Tag Archives: in vrede leven met jezelf

Ongemakkelijk

17 mei

Soms maak ik onbedoeld, maar kennelijk precies op het juiste moment, blijkbaar precies de juiste opmerking om iemand, die het vermoedelijk heel hard nodig heeft, het overdrachtelijke duwtje in de rug te geven om een beter mens te worden. Of ben ik juist daar, waar iemand met onbegrepen issues bijna schrééuwt om een spiegel te worden voorgehouden. Et voilà, gratis uit het niets!

Wonderlijk hoe transparant mensen met nauwelijks enig zelfinzicht voor hun omgeving kunnen zijn.

Fascinerend hoe ze zich in schaamteloze bochten wringen om zichzelf maar niet onder ogen te hoeven komen.

Zich een gekweldheid aanmeten, om er sympathie mee af te dwingen – en voor zichzelf tijd te kopen: voor uitstel van executie; voor zolang het duurt; voor er met een woedeaanval uit zijn/haar/hen slachtofferrol gevallen wordt.

Nee, het talent mensen ongemakkelijk te maken is geen onverdeeld genoegen, dat is zonneklaar. En dat geeft helemaal niets.

Wat het wel geeft, is vrede in je hart en in je leven. Méér en bestendiger dan om het even welke onverschilligheid vermomt als tolerantie.

De moed die dat vergt is nog wel even een dingetje. Om van veilig neutraal standpunt te veranderen, of van halsstarrige strategie evengoed – chapeau! Maar dankzij alle tegelijkertijd danig huishoudende stressoren – klimaat, corona, oorlog – zijn daarvoor as we speak wereldwijd inspirerende rolmodellen genoeg voorhanden, me dunkt. Wat zeg ik: het lijkt wel een hype!

Een muziekclip die kennelijk meteen viral ging maakte mij onbehaaglijk as hell. Terwijl ik tegelijkertijd bewondering voel voor het – zeer – op het randje in your face-concept. Voor het gewaagde spel met vooringenomen waarneming, flexibele daadkracht en verbitterd wantrouwen: geen clip zonder actrices, die zich meermaals omkleden; geen clip die niet in scène is gezet – of verklap ik nou onbedoeld de clou?

 

Sluwe strategie

23 feb

Psychlogisch projecteren is ook mij niet helemaal vreemd. Dan lees ik over de grillen en kuren van wereldleiders en herken meteen mij maar al te bekende patronen: ik groeide op in de wereld van een pathologisch leugenaar, keerde dat de rug toe en kreeg daarna steeds weer nieuwe gewetengestoorden op mijn pad.

Dat is alleen maar logisch. In tegenstelling tot wat meestal wordt aangenomen moet je ‘foute types’ namelijk helemaal niet zo ver als mogelijk van je weg houden, maar juist net zo vaak een verbinding met ze aangaan tot je wél een werkzame manier uitvindt om immuun voor hun egocentrische levensstrategie te worden.

Soms ben je door omstandigheden aan iemand overgeleverd: als minderjarige aan je ouders of wettelijke voogd(en); als volwassene aan je werkgever, of, als je financieel niet (meer) onafhankelijk bent aan je levenspartner. Alles draait hierbij om vertrouwen: ouders beschermen hun kinderen; bazen zorgen voor een veilige werkplek en samen staan partners sterk. De praktijk is alleen weerbarstiger.

Iedereen heeft zo zijn rugzakje, check. De meesten hebben min of meer wel leren dealen met de hun aangedane krenkingen, check. Sommigen daarentegen juist jammerlijk niet. Rancune, afgunst, of domweg zelfhaat – bijvoorbeeld – houdt deze losers dan levenslang in een ijzeren greep. Maar je vrijheid kwijt zijn gun je toch niemand? Check!

Door de ingewikkelde ontwikkelingen rond Oekraïne moest ik terugdenken aan de tijd dat ik nooit helemaal precies zeker wist of ik het nou echt wel helemaal bij het rechte eind had. Kon ik inderdaad vertrouwen op mijn geweten, of leidde ik mezelf ongemerkt om de tuin, terwijl ik meende ‘objectieve’ informatie af te wegen? Was wat ik observeerde niet gewoon wat ik zelf verkoos te willen zien? Werd ik niet ongemerkt beïnvloed door valse beloften waarvoor ik in een onbewaakt moment van zwakte zwichtte? Werkelijk om wanhopig van te worden.

Uiteindelijk kwam het allemaal goed. Van manipulatie en misleiding schiet ik meestal onweerstaanbaar in de lach en leugenaars vind ik dodelijk vermoeiend en vaak ontzettend lastig, maar blijken uiteindelijk vooral meelijwekkend ver de weg kwijt te zijn.

Daarom!

14 nov

Onderweg naar huis luisterde ik met een half oor naar de radio, die standaard op een praatzender staat afgestemd zodat ik gegarandeerd gevrijwaard blijf van geestdodende beats en nietszeggend liedjes. Het ging over de situatie aan de Poolse grens. De door Wit-Rusland gecreëerde humanitaire ramp aldaar. De stemmen klonken afwisselend geforceerd zalvend – een strategisch aangeleerde vaardigheid? – en heftig verontwaardigd: ‘Waarom moeten wij daar wat aan doen?’. Van dat laatste schoot ik ondanks alles in de lach. Maar toen niemand de stampvoetende dreumes bleek te corrigeren was de lol er meteen weer vanaf. Wat was dit voor laffe club?

Er kwam een moment dat de voorstander van ingrijpen – we mogen deze mensen niet aan hun lot overgelaten – bijna hoorbaar van zijn stuk was gebracht en even naar weerwoorden moest zoeken: toen dat wat hij kennelijk eerst nog vriendschappelijk verkoos te negeren zich onbekommerd bleek te kunnen herhalen. Het tot op het bot verwende ‘Waarom mogen zij dat dan wel?’ was allang niet meer alleen maar behoorlijk gênant. Het was een blamage voor de hele groep. Voor mannen in het algemeen en het geselecteerde radiogezelschap in het bijzonder. De man die uit humaniteit zijn in de val gelokte medemens wil helpen – in plaats van op te offeren aan principes: weigeren te zwichten voor manipulatieve dictators – maakte zich er desondanks vanaf met een flauwe kuldraai. Hij nam het heus niet op voor Loekasjenko of zo – ja, nee, duh.

‘Waarom moeten wij wél dicht en zij niet?’ De horeca heeft het nu onmiskenbaar zwaar te verduren in de eindeloos lijkende bestrijding van de coronapandemie. De zorg evenzo, zo niet nog vele malen zwaarder. Toch hoor je daar vandaan eigenlijk alleen alarmerende signalen in het algemeen belang: dat als er coronazieken blijven komen, de hele hulpverlening straks als een kaartenhuis instort. Dat in al onze ziekenhuizen een collectieve burn-out dreigt.

Mijn halve oor moet even hebben afgehaakt, want het volgende moment zit ik middenin een zelfhulpboekbespreking. Een vrouw die haar ‘vinnige stemmetje’ – waarmee ze uiteindelijk alleen maar verder van haar doel af raakt – gekscherend Griezelina noemde had mijn aandacht weer gewekt – uiteraard zonder die voor mijn medeweggebruikers te deleten, daar ben ik vrouw voor. Ze had de laagdrempelige methode uit het betreffende boek om valse – help! ik kom tekort! – overtuigingen te tackelen toegepast en was zo te horen – haar stem klonk in vrede met zichzelf – een gelukkiger, beter mens geworden. Rijker sowieso: zelfkennis is net als gezondheid onbetaalbaar.

Slechte film

28 jan

Het IFFR is in volle gang. De eerste dagen zag ik al 2 horrorfilms en 1 liefdesdrama. Toen werd het weekend en had ik het te druk met belangrijker zaken: mijn zoon, mijn zoon, en o, ja: mijn zoon. Of dit laatste onder ironie valt of humor kan worden genoemd weet ik niet helemaal zeker, maar sarcasme is het in ieder geval niet. Overigens was die eerst horrorfilm (The Wind) nogal hilarisch – en de tweede eigenlijk een verkapte musical in plaats van het beloofde satirische drama (Vox Lux). Sowieso vind ik openen met een akelig realistische school shooting (terwijl de verduisterde zaal bomvol zat en ik ergens ingeklemd in het midden) toch echt wel even een horrormomentje. Maar alles is subjectief, zeg ik tenminste tegen mezelf als ik weer eens van iemand te horen krijg dat ik ‘toch tijd zat heb’, of ‘niet veel bijzonders te doen’.

Na die twee griezelfilms raakte ik in een engelstalig gesprek met een oostenrijkse leeftijdgenoot. Het is niet gebruikelijk een volstrekt onbekende tegen te spreken, ik weet het, but you got tot do, what you got tot do, ja toch? En mogelijk was het slechts een vertaal-dingetje hoor, dat weet je maar nooit als er overmoed – in dit geval door flirtgedrag – in het spel is. Maar een onverschrokken pleidooi voor sarcasme als communicatief toekomstideaal moest ik hoe dan ook meteen ontkrachten, dat spreekt voor zich.

Die liefdesfilm (Asako 1&2) de volgende dag had juist weer wat ironisch: een verloren jeugdliefde duikt opeens op, maar blijkt na al die tijd nog steeds bar weinig diepgang te hebben. Alle schepen zijn dan echter al rigoureus achter zich verbrand, zodat het ene verlangen naar vervulling uiteindelijk alleen maar wordt ingewisseld voor een ander knagend gemis. Helemaal goed komt het dus nooit. En dat is niet gemeen, zo is gewoon het leven.

Confucius wist het 5 eeuwen voor Christus al: ‘Iemands gevoel voor humor weerspiegelt zijn inzicht in het leven’ – en volgens mij zegt sarcasme vooral iets over iemands heimelijke sjacherijn.

%d bloggers liken dit: