Tag Archives: hypocriet

What’s in a name

26 jan

Terwijl ik bedenk dat zijn gezicht al net zo gespikkeld is als mijn voordeur, zie ik hem iets denken in de trant van ‘jou zou ik voor een miljoen nog niet willen doen’. Net als zijn collega geeft de vakman nul blijk van klantvriendelijkheidsbesef. Waarom zouden ze ook. Dat staat niet in hun opdracht. Dezelfde dag nog vraagt iemand om contactgegevens van ‘dat vrouwtje’. De lokale politica die hij daarmee bedoelt is weliswaar tenger, maar nou niet bepaald klein van stuk. Na enige aarzeling verwijs ik hem door naar iemand met haar op haar tanden.

Mannen hebben zo hun eigen logica. Berustend op met de paplepel ingenomen aannames, die nergens anders op gronden dan vermeende aangeboren superioriteit.

Hetero- of homosexueel: mannen blijven mannen. Voor wie vrouwen pas meetellen als ze respectievelijk neukbaar zijn of inzetbaar voor liefdewerk oud papier. Zoals uitgescheurde kruizen repareren – jij kan toch zo goed naaien? – of gratis columns schrijven voor hiv-glossy Hello Gorgeous. Dat laatste niet eens vanwege je tot nadenken verleidende columns in concullega Hivnieuws – welnee: om een divertisiteitsgat te kunnen vullen, wat dacht je zelf? Waarvoor ik dan desgewenst overal tegenaan mocht schoppen. Zolang ik me maar aan ieders leesgemak conformeer – ja duh, zo zijn we niet getrouwd.

Voor het proefnummer had ik Maagd aangeleverd. Een korte tekst met desondanks meerdere lagen die alleen door de eveneens gestrikte illustrator als poëtisch werd herkend. In de slotzin ervan verzuchtte ik al dat ‘Ik wou dat ik er nooit aan begonnen was’. Wat bijzonder snel bewaarheid bleek: de onontkoombare machtsstrijd om ‘juiste’ taalkundige keuzes kostte meer bloed, zweet en tranen dan het schrijven van de integrale vervolgcolumn. In Hello Gorgeous verscheen zodoende welgeteld nog één keer een bijdrage met mijn signatuur: What’s in a name. In het geniep gerestyled – als represaille, omdat ik er die keer gewoon wel voor wilde worden betaald?

Een respectvolle aanduiding voor iemand met mogelijkheden om nieuw leven te baren moet nog worden uitgevonden, maar alla. Een kniesoor die daar op let.

Met terugwerkende kracht

4 feb

Vandaag is opruimdag. Om te beginnen de mappen, dat schiet zo lekker op: alle papieren van vòòr 2014 mogen ongezien weg! – Wat natuurlijk niet helemaal lukt. Onbeschrijflijk wat een bagger (ook wel ‘bijkomend leed’ genoemd) een van zorginstanties afhankelijk mens in één jaar soms krijgt te verduren. Eén fout vinkje van een professional en je zoon zou ineens ergens zijn gaan wonen, zorg in natura wensen, of een verlopen – dus ongeldige – indicatie hebben. En denk nou maar niet dat jij, de leek, dat zo maar eventjes recht mag zetten.

Pas na talloze telefoontjes, bezwaarschriften, intimiderende aanmaningen, onjuiste aannames en foute interpretaties tref je dan die ene medewerker die niet op de automatische piloot staat – en gewoon goed luistert en naar eer en geweten haar werk doet. Waarna alles uiteindelijk en met terugwerkende kracht weer ‘netjes’ wordt rechtgezet – ‘mevrouwtje’. Maar als je pech hebt herhaalt eenzelfde euvel zich het daaropvolgende jaar en begint het hele circus van voor af aan, zag ik aan een bundeltje A4’tjes dat nu de versnipperaar nog niet in mag.

Over bundeltje gesproken: de gemeentemedewerker die voor me op zoek gaat naar een oude akte heeft het erg druk met al die aanvragen vandaag. Ze kon me ook nog eens moeilijk verstaan – er ging gisteravond een glas rustgevende kruidenthee over mijn mobieltje – maar desondanks bleef de goede ziel eindeloos geduldig. En niet met dat beroepsmatige zalvende toontje waarop je soms de idiootste verwijten naar je hoofd krijgt, zodat je preventief maar een steeds dikkere muur optrekt. Welnee, door haar menselijke bejegening – ‘gecondoleerd, mevrouw’ – konden mijn tranen juist vrijelijk stromen.

Zelf zag ik niets – in de OK had ik mijn lenzen uit moeten doen en bovendien had ik geen kracht meer om mezelf op te richten – maar mijn zoons tweelingbroertje was klein, bruin en puntgaaf, vertelde een zachtaardige stem ergens in de buurt van mijn gevoelloze voeten. Het betreffende ziekenhuis bestaat allang niet meer, de destijds dienstdoende gynaecoloog en kinderarts zijn inmiddels gepensioneerd, en medische dossiers zijn gek genoeg voor betrokkenen zelf pas na heel veel toeters en bellen toegankelijk.

Alsof een levenloos kindje niet verdrietig genoeg is. Een Shakespeariaanse familietragedie met bijkomend leed à la Jerry Springer: ik herinner me met terugwerkende kracht iedere lafhartige leugen en elke schijnheilige vraag. De instinctieve walging waarmee ik haar vanaf dat moment op ruime afstand hield is nooit meer helemaal weggegaan.

zonder titel

(acryl/zand/plastic/nylondraad op hardboard; 30 x 40 cm )

Slechte film

28 jan

Het IFFR is in volle gang. De eerste dagen zag ik al 2 horrorfilms en 1 liefdesdrama. Toen werd het weekend en had ik het te druk met belangrijker zaken: mijn zoon, mijn zoon, en o, ja: mijn zoon. Of dit laatste onder ironie valt of humor kan worden genoemd weet ik niet helemaal zeker, maar sarcasme is het in ieder geval niet. Overigens was die eerst horrorfilm (The Wind) nogal hilarisch – en de tweede eigenlijk een verkapte musical in plaats van het beloofde satirische drama (Vox Lux). Sowieso vind ik openen met een akelig realistische school shooting (terwijl de verduisterde zaal bomvol zat en ik ergens ingeklemd in het midden) toch echt wel even een horrormomentje. Maar alles is subjectief, zeg ik tenminste tegen mezelf als ik weer eens van iemand te horen krijg dat ik ‘toch tijd zat heb’, of ‘niet veel bijzonders te doen’.

Na die twee griezelfilms raakte ik in een engelstalig gesprek met een oostenrijkse leeftijdgenoot. Het is niet gebruikelijk een volstrekt onbekende tegen te spreken, ik weet het, but you got tot do, what you got tot do, ja toch? En mogelijk was het slechts een vertaal-dingetje hoor, dat weet je maar nooit als er overmoed – in dit geval door flirtgedrag – in het spel is. Maar een onverschrokken pleidooi voor sarcasme als communicatief toekomstideaal moest ik hoe dan ook meteen ontkrachten, dat spreekt voor zich.

Die liefdesfilm (Asako 1&2) de volgende dag had juist weer wat ironisch: een verloren jeugdliefde duikt opeens op, maar blijkt na al die tijd nog steeds bar weinig diepgang te hebben. Alle schepen zijn dan echter al rigoureus achter zich verbrand, zodat het ene verlangen naar vervulling uiteindelijk alleen maar wordt ingewisseld voor een ander knagend gemis. Helemaal goed komt het dus nooit. En dat is niet gemeen, zo is gewoon het leven.

Confucius wist het 5 eeuwen voor Christus al: ‘Iemands gevoel voor humor weerspiegelt zijn inzicht in het leven’ – en volgens mij zegt sarcasme vooral iets over iemands heimelijke sjacherijn.

Schaamteloos vals

8 jan

Soms sluit een nationaal nieuwsbericht naadloos aan op je eigen leefwereld. (Ik zou zeggen: wie de schoen past, et cetera.) Jung benoemde dit acausale verschijnsel in 1930 als ‘synchroniciteit’ – wat hem overigens duur kwam te staan.

Zelf zei hij daar ooit over: “Synchroniciteit is niet raadselachtiger of geheimzinniger dan de discontinuïteiten in de fysica. Het is slechts de vastgeroeste overtuiging van de almacht van de causaliteit die het verstand moeilijkheden bereidt en die het ondenkbaar doet schijnen dat er oorzaakloze gebeurtenissen zouden kunnen voorkomen of bestaan”.

Nieuwsberichten kunnen soms ook een inspiratiebron zijn. Dan is er bij een reeks mediagenieke autobranden – om maar een willekeurig voorbeeld te noemen – juist wel sprake van causaal verband. Hoewel je dan toch eerder spreekt van imitatie, waar weer geen kunst aan is.

bronnen: Wikipedia, NOS / beeld: ANP

%d bloggers liken dit: