Tag Archives: cognitieve dissonantie

Wie is de mol…

17 dec

Dat de jaarlijkse tuinvogelteldag al lang voorbij is weerhoud mij er niet van om onze gevederde buurtbewoners goed te observeren. Zo zag ik vanmorgen bij het ontbijt een roodborst, een pimpelmees, meerdere koolmezen, een koppel hondsbrutale halsbandparkieten en een schuwe jonge merel. Tamme rat Carel, vernoemd naar zeemeeuw Karel-met-de-houten-poot (en een halfzijdig verlamde buurman die met de Noorderzon is vertrokken) heeft zich vandaag nog niet laten zien. Net zo min als de Vlaamse gaaien die, samen met een dikke duif, ruim voor corona ons land bereikte de pindaslinger voor de kleintjes in ons vijgenboompje al confisceerden. Een rat zag ik er toen nooit in klimmen. Noch een loebas van een kater die wel met het knaagdier wilde spelen.

En God schiep de mondkapjes en de vaccins, en zag dat het goed was

15 dec

Dat we allebei vannacht geen oog dicht deden kwam niet door het grote mysterie van ons anonieme kerstpakket – en al helemaal niet door übersmoes corona – maar door een onverklaarbaar geluid. Een bromtoon van, tja, ‘ergens’ binnenin ons jaren 30-pand, met inmiddels een dusdanig volume dat het met geen mogelijkheid meer valt te negeren. We deden hiernaar in het tijdperk voor corona al uitgebreid onderzoek. En even leek onze kwelling zelfs voorgoed te zijn verdwenen: die eerste onrustige weken na de covidpandemie-aftrap gaf het me nog weldadige hoop dat we in ieder geval ziek konden worden in alle nachtelijke rust. En afgelopen snikhete zomer was ik dolblij geweest dat het ’s nachts tenminste wel heerlijk stil was in huis. Dat we niet ook nog hoefden te dealen met onontkoombaar omgevingsgeluid was werkelijk een zegen. Zo niet een wonder!

Maar ergens in het najaar werd het mechanisch zeurende gebrom zonder enige moeite toch weer waarneembaar. Om in de daaropvolgende weken en maanden, zoals al was te verwachten, geleidelijk in volume toe te nemen en onze aandacht steeds meer op te eisen. Mij leek het heel wel mogelijk dat het gebouw hier pal tegenover in het voorjaar voor de zekerheid de mechanische afzuiging tijdelijk had stilgezet, maar het risico op verspreiding door de lucht nu wel weer aandurfde – of dat door coronamoeheid voor lief nam. Wat het geluidmysterie dan misschien niet zou oplossen, maar toch zou kunnen verklaren. En dat is ook goud waard. Een buurtbewoner die er als vrijwilliger een vinger aan de pols houdt kon deze these alleen niet beamen. En tot voor kort was de ‘zeer aanwezige’ toontrilling weliswaar nachtrust verstorend, maar viel er met wat wilskracht eigenlijk best mee te leven.

Tot nu toe alles dus best koek en ei. Vandaag lijk ik echter wel een zombie en mijn geweldige zoon een tikkende tijdbom, mét kort lontje. Liet ik mijn sleutels in de voordeur zitten en kon ik mijn naam niet meer leesbaar schrijven. Mede daardoor bleef het bij één handgeschreven kerstkaartje. Dat hier aan de deur werd afgehaald – en niet eens vanwege dat vermaledijde virus maar door een mooi staaltje toeval, een speling van het lot of anders gewoon de voorzienigheid.

Dat we, door ervaring wijs (en grijs), momenteel zeker weten dat dit volume zo’n beetje het maximaal bereikbare aan decibels is én dat ongrijpbaar geluid nog (weken en) wekenlang onze nachtrust zal verknallen voordat het op miraculeuze wijze in het niets opgelost, is wat me nu toch de nodige houvast geeft en hoop. Ooit houdt het op. Samen zullen we dit doorstaan! Maar als ik mocht kiezen, had ik liever de duidelijkheid die een harde lockdown biedt.

Deze diashow vereist JavaScript.

Anderen doen het ook niet

13 dec

Het was sowieso voor corona en ik was in een drogisterij. Op zoek naar spinnendrop voor Halloween. Om buurkinderen te kunnen trakteren op iets dat ik zelf ook lust. Althans: in een ander leven had ik op het jaarlijkse Boekenbal in de bieb er uit nieuwsgierigheid eentje in mijn mond gestoken en had toen tot mijn eigen verrassing de smaak meteen te pakken. Daarna ben ik ze nog wel eens in een zakje gemengde dropjes tegengekomen, als ik geluk had een stuk of 6, 7. Soms ook maar 3 – en de rest was dus écht niet te nassen. 

Op internet stonden weliswaar kilozakken te koop, van diverse aanbieders en merken, maar om een onverhoopte kat in de zak te ontlopen ging ik toch liever live winkelen – dat kon toen nog zonder gewetensbezwaren – en zo kon het gebeuren dat ik in gedachten verzonken bij de snoepschepunit door een vriendelijke dame werd aangesproken. Zij wist zo te zien precies wat haar kinderen graag lusten maar dropspinnen kende ze niet. Wel adviseerde ze me ongevraagd om het snoep dat ik er enigszins vergelijkbaar uit vond zien ‘toch gewoon even te proeven’. Dat ze vervolgens haar hand in de betreffende pot stak en mij er eentje presenteerde verzin ik er geloof ik nu ter plekke bij, maar veel scheelde het niet. Tegensputteren deed ik in ieder geval 100% zeker geweten wel.

‘Anderen doen het ook’, was haar nonchalante redenatie. Tja. Anderen. Daar had ik niet van terug. Als het anonieme meervoud van ik het ook doet, zal het wel in orde zijn, of niet? Ineens had ik helemaal geen trek meer in welke drop dan ook en liep naar de winkel waar ik eerder grappige chocolade oogballen en afgehakte vingerlollies had zien liggen. Voorverpakt. En inmiddels leuk afgeprijsd.

 

<span>%d</span> bloggers liken dit: