus terwijl ik nu wacht tot de -lijst voor plekhuur bij cadeauwinkel Voorlopig (tergend slow) slinkt, plak ik van een (in An-Dijvie’s ‘gratis boeken’-kastje gevonden!) verregende antieke Bosatlas mooie zakjes, met authentieke vochtvlekken op het broze, rustiek vergeelde papier. Net als knippen, nummeren, en signeren pakt vouwen en plakken in serie eigenlijk best rustgevend voor me uit. Deze nuttige bijwerking van iets met aandacht herhalen maakt het dan ook veel minder een k***e-klusje op mijn to-do-lijst dat af moet; ik kijk er zelfs naar uit er tijd voor te vinden – of te maken, want altijd zoveel te doen en zo weinig speelruimte. Er zitten gewoon nog steeds te weinig uren in een dag en te weinig dagen in een week – een teken dat iemand zich niet in slaap heeft laten sussen. Laat staan dat er ergens een 13de maand op me zou liggen wachten. Nu gratis handgeplakt zakje bij aankoop genummerde kaart. Zolang de voorraad strekt – bij An-dijvie, Lil’Delfshaven en Aan de kade. 

Opgedragen aan Simone v. M. 

%d bloggers liken dit: