Tag Archives: EVMB

Wonderkind

22 aug

Tegenover de kunstacademie vol vieze drugs en seks stond de school waar ik zou leren ‘mensen helpen’. Maar zo werkte het helemaal niet in de randstad, bleek al ras. Feodaal iemands problemen willen oplossen was echt niet meer van de toen gangbare tijd. Neen, wij nieuwe lichting hulpverleners gingen onze toekomstige cliënten niet betuttelen en afhankelijk houden. Wij zouden ze wel eens even empoweren! Hoewel ik me nu afvraag of dit jargon in de jaren 80 eigenlijk wel al in zwang was.

In de kelder was de bar. Daar werd minstens zo hard geblowd als aan de overkant en wie het waar precies met wie deed, was tegen sluitingstijd mij in ieder geval nooit meer helemaal duidelijk.

Mijn afstudeerscriptie schreef ik samen met het vriendinnetje van de docent die ons daarbij diende te begeleiden. Dat wil zeggen: zij zorgde voor het typwerk, terwijl ik met haar psycholoog bekvocht over wiens thesis dat gezamenlijke werkstuk nou precies moest handelen. Hoewel ik meende de strijd van hem te hebben gewonnen bleek het gewrocht – want dat werd het: beide examinatoren hadden er niet doorheen kunnen komen maar gaven ons goddank wel het voordeel van de twijfel – nog jaren als lesmateriaal te zijn benut. Tijdens de opleiding van mijn zoons oppas was het – arm kind – kennelijk zelfs verplichte kost.

Dat je altijd nog iets te kiezen hebt, al was het maar tussen twee slechte opties, leerden we in de methodieklessen van Frank en Frans. Beiden uit de provincie: die waaruit ik net was ontsnapt. Hun geitenwollen sokken kan ik me niet per se herinneren maar ze hadden wel allebei een baard plus de daarbij passende idealen. Zie je het voor je? Aan eerstgenoemde heb ik te danken dat ik alsnog een gezonde dosis eigenwaarde ontwikkelde. Zijn truc was even simpel als doeltreffend: wie niet uitblinkt in één kwaliteit of talent is wel gespecialiseerd in allround bekwaam zijn. Punt. Duidelijk! Ik kon van alles een beetje, in plaats van alleen maar héél erg goed typen of mooie praatjes verkopen. Wat een  vondst. Op slag liep ik met opgeheven hoofd bijkans naast mijn – nieuwe, prima passende – schoenen.

Anno nu ben ik overigens maar wat blij dat ik sommige zaken met een gerust hart kan overlaten aan mensen die zich ergens in hebben gespecialiseerd. Met je allround bekwaamheid kom je echt een heel eind, veel verder dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Maar alleen een stripheld met superpower kan ook nog eens alles tegelijk hendelen. Mega Mindy ofzo. Of Wonder Woman.

portret van een wonderlijk kind

portret van een wonderlijk kind (KAZ 9/13) – acryl op doek – 100 x 100 cm (2019)

Advertenties

Quarantaine Qunstfeest

24 jun

Kort na Koningsdag scoorde ik alwéér een mooie kist! Deze rook naar eeuwenoud stof en olieverf. Of misschien was het toch die typische geur van gasolie, dat spul waarmee een binnenvaartschipper de generator laat draaien en waardoor de motoren hun werk doen – zodat het hele gevaarte met één tikje tegen een joystickje van z’n plek komt. Maar dat is voor een simpele lichtmatroos op sabbatical wellicht wishful thinking? In ieder geval was het een zaterdag toen ik me die wannabe scheepskist in gedachten al toe-eigende. Maar ik was te moe geweest om het gevaarte waar onderweg naar huis mijn oog op was gevallen meteen ook op te halen. De volgende morgen om 7 uur stond ik wel te popelen. Net als mijn EMB-zoon. Die alleen met een heel andere doel voor ogen: natje, droogje – the works. Om een lang verhaal kort te maken: verstopt in het groen achter een elektriciteitshuisje stond het onhandig grote hebbeding een uurtje of wat later nog steeds geduldig op me te wachten. Het riep nog net niet mijn naam. Alleen zachtjes doch dwingend: ‘Neem me mee….’

Ken je dat? Dat er bij de bakker een glimmend koffiebroodje naar je ligt te lonken? Een hele taart? Of erger: een compleet kunstwerk, als je net lekker zit te dineren bij Brazzo? Een kunstverzamelaar ontkwam er (tot twee keer toe zelfs) niet aan. Mijn werk moest en zou met haar mee naar huis. En daar hangt het dan:

mevrouw M. bij – een deel van – haar kunstverzameling (met links onder en boven in het midden twee werken van mij)

In 2002 maakte ik een serie landschapsdoeken tijdens een kort verblijf als expat artist op het voormalige Quarantaineterrein van Rotterdam, even ten westen van Heyplaat. En Stichting Lawine organiseert er na de zomervakantie een bruisend Kunst Fest!

Zondag 1 september van 11:00 – 18:00 uur, om precies te zijn.

De toegang is gratis en er is van alles te zien, beleven én proeven in deze groene oase tussen muren van zeecontainers langs de Nieuwe Maas.

Quarantaineweg 1 is goed bereikbaar met waterbus en fiets.

Mega Moeder van de dag

12 mei

De eerste keer dat we tegelijkertijd ziek waren was een jaar of vijf terug. Daarvoor werd ik altijd pas ziek als mijn (Z)EVMB – voorheen: (E)MCG – zoon al lang en breed was opgeknapt. Dan pas ‘mocht’ het, om zo te zeggen. De aftrap kreeg meteen een feestelijk tintje: het was kerstavond toen hij begon met spugen en eerste kerstdag (ik stond juist zijn ondergekakte bed te verschonen) toen de koorts ook bij mij toesloeg. Aan de traditionele boerenkool zijn we dat jaar niet meer toegekomen. Een paar dagen later werd ik wakker op een overigens aangenaam koude keukenvloer, met een wang tegen heerlijk koele tegeltjes. Dat het donker was en relatief stil vertelde me dat het nacht moest zijn. Het laatste dat ik me kon herinneren was dat ik me raar had gevoeld en een slok water ging drinken. Nooit eerder was ik out gegaan en ik vond het maar eng om zomaar een hap tijd kwijt te zijn. Dat moest ik in het vervolg toch zien te voorkomen.

Sindsdien zijn we eigenlijk steevast samen ziek – wat ik natuurlijk niet meteen doorhad. Mijn zoon begint en ik volg vrij snel. Daar kun je op wachten. Nu ik zelf bijna geen stem meer heb snap ik pas dat dit alleen een grappig bijeffect is van best vervelende keelpijn. Hijzelf kon het me niet vertellen en ik ben helaas niet helderziend, althans niet wat dat betreft. Als ik straks ook lig te bulken in bed weet ik pas hoe dat aan zijn longen moet hebben gevoeld. Liever had ik het natuurlijk anders – en wel andersom. Maar je hebt het in het leven nu eenmaal niet altijd zelf voor het zeggen.

De stinkwassen zijn nu wel zo goed als weggedraaid, de voorraden weer redelijk aangevuld, het huis grondig gelucht en wijzelf liggen er netjes gekamd en geschoren voor Pampus bij. De laatste levering ansichtkaarten is nog steeds maar half uitgepakt – en bij lange na nog niet gedistribueerd – maar door een typisch gevalletje bovennatuurlijke krachten zit er wel weer iemand mega-mooi in zijn – bijna historische – rolstoel.

foto: Aan de kade

Mega-mooie snapshot van opening Lage Erfbrug met hergebruikt historisch brugwachtershuisje Lil’Delfshaven – foto: Aan de kade (te koop als ansichtkaart)

Mannelijk gebrul

30 apr

Zoonlief meent dat ik kan heksen. Niet zozeer vanwege mijn kookkunsten of de huismiddeltjes die ik brouw om ons allebei zo optimaal mogelijk te laten functioneren, maar meer in de zin van op meerdere plaatsen tegelijk kunnen zijn. Dus zowel hier zijn luier verschonen, als daar hup-hup een cd’tje wisselen. Nu. (Nee, niet die!) Het is hem vergeven, hij weet niet beter. Zo gaat het tenslotte al 31 jaar: zijn hele leven. Ik doe alles. Hij doet pogingen me daarin te sturen. Anders is het bij kerels van zijn leeftijd die zich er heel goed van bewust zijn dat ik, bijna bejaarde van het zwakkere geslacht, ze op zowat alle facetten van het leven wel met verve overtref en dat bikkelharde feit niet kunnen verdragen. Dat ik meer ballen heb dan zij ooit kunnen dragen maakt deze types vals en vijandig. Ook zij proberen me aan hun wil te onderwerpen, maar dan vanuit een heel andere motivatie. Daar kunnen ze niets aan doen, het is gewoon een ongelukkige combinatie van biologische factoren en aangeboren karaktertrekken. Flessenkinderen vaak: gewend aan instant satisfaction. Zo van: ik wil jou de baas zijn. Nu. Buigen zal je, slet – of hoer, of, tja: lelijke ouwe heks. Maar dan stiekem, stilletje gedacht. Nooit hardop uitgesproken.

Nee, dan mijn zoon. Die heeft de looks van zijn mediterrane vader en de vechtlust van zijn moeder. Welke fortuinlijke combinatie hem al meermaals het leven redde. Of anders toch het besef dat er veel van hem wordt gehouden. Belangeloos en onvoorwaardelijk. Dat laatste geeft hem dan weer het zelfvertrouwen om best vaak ‘zeer aanwezig’ te zijn. Nou kan niet iedereen die luide communicatiepogingen van hem waarderen, maar dat is alleen maar logisch. We houden tenslotte ook niet allemaal van harde techno- of allemaal van softe soulmuziek. Zijn vaste chauffeur heeft bijvoorbeeld graag een Hindoestaanse zender op staan. Van hem leerde ik dat iets dat in vrouwenoren klinkt als een vijandige aanval of een oorlogsverklaring, eigenlijk niet veel meer is dan mannelijk gebrul.

%d bloggers liken dit: