Tag Archives: eerlijk duurt het langst

vondst van de dag

14 okt

Op meerdere plekken in huis had ik weeral een vage muizenlucht geroken. Maar aangezien er van welk knaagdier dan ook niets te zien of te horen was, moest er dit keer toch sprake zijn van fantoomgeur. Loos alarm dus, zoals vorige week die hopeloos op hol geslagen rookmelder van een langdurig uithuizige buur. Inderdaad ‘vet irritant’. Toen ik ook nog chloor begon te ruiken was de maat voor mij vol. Het valletje vandaag zo te zien ook.

uit de oude doos: workshop The power of fun

8 okt

Workshop van ruim voor coronapandemie nog steeds actueel!

Tip: Wil je een midden op de stoep achtergelaten hondendrol toch liever meteen even opruimen? Doe dan net als hondenbezitters met ballen en pak ze met een hergebruikt plastic zakje om je hand netjes op. Knoopje erin en klaar is de buurvrouw!

Aan de kade

Deze post heette aanvankelijk: ‘Gratis online workshop vlaggetjes maken voor honden’, een komisch bedoelde variatie op Aan de kade’s populaire workshop Truitjes breien voor tuttige vazen. Het plan was een instructiefilmpje te maken over hoe van satéprikkers, fluoriserende post-its en melige teksten vlaggetjes voor achtergelaten hondenpoep te knutselen. Dat hadden we hier in de buurt namelijk plots te over. Zover kwam het tot nu toe alleen nog niet. En inmiddels zijn we een week of wat verder en heeft het prototype alleen al het beoogde effect gesorteerd. Wat gek genoeg toch demotiveert. Behalve het effectief gebleken ‘poep alert’ was ‘poep preventie brigade’ evenals ‘GRATIS meenemen’ een optie. En bij wijze van miniquiz lag er een vlaggetje paraat met ‘a) poep, b) drol, c) kak’ – prijs: gratis handig plastic zakje.

In de Groene van deze week een handleiding plastic vissen voor beginners. Gratis online!

View original post

vondst van de dag

6 okt

Gisteren waren we er al langsgefietst. Of het toen nog droog was of inmiddels regende weet ik niet meer. Wel dat ik me voornam de eerstvolgende keer toch even te stoppen. Me alsnog door de inhoud van het ‘Biebhuisje’ te laten verrassen. Doorweekt kwamen we thuis. Uitgelaten van ons onverwachte avontuur.

Goed ingepakt in de miezer langs de Rotte wandelend werd mijn aandacht zowaar vanmorgen al, weeral naar dat leuke boomkastje vol gratis boeken getrokken – o ja, da’s waar ook! Het was net gestopt met zachtjes regenen.

Heel veel soeps bleek er niet in te staan: wat kasteelromannetjes, een stapeltje tijdschriften. En iets dat ik herkende, alleen nooit echt in handen had. Het voelde een beetje vies. Mogelijk door geknoeide etenswaar. Dat heb je met een kookboek.

Tussen de pasta en het gehakt staat hij. Zwart op wit. Straalverliefd. Twaalf jaar geleden. Op een onmiskenbaar mooie foto. Onderweg naar huis bleef het nagenoeg droog.

anusfixatie

16 sep

Gisteren liepen we over het strand van Hoek van Holland even lekker uit te waaien. In de hoop dat een hardnekkige hoofdpijn, waar zelfs een cocktail van twee paracetamols tegelijk nog geen vat op kreeg, alsnog als sneeuw voor de zon zou verdwijnen: NOT!

Wel zit er sindsdien een onpasselijk beeld aan mijn geestesoog gekleefd: een van de weinige zonaanbidders op het stukje naaktstrand waar de bestrating van die voor mindervaliden anders volkomen onbegaanbare zandvlakte ophield, lag zo te zien ongegeneerd aan zijn aars te krabben – meende ik althans aanvankelijk nog in mijn onverbeterlijke onschuld. Onderweg naar een heilzaam bedoelde duik in zee – waar het alleen niet meer van kwam aangezien alle lust daartoe me inmiddels was vergaan – kon ik echter niet anders dan constateren dat de anusjeuk blijkbaar van een héél andere orde was.

Hoe eenzaam moet je zijn? Hoe wanhopig op zoek naar aandacht, naar bevestiging van je bestaan?, schoot er, in een reflex van mededogen, als mogelijk verzachtende omstandigheden onmiddellijk door me heen. Desondanks bleef walging de boventoon voeren. En sindsdien poppen die onnatuurlijk bruine billen met dat wriemelende knuistje ertussen dus steeds bij me op. Onaangekondigd.

Net als die uit de lucht gevallen, zogezegd precies passende – maar ontegenzeggelijk smakeloze – spiksplinternieuwe gratis gordijnen voor het hele huis. Kennelijk ‘slim’ geregeld en geritseld buiten de belanghebbende zelf om – over respectloos gesproken. Die mochten ze van mij dan ook linea recta in hun reet schuiven.

stilleven met opgegeten kaastosti en afgekloven kimchikontje

Alternatieve argumenten

12 mrt

Dat ik na die 3 jaar niet het alleenrecht op hem had. Dat wat hij met haar had, los stond van wat wij hadden. Dat ik zijn vrijheid had te respecteren: sinds gisteren moet ik steeds terugdenken aan rare patstellingen waar ik nooit helemaal zonder kleerscheuren uitkwam. Daarvan waren er eigenlijk best onrustbarend veel. Maar laat ik me hier voor de overzichtelijkheid beperken tot twee. Zo herinner ik me een buurvrouw die hypocriet in de slachtofferrol kroop. Die meelijwekkend sip beweerde me ‘alleen maar te hebben willen helpen’ – door iemand van de plantsoenendienst een háár storende vlinderstruik in mijn tuintje flink te laten kortwieken toen ik even, maar net niet lang genoeg, uithuizig was. Aanvankelijk meende ik toen trouwens dat ze me de doorgang tot mijn rechtmatige privéterrein versperde om me te behoeden voor de schok van de plas bloed die op mijn terras was achtergebleven nadat de ambulance een van mijn bovenbuurkinderen in allerijl had weggevoerd, want van het balkon gevallen bij het net iets te ver rijken naar bloemen van háár vrij ver omhoog woekerende klimroos. Bleek ze me doodleuk aan de praat te houden om tijd te winnen. Hoe ze het (***) in haar hoofd had gehaald. En hoe hij zo dom had kunnen zijn tegen beter weten in haar mooie praatjes te geloven. ‘Maar het moest’, was kennelijk alles dat gewicht in de rechtvaardigingsschaal zou hoeven leggen. Van wie of wat het dan ‘moest’ werd veelzeggend geheimzinnig verzwegen. Tja, wat breng je daar als goede buur nog tegenin? Ik heb in ieder geval geen gedag meer gezegd toen ik naar hier verhuisde. We spraken sinds die spreekwoordelijke druppel elkaar geloof ik sowieso niet meer.

In mijn ideale wereld hoef ik nooit mijn grenzen te bewaken of op mijn strepen te staan. Geef ik hooguit aan: nu moet je oppassen, anders krijgen we straks nog ruzie. En omwille van de lieve vrede laat ik soms, tot op zekere hoogte, gemoedelijk over me heen lopen. Zodat mensen zich wel eens door me bedrogen voelen (‘En ik dacht dat jij niet moeilijk was!’) als ik onvermurwbaar duidelijk maak: tot hier en geen millimeter verder. Want wie is er nou wel van gediend om te worden gemanipuleerd, voorgelogen, bedrogen, bestolen, bedreigd of misleid? Wat dat betreft moet ik de betoger die gisteren van de NOS vrij baan kreeg om zijn standpunt in die breed uitgemeten diplomatieke rel uit de doeken te doen, groot gelijk geven. Want jezelf afvragen wat iets met jou zou doen, als jij in een vergelijkbare situatie terechtkwam, relativeert je aanvankelijk wellicht weinig doorvoelde primaire reactie inderdaad wezenlijk. Daarmee sloeg hij de spijker echt op zijn kop. Ga maar na: als een meisje nee zegt, bedoelt ze natuurlijk ook nee. En zelfs als dat jouw fijne plannen botweg dwarsboomt, heb je haar weigering maar gewoon te respecteren. Want dat jij anders veronderstelde, gebaseerd op welke logische of onlogische aannames dan ook, geeft je he-le-maal nergens recht op. Voor die meneer uit de eerste alinea was dat trouwens nog behoorlijk slikken. Die verwachtte duidelijk dat ik me meegaand en welwillend aan zijn keus zou conformeren. (Uhm, sinds wanneer ben jij het centrum van mijn universum, dan? Autsj!) Maar om even terug te komen op die rare patstellingen waar ik dit verhaaltje mee begon: met hem heb ik dus ooit, op zijn initiatief, een (één, ja) vriendschappelijk potje geschaakt. Nou ken ik de spelregels, maar daar houdt mijn schaaktechniek wel zo’n beetje op. Desondanks maakte ik hem al na een stuk of wat zetten genadeloos in. Want om de boel een beetje vaart te geven – dat weifelende geschuif met pionnen schiet natuurlijk niet op – had ik hem met een, zeg maar Trojaanse paardensprong uitdagend pat gezet. Wat bij nader inzien meteen ook schaakmat bleek te zijn. Daarna had hij alleen nog willen mens-erger-je-nieten met een verzwaarde dobbelsteen.

%d bloggers liken dit: