Tag Archives: keuzevrijheid

Geen 13 in een dozijn

4 mei

Als je vroeger ziek was moest je ‘het bed houden’. Dat was doodnormaal. Je verveelde je stierlijk, maar zonder smartphone deed je dat destijds natuurlijk toch wel. Alleen besefte je toen nog niet wat je allemaal moest missen. Op een van die saaie dagen die ik met de een of andere kinderziekte in bed moest doorbrengen kreeg ik een pakje gekleurde vouwblaadjes en een potje van die witte kinderlijm cadeau, met aan de binnenkant van het deksel – heel fascinerend – een kwastje. Daarmee produceerde ik stapels en stapels envelopjes voor mijn moeder. Zo dacht ik mezelf in ieder geval nog nuttig te maken. Zij vond het vooral hilarisch. En kennelijk ook zorgelijk: de huisarts – die in die tijd vanzelfsprekend op huisbezoek kwam – werd althans verzocht zich in één moeite door ook even over mijn psychische gesteldheid uit te spreken. De goede man was wijs en adviseerde me warm van de resterende velletjes fijn iets voor mezelf te knutselen. Gek eigenlijk, hoe zoiets subtiels van zo lang her, je toch nog zo goed kan bijblijven.

In de jaren daarna werd je steeds sneller op school terugverwacht na een fikse verkoudheid of griep. En voor verveling had ik door alle in mijn kop over elkaar heen buitelende plannen en ideeën – alles is ook zo leuk – naast mijn vervolgstudie gewoonweg geen tijd. Tijdgebrek is door de keuzes die ik in mijn leven maakte sowieso een constante factor gebleven. Momenteel zoek ik bijvoorbeeld bijpassende enveloppen voor een onhandig formaat kaarten: onbegonnen werk. Want dat – een mooie envelop – is kennelijk wat mensen verwachten bij een unieke, handgemaakte en genummerde kaart van €6,95. Maar goed, ‘mooi’ is ook maar relatief natuurlijk. Zelf houd ik bijvoorbeeld erg van hergebruikte materialen. Dus terwijl ik nu wacht tot de -lijst voor plekhuur bij cadeauwinkel Voorlopig (tergend slow) slinkt, plak ik van een (in An-Dijvie’s ‘gratis boeken’-kastje gevonden!) verregende antieke Bosatlas mooie zakjes, met authentieke vochtvlekken op het broze, rustiek vergeelde papier. Net als knippen, nummeren, en signeren pakt vouwen en plakken in serie eigenlijk best rustgevend voor me uit. Deze nuttige bijwerking van iets met aandacht herhalen maakt het dan ook veel minder een k***e-klusje op mijn to-do-lijst dat af moet; ik kijk er zelfs naar uit er tijd voor te vinden – of te maken, want altijd zoveel te doen en zo weinig speelruimte. Er zitten gewoon nog steeds te weinig uren in een dag en te weinig dagen in een week – een teken dat iemand zich niet in slaap heeft laten sussen. Laat staan dat er ergens een 13de maand op me zou liggen wachten. Nu gratis handgeplakt zakje bij aankoop genummerde kaart. Zolang de voorraad strekt – bij An-dijvie, Lil’Delfshaven en Aan de kade. 

Opgedragen aan Simone v. M. 

Ik ook

5 dec

In de jaren 60 was een lange broek ‘niets voor een meisje’. Maar ik was een slim meisje en vroeg er een aan oma-Sinterklaas. Uit het pak met mijn naam erop kwam iets in pasteltint dat ik met geen mogelijkheid kon plaatsen. Moeder: (dwingend) ‘Nou, dit wilde je toch zo graag?’ De elastieken bandjes bleken voor onder je voeten en waren maar een paar minuten lollig. Het was echter geen surprise. Dat ik het er die winter ‘maar mee had te doen’ heeft mijn inventiviteit en vastberadenheid in ieder geval goed gedaan – twee eigenschappen waarvan ik nog steeds veel plezier heb.

‘Mijn jas. Mijn nieuwe jas!’, kon ik alleen maar in stilte jammeren. Bovenop me lag een hijgende klasgenoot, onder me krioelden torren en wormen in rottend gebladerte. Het was pikkedonker en ik wist de weg niet in de polder. Onderhandelen (kijk eens wat een mooie sterrenhemel) werkte niet. Er zat niets anders op dan wachten tot hij me – alsnog – naar huis begeleidde. Nu denk ik: waarom had je het lef niet om terug te fietsen naar dat feest? Dan had je naar huis kunnen bellen dat je moest worden opgehaald en misschien zelfs voor het eerst gezoend met die jongen waar je toen zo verliefd op was.

Of het leuk was geweest. Mijn openheid mocht niet baten. Ik werd niet gehoord, denk ik nu. Of ik het nu leuk vond of niet: seks hoorde er nu eenmaal bij, dat hadden meisjes maar te accepteren. Dat was zo voorbestemd. En het was een goede partij. Het werd tijd dat ik voor mijn uitzet ging sparen. – Zo ging dat toen. Meisjes hadden niets in te brengen. Daar werd niet naar geluisterd. Pas 4 jaar later maakte ik het uit. Vlak voor het eindexamen. Iedereen sprak er schande van. Hoe kon ik.

Ineens kon ik het! Op mijn strepen staan: tot hier en niet verder. Ik ga in Rotterdam studeren en je waagt het niet ook die stad te kiezen. Mijn leven zou eindelijk beginnen en niemand pakte me dat meer af. Het was nu of nooit.

Nu woon ik er alweer 40 jaar en nog steeds heb ik geen pannenset met matching eierwarmers. ‘Hoe het hoort’ past niet bij mij en niet bij het huis dat ik inmiddels aan de haak heb geslagen – over voorbestemd gesproken.

%d bloggers liken dit: