Tag Archives: 60-plus

Buitenspelen

17 feb

Er hangt voorjaar in de lucht. Of zijn het de langverwachte versoepelingen die tot ongevraagd contact verleiden?

Een quasinonchalante vraag – en van welk jaar bent u? Een vriendelijke box tegen m’n rug. Een onbegrijpelijke marktgrap – iets met lekkere kippen en een vette lach.

Ik had ze voor het uitkiezen vandaag, de toeschietelijke types met twinkelende ogen: valide, invalide, jong, oud, beschaafd, brutaal, charment, nonchalant, te goeder trouw of onmiskenbaar onbetrouwbaar.

Ze maakten nochtans stuk voor stuk geen schijn van kans. Maar dat gaf niets. Het was maar een spel. De zon scheen avontuurlijk, de wind waaide winterjassen op en er was storm op komst.

Long-term survivor

1 feb

Wie voor de komst van combinatietherapie – in Nederland sinds 1996 beschikbaar – hiv-positief testte én nog steeds in leven is, wordt wel long-term survivor genoemd.

Een geuzennaam? Een winnend lot? Een rariteit?

Zeldzaam is het sowieso. Hoewel ik geen cijfers kan vinden om dat aan te tonen. In de begrippenlijst van Stichting Hiv-Monitoring komt het hele woord niet eens voor. Daar staat bij de L alleen ‘leukocyten’. Leuk dan.

Ook de RIVM doet niet aan diagnosedatum-onderscheid. Alle mensen met hiv zijn gelijk, logisch. Zo ook de minderheids-subgroep positieve vrouwen: anno 2021 zo’n 16% van het vermoedelijke aantal ingezetenen die leven met hiv. Nog geen 4000 meisjes, moeders en andere ladies loving life, op een bevolking van dik 17 miljoen. Ofwel 0,00225 procent: een winnend lot?

Het huidige aantal long-term survivors is een intrigerend mysterie. Reken maar na: vorig jaar stond de teller op zo’n 24.000 al dan niet gediagnosticeerde hiv-plussers. In 1996 waren hier nauwelijks 8000 seropostieven bekend. Daarvan kende ik er toen nog geen 1%. Van gezicht, van naam. Van vergaderingen, van dagelijks contact. Voor ruwweg de helft kwamen de combinatie-cocktails te laat. Een onbekend deel is nog in leven. Dat is zeker. Mannen, vrouwen, jongvolwassenen.

Lucky devils. Diehards. Zondagskinderen.

What’s in a name

26 jan

Terwijl ik bedenk dat zijn gezicht al net zo gespikkeld is als mijn voordeur, zie ik hem iets denken in de trant van ‘jou zou ik voor een miljoen nog niet willen doen’. Net als zijn collega geeft de vakman nul blijk van klantvriendelijkheidsbesef. Waarom zouden ze ook. Dat staat niet in hun opdracht. Dezelfde dag nog vraagt iemand om contactgegevens van ‘dat vrouwtje’. De lokale politica die hij daarmee bedoelt is weliswaar tenger, maar nou niet bepaald klein van stuk. Na enige aarzeling verwijs ik hem door naar iemand met haar op haar tanden.

Mannen hebben zo hun eigen logica. Berustend op met de paplepel ingenomen aannames, die nergens anders op gronden dan vermeende aangeboren superioriteit.

Hetero- of homosexueel: mannen blijven mannen. Voor wie vrouwen pas meetellen als ze respectievelijk neukbaar zijn of inzetbaar voor liefdewerk oud papier. Zoals uitgescheurde kruizen repareren – jij kan toch zo goed naaien? – of gratis columns schrijven voor hiv-glossy Hello Gorgeous. Dat laatste niet eens vanwege je tot nadenken verleidende columns in concullega Hivnieuws – welnee: om een divertisiteitsgat te kunnen vullen, wat dacht je zelf? Waarvoor ik dan desgewenst overal tegenaan mocht schoppen. Zolang ik me maar aan ieders leesgemak conformeer – ja duh, zo zijn we niet getrouwd.

Voor het proefnummer had ik Maagd aangeleverd. Een korte tekst met desondanks meerdere lagen die alleen door de eveneens gestrikte illustrator als poëtisch werd herkend. In de slotzin ervan verzuchtte ik al dat ‘Ik wou dat ik er nooit aan begonnen was’. Wat bijzonder snel bewaarheid bleek: de onontkoombare machtsstrijd om ‘juiste’ taalkundige keuzes kostte meer bloed, zweet en tranen dan het schrijven van de integrale vervolgcolumn. In Hello Gorgeous verscheen zodoende welgeteld nog één keer een bijdrage met mijn signatuur: What’s in a name. In het geniep gerestyled – als represaille, omdat ik er die keer gewoon wel voor wilde worden betaald?

Een respectvolle aanduiding voor iemand met mogelijkheden om nieuw leven te baren moet nog worden uitgevonden, maar alla. Een kniesoor die daar op let.

Golden girl powerrr!

20 jan

Als aanloop naar mijn 60ste verjaardag tracteerde ik mezelf vorige week alvast op gouden klapcreolen. Van de lommerd, dus duurzaam en vintage in één klap. In het kader van ontspullen leverde ik meteen maar die ergens diep in een lade braaf bewaarde overtollige ringen in, en dat luchtte verbazend lekker op. Weg valse beloftes! Nooit gedacht dat jezelf je eigen miskleunen vergeven zo simpel zou zijn.

Of ik nog plannen had voor de grote dag, wilden de dames van me weten terwijl ze vrolijk speculeerden over een gênante surpriseparty met een van de olie glimmende – daar zou ik dan voor verantwoordelijk zijn – vleselijke geneugten-dansact. Maar ik wenste mezelf vooral een lekker rustig dagje toe. Nou, dat heb ik geweten.

Er staat nu ergens een Zweeds taartje voor me klaar en ik mag ook gratis een smeuïge tompouce ophalen. En eigenlijk had ik vandaag willen zwieren en zwaaien op de schaatsbaan, nu het nog kan. Maar de naweeën van een recente voedselvergiftiging –  zo eentje die je met liefde je ergste vijand toewenst – maken dat ik allang blij ben met mijn slappe dwijlbenen niet steeds uit mijn slome sloffen te schieten. En aan wat voor lekkers dan ook moet ik niet eens dénken. Voor de rest van mijn leven ben ik sowieso stante pede en onverbiddelijk vegetariër geworden. Er komt hier zelfs geen vegaworst meer in!

Wordt dit toch nog een verjaardag om niet snel te vergeten. Zonder eerst in één keer alle kaarsjes uit te blazen.

%d bloggers liken dit: