Tag Archives: coronamoeheid

Ze

19 apr

Z̶e̶ ̶w̶a̶r̶e̶n̶ ̶n̶e̶t̶ ̶g̶a̶s̶o̶l̶i̶e̶ ̶a̶a̶n̶ ̶h̶e̶t̶ ̶b̶u̶n̶k̶e̶r̶e̶n̶. Er werd net gasolie gebunkerd. Zo rook het althans toen we dichterbij kwamen en er langzaam langs fietsten. Aan dek stonden een stuk of wat matrozen al dan niet ergens op leunend op de uitkijk. Wellicht dachten die: wat is dit voor foute grap? Worden we werkelijk door een fucking rolstoel-riksja opgehaald? Op de achtergrond een muisgrijs fregat, onbeweeglijk stil.

De melding dat ‘ze’ hier in de wijk een wandeling organiseerden ging vast niet ook over Mark en Hugo, maar verder wordt er met ‘ze’ vrijwel altijd wel Rutte en de Jonge bedoeld. De regering. De RIVM. De ‘andere partij’: die van de draconische maatregelen. Terwijl het toch een kleine moeite is om iedere schijn van polariteit te omzeilen.

Z̶e̶ ̶b̶e̶d̶e̶n̶k̶e̶n̶ ̶i̶e̶d̶e̶r̶e̶ ̶k̶e̶e̶r̶ ̶w̶e̶e̶r̶ ̶w̶a̶t̶ ̶a̶n̶d̶e̶r̶s̶. Er worden straks aangepaste maatregelen bekendgemaakt. Maatregelen om iets groots en onheilspellends aan de horizon, weliswaar niet gemakkelijk zichtbaar maar wel al bijna te ruiken, zo goed en zo kwaad als dat gaat tegen te houden. Onder de duim te krijgen. Te stoppen. Er wordt gedaan wat nodig wordt geacht, niet wat bewezen effectief is. Dat laatste kan in dit stadium eigenlijk alleen de clairvoyant (m/v) eventueel zeker weten. Het eerste is juist een kwestie van zoveel mogelijk rationele afwegingen – en allerlei menselijke beperkingen.

In de supermarkt waar we steevast doorheen racen om maar zo min mogelijk in de nabijheid van mogelijke virusdragers te hoeven vertoeven liep laatst als uit het niets een oude kennis op de rolstoel van mijn zorgenkind af. Onvervaard met de ene hand hem al bijna vriendelijk aanrakend, terwijl de andere het verplichte mondkapje naar beneden trok. Onze vrije doorgang als een botte beer blokkerend. Of hij beledigd was door mijn barse optreden – ‘Ga weg joh! Raak hem niet aan!’ – of zich met terugwerkende kracht schaamde voor zijn domheid en egoïsme boeit me allerminst. Boos was ik alleen het moment dat hij me dwong hem en plein publique te corrigeren. Zijn hand wees inmiddels verontschuldigend naar zijn oor: ‘Ik heb een gehoorapparaat.’

Dat een volwassen kerel niet voldoende afstand houdt, midden in een winkel het mondmasker weghaalt dat zijn omgeving moet beschermen en zelfs meent iemand met onderliggend lijden wel eventjes ongevraagd te mogen aanraken is allemaal terug te voeren op ’s mans auditieve handicap? Je zou er toch haast van gaan wensen dat ‘ze’ dáár nou eens wat op verzonnen.

“anderhalf meter, voor iedereen beter!”

En God schiep de mondkapjes en de vaccins, en zag dat het goed was

15 dec

Dat we allebei vannacht geen oog dicht deden kwam niet door het grote mysterie van ons anonieme kerstpakket – en al helemaal niet door übersmoes corona – maar door een onverklaarbaar geluid. Een bromtoon van, tja, ‘ergens’ binnenin ons jaren 30-pand, met inmiddels een dusdanig volume dat het met geen mogelijkheid meer valt te negeren. We deden hiernaar in het tijdperk voor corona al uitgebreid onderzoek. En even leek onze kwelling zelfs voorgoed te zijn verdwenen: die eerste onrustige weken na de covidpandemie-aftrap gaf het me nog weldadige hoop dat we in ieder geval ziek konden worden in alle nachtelijke rust. En afgelopen snikhete zomer was ik dolblij geweest dat het ’s nachts tenminste wel heerlijk stil was in huis. Dat we niet ook nog hoefden te dealen met onontkoombaar omgevingsgeluid was werkelijk een zegen. Zo niet een wonder!

Maar ergens in het najaar werd het mechanisch zeurende gebrom zonder enige moeite toch weer waarneembaar. Om in de daaropvolgende weken en maanden, zoals al was te verwachten, geleidelijk in volume toe te nemen en onze aandacht steeds meer op te eisen. Mij leek het heel wel mogelijk dat het gebouw hier pal tegenover in het voorjaar voor de zekerheid de mechanische afzuiging tijdelijk had stilgezet, maar het risico op verspreiding door de lucht nu wel weer aandurfde – of dat door coronamoeheid voor lief nam. Wat het geluidmysterie dan misschien niet zou oplossen, maar toch zou kunnen verklaren. En dat is ook goud waard. Een buurtbewoner die er als vrijwilliger een vinger aan de pols houdt kon deze these alleen niet beamen. En tot voor kort was de ‘zeer aanwezige’ toontrilling weliswaar nachtrust verstorend, maar viel er met wat wilskracht eigenlijk best mee te leven.

Tot nu toe alles dus best koek en ei. Vandaag lijk ik echter wel een zombie en mijn geweldige zoon een tikkende tijdbom, mét kort lontje. Liet ik mijn sleutels in de voordeur zitten en kon ik mijn naam niet meer leesbaar schrijven. Mede daardoor bleef het bij één handgeschreven kerstkaartje. Dat hier aan de deur werd afgehaald – en niet eens vanwege dat vermaledijde virus maar door een mooi staaltje toeval, een speling van het lot of anders gewoon de voorzienigheid.

Dat we, door ervaring wijs (en grijs), momenteel zeker weten dat dit volume zo’n beetje het maximaal bereikbare aan decibels is én dat ongrijpbaar geluid nog (weken en) wekenlang onze nachtrust zal verknallen voordat het op miraculeuze wijze in het niets opgelost, is wat me nu toch de nodige houvast geeft en hoop. Ooit houdt het op. Samen zullen we dit doorstaan! Maar als ik mocht kiezen, had ik liever de duidelijkheid die een harde lockdown biedt.

Deze diashow vereist JavaScript.

%d bloggers liken dit: