Tag Archives: als een meisje nee zegt

Ik ook

5 Dec

In de jaren 60 was een lange broek ‘niets voor een meisje’. Maar ik was een slim meisje en vroeg er een aan oma-Sinterklaas. Uit het pak met mijn naam erop kwam iets in pasteltint dat ik met geen mogelijkheid kon plaatsen. Moeder: (dwingend) ‘Nou, dit wilde je toch zo graag?’ De elastieken bandjes bleken voor onder je voeten en waren maar een paar minuten lollig. Het was echter geen surprise. Dat ik het er die winter ‘maar mee had te doen’ heeft mijn inventiviteit en vastberadenheid in ieder geval goed gedaan – twee eigenschappen waarvan ik nog steeds veel plezier heb.

‘Mijn jas. Mijn nieuwe jas!’, kon ik alleen maar in stilte jammeren. Bovenop me lag een hijgende klasgenoot, onder me krioelden torren en wormen in rottend gebladerte. Het was pikkedonker en ik wist de weg niet in de polder. Onderhandelen (kijk eens wat een mooie sterrenhemel) werkte niet. Er zat niets anders op dan wachten tot hij me – alsnog – naar huis begeleidde. Nu denk ik: waarom had je het lef niet om terug te fietsen naar dat feest? Dan had je naar huis kunnen bellen dat je moest worden opgehaald en misschien zelfs voor het eerst gezoend met die jongen waar je toen zo verliefd op was.

Of het leuk was geweest. Mijn openheid mocht niet baten. Ik werd niet gehoord, denk ik nu. Of ik het nu leuk vond of niet: seks hoorde er nu eenmaal bij, dat hadden meisjes maar te accepteren. Dat was zo voorbestemd. En het was een goede partij. Het werd tijd dat ik voor mijn uitzet ging sparen. – Zo ging dat toen. Meisjes hadden niets in te brengen. Daar werd niet naar geluisterd. Pas 4 jaar later maakte ik het uit. Vlak voor het eindexamen. Iedereen sprak er schande van. Hoe kon ik.

Ineens kon ik het! Op mijn strepen staan: tot hier en niet verder. Ik ga in Rotterdam studeren en je waagt het niet ook die stad te kiezen. Mijn leven zou eindelijk beginnen en niemand pakte me dat meer af. Het was nu of nooit.

Nu woon ik er alweer 40 jaar en nog steeds heb ik geen pannenset met matching eierwarmers. ‘Hoe het hoort’ past niet bij mij en niet bij het huis dat ik inmiddels aan de haak heb geslagen – over voorbestemd gesproken.

Advertenties

Alternatieve argumenten

12 Mrt

Dat ik na die 3 jaar niet het alleenrecht op hem had. Dat wat hij met haar had, los stond van wat wij hadden. Dat ik zijn vrijheid had te respecteren: sinds gisteren moet ik steeds terugdenken aan rare patstellingen waar ik nooit helemaal zonder kleerscheuren uitkwam. Daarvan waren er eigenlijk best onrustbarend veel. Maar laat ik me hier voor de overzichtelijkheid beperken tot twee. Zo herinner ik me een buurvrouw die hypocriet in de slachtofferrol kroop. Die meelijwekkend sip beweerde me ‘alleen maar te hebben willen helpen’ – door iemand van de plantsoenendienst een háár storende vlinderstruik in mijn tuintje flink te laten kortwieken toen ik even, maar net niet lang genoeg, uithuizig was. Aanvankelijk meende ik toen trouwens dat ze me de doorgang tot mijn rechtmatige privéterrein versperde om me te behoeden voor de schok van de plas bloed die op mijn terras was achtergebleven nadat de ambulance een van mijn bovenbuurkinderen in allerijl had weggevoerd, want van het balkon gevallen bij het net iets te ver rijken naar bloemen van háár vrij ver omhoog woekerende klimroos. Bleek ze me doodleuk aan de praat te houden om tijd te winnen. Hoe ze het (***) in haar hoofd had gehaald. En hoe hij zo dom had kunnen zijn tegen beter weten in haar mooie praatjes te geloven. ‘Maar het moest’, was kennelijk alles dat gewicht in de rechtvaardigingsschaal zou hoeven leggen. Van wie of wat het dan ‘moest’ werd veelzeggend geheimzinnig verzwegen. Tja, wat breng je daar als goede buur nog tegenin? Ik heb in ieder geval geen gedag meer gezegd toen ik naar hier verhuisde. We spraken sinds die spreekwoordelijke druppel elkaar geloof ik sowieso niet meer.

In mijn ideale wereld hoef ik nooit mijn grenzen te bewaken of op mijn strepen te staan. Geef ik hooguit aan: nu moet je oppassen, anders krijgen we straks nog ruzie. En omwille van de lieve vrede laat ik soms, tot op zekere hoogte, gemoedelijk over me heen lopen. Zodat mensen zich wel eens door me bedrogen voelen (‘En ik dacht dat jij niet moeilijk was!’) als ik onvermurwbaar duidelijk maak: tot hier en geen millimeter verder. Want wie is er nou wel van gediend om te worden gemanipuleerd, voorgelogen, bedrogen, bestolen, bedreigd of misleid? Wat dat betreft moet ik de betoger die gisteren van de NOS vrij baan kreeg om zijn standpunt in die breed uitgemeten diplomatieke rel uit de doeken te doen, groot gelijk geven. Want jezelf afvragen wat iets met jou zou doen, als jij in een vergelijkbare situatie terechtkwam, relativeert je aanvankelijk wellicht weinig doorvoelde primaire reactie inderdaad wezenlijk. Daarmee sloeg hij de spijker echt op zijn kop. Ga maar na: als een meisje nee zegt, bedoelt ze natuurlijk ook nee. En zelfs als dat jouw fijne plannen botweg dwarsboomt, heb je haar weigering maar gewoon te respecteren. Want dat jij anders veronderstelde, gebaseerd op welke logische of onlogische aannames dan ook, geeft je he-le-maal nergens recht op. Voor die meneer uit de eerste alinea was dat trouwens nog behoorlijk slikken. Die verwachtte duidelijk dat ik me meegaand en welwillend aan zijn keus zou conformeren. (Uhm, sinds wanneer ben jij het centrum van mijn universum, dan? Autsj!) Maar om even terug te komen op die rare patstellingen waar ik dit verhaaltje mee begon: met hem heb ik dus ooit, op zijn initiatief, een (één, ja) vriendschappelijk potje geschaakt. Nou ken ik de spelregels, maar daar houdt mijn schaaktechniek wel zo’n beetje op. Desondanks maakte ik hem al na een stuk of wat zetten genadeloos in. Want om de boel een beetje vaart te geven – dat weifelende geschuif met pionnen schiet natuurlijk niet op – had ik hem met een, zeg maar Trojaanse paardensprong uitdagend pat gezet. Wat bij nader inzien meteen ook schaakmat bleek te zijn. Daarna had hij alleen nog willen mens-erger-je-nieten met een verzwaarde dobbelsteen.

%d bloggers liken dit: