Tag Archives: in vrede leven met jezelf

Daarom!

14 nov

Onderweg naar huis luisterde ik met een half oor naar de radio, die standaard op een praatzender staat afgestemd zodat ik gegarandeerd gevrijwaard blijf van geestdodende beats en nietszeggend liedjes. Het ging over de situatie aan de Poolse grens. De door Wit-Rusland gecreëerde humanitaire ramp aldaar. De stemmen klonken afwisselend geforceerd zalvend – een strategisch aangeleerde vaardigheid? – en heftig verontwaardigd: ‘Waarom moeten wij daar wat aan doen?’. Van dat laatste schoot ik ondanks alles in de lach. Maar toen niemand de stampvoetende dreumes bleek te corrigeren was de lol er meteen weer vanaf. Wat was dit voor laffe club?

Er kwam een moment dat de voorstander van ingrijpen – we mogen deze mensen niet aan hun lot overgelaten – bijna hoorbaar van zijn stuk was gebracht en naar woorden moest zoeken: toen dat wat hij kennelijk eerst nog vriendschappelijk verkoos te negeren zich onbekommerd bleek te kunnen herhalen. Het tot op het bot verwende ‘Waarom mogen zij dat dan wél?’ was allang niet meer alleen maar behoorlijk gênant. Het was een blamage voor de hele groep. Voor mannen in het algemeen en het geselecteerde radiogezelschap in het bijzonder. De man die uit humaniteit zijn in de val gelokte medemens wil helpen – in plaats van op te offeren aan principes: weigeren te zwichten voor een manipulatieve dictator – maakte zich er desondanks vanaf met een flauwe kuldraai: hij nam het heus niet op voor Loekasjenko. Ja, nee, duh.

‘Waarom moeten wij wél dicht en zij niet?’ De horeca heeft het nu onmiskenbaar zwaar te verduren in de eindeloos lijkende bestrijding van de coronapandemie. De zorg evenzo, zo niet nog vele malen zwaarder. Toch hoor je daar vandaan eigenlijk alleen alarmerende signalen in het algemeen belang: dat als er coronazieken blijven komen, de hulpverlening straks als een kaartenhuis instort. Dat in al onze ziekenhuizen een collectieve burn-out dreigt.

Mijn halve oor moet even hebben afgehaakt, want het volgende moment zit ik middenin een zelfhulpboekbespreking. Een vrouw die haar vinnige stemmetje – waarmee ze uiteindelijk alleen maar verder van haar doel af raakt – gekscherend Griezelina noemde had mijn aandacht weer gewekt (uiteraard zonder die voor mijn medeweggebruikers te deleten, daar ben ik vrouw voor). Ze had de laagdrempelige methode uit het betreffende boek om valse (help! ik kom tekort!) overtuigingen te tackelen toegepast en was zo te horen – haar stem klonk in vrede met zichzelf – een gelukkiger, beter mens geworden. Rijker sowieso: zelfkennis is net als gezondheid onbetaalbaar.

Slechte film

28 jan

Het IFFR is in volle gang. De eerste dagen zag ik al 2 horrorfilms en 1 liefdesdrama. Toen werd het weekend en had ik het te druk met belangrijker zaken: mijn zoon, mijn zoon, en o, ja: mijn zoon. Of dit laatste onder ironie valt of humor kan worden genoemd weet ik niet helemaal zeker, maar sarcasme is het in ieder geval niet. Overigens was die eerst horrorfilm (The Wind) nogal hilarisch – en de tweede eigenlijk een verkapte musical in plaats van het beloofde satirische drama (Vox Lux). Sowieso vind ik openen met een akelig realistische school shooting (terwijl de verduisterde zaal bomvol zat en ik ergens ingeklemd in het midden) toch echt wel even een horrormomentje. Maar alles is subjectief, zeg ik tenminste tegen mezelf als ik weer eens van iemand te horen krijg dat ik ‘toch tijd zat heb’, of ‘niet veel bijzonders te doen’.

Na die twee griezelfilms raakte ik in een engelstalig gesprek met een oostenrijkse leeftijdgenoot. Het is niet gebruikelijk een volstrekt onbekende tegen te spreken, ik weet het, but you got tot do, what you got tot do, ja toch? En mogelijk was het slechts een vertaal-dingetje hoor, dat weet je maar nooit als er overmoed – in dit geval door flirtgedrag – in het spel is. Maar een onverschrokken pleidooi voor sarcasme als communicatief toekomstideaal moest ik hoe dan ook meteen ontkrachten, dat spreekt voor zich.

Die liefdesfilm (Asako 1&2) de volgende dag had juist weer wat ironisch: een verloren jeugdliefde duikt opeens op, maar blijkt na al die tijd nog steeds bar weinig diepgang te hebben. Alle schepen zijn dan echter al rigoureus achter zich verbrand, zodat het ene verlangen naar vervulling uiteindelijk alleen maar wordt ingewisseld voor een ander knagend gemis. Helemaal goed komt het dus nooit. En dat is niet gemeen, zo is gewoon het leven.

Confucius wist het 5 eeuwen voor Christus al: ‘Iemands gevoel voor humor weerspiegelt zijn inzicht in het leven’ – en volgens mij zegt sarcasme vooral iets over iemands heimelijke sjacherijn.

%d bloggers liken dit: