Tag Archives: papkind

Mannelijk gebrul

30 apr

Zoonlief meent dat ik kan heksen. Niet zozeer vanwege mijn kookkunsten of de huismiddeltjes die ik brouw om ons allebei zo optimaal mogelijk te laten functioneren, maar meer in de zin van op meerdere plaatsen tegelijk kunnen zijn. Dus zowel hier zijn luier verschonen, als daar hup-hup een cd’tje wisselen. Nu. (Nee, niet die!) Het is hem vergeven, hij weet niet beter. Zo gaat het tenslotte al 31 jaar: zijn hele leven. Ik doe alles. Hij doet pogingen me daarin te sturen. Anders is het bij kerels van zijn leeftijd die zich er heel goed van bewust zijn dat ik, bijna bejaarde van het zwakkere geslacht, ze op zowat alle facetten van het leven wel met verve overtref en dat bikkelharde feit niet kunnen verdragen. Dat ik meer ballen heb dan zij ooit kunnen dragen maakt deze types vals en vijandig. Ook zij proberen me aan hun wil te onderwerpen, maar dan vanuit een heel andere motivatie. Daar kunnen ze niets aan doen, het is gewoon een ongelukkige combinatie van biologische factoren en aangeboren karaktertrekken. Flessenkinderen vaak: gewend aan instant satisfaction. Zo van: ik wil jou de baas zijn. Nu. Buigen zal je, slet – of hoer, of, tja: lelijke ouwe heks. Maar dan stiekem, stilletje gedacht. Nooit hardop uitgesproken.

Nee, dan mijn zoon. Die heeft de looks van zijn mediterrane vader en de vechtlust van zijn moeder. Welke fortuinlijke combinatie hem al meermaals het leven redde. Of anders toch het besef dat er veel van hem wordt gehouden. Belangeloos en onvoorwaardelijk. Dat laatste geeft hem dan weer het zelfvertrouwen om best vaak ‘zeer aanwezig’ te zijn. Nou kan niet iedereen die luide communicatiepogingen van hem waarderen, maar dat is alleen maar logisch. We houden tenslotte ook niet allemaal van harde techno- of allemaal van softe soulmuziek. Zijn vaste chauffeur heeft bijvoorbeeld graag een Hindoestaanse zender op staan. Van hem leerde ik dat iets dat in vrouwenoren klinkt als een vijandige aanval of een oorlogsverklaring, eigenlijk niet veel meer is dan mannelijk gebrul.

Alternatieve argumenten

12 mrt

Dat ik na die 3 jaar niet het alleenrecht op hem had. Dat wat hij met haar had, los stond van wat wij hadden. Dat ik zijn vrijheid had te respecteren: sinds gisteren moet ik steeds terugdenken aan rare patstellingen waar ik nooit helemaal zonder kleerscheuren uitkwam. Daarvan waren er eigenlijk best onrustbarend veel. Maar laat ik me hier voor de overzichtelijkheid beperken tot twee. Zo herinner ik me een buurvrouw die hypocriet in de slachtofferrol kroop. Die meelijwekkend sip beweerde me ‘alleen maar te hebben willen helpen’ – door iemand van de plantsoenendienst een háár storende vlinderstruik in mijn tuintje flink te laten kortwieken toen ik even, maar net niet lang genoeg, uithuizig was. Aanvankelijk meende ik toen trouwens dat ze me de doorgang tot mijn rechtmatige privéterrein versperde om me te behoeden voor de schok van de plas bloed die op mijn terras was achtergebleven nadat de ambulance een van mijn bovenbuurkinderen in allerijl had weggevoerd, want van het balkon gevallen bij het net iets te ver rijken naar bloemen van háár vrij ver omhoog woekerende klimroos. Bleek ze me doodleuk aan de praat te houden om tijd te winnen. Hoe ze het (***) in haar hoofd had gehaald. En hoe hij zo dom had kunnen zijn tegen beter weten in haar mooie praatjes te geloven. ‘Maar het moest’, was kennelijk alles dat gewicht in de rechtvaardigingsschaal zou hoeven leggen. Van wie of wat het dan ‘moest’ werd veelzeggend geheimzinnig verzwegen. Tja, wat breng je daar als goede buur nog tegenin? Ik heb in ieder geval geen gedag meer gezegd toen ik naar hier verhuisde. We spraken sinds die spreekwoordelijke druppel elkaar geloof ik sowieso niet meer.

In mijn ideale wereld hoef ik nooit mijn grenzen te bewaken of op mijn strepen te staan. Geef ik hooguit aan: nu moet je oppassen, anders krijgen we straks nog ruzie. En omwille van de lieve vrede laat ik soms, tot op zekere hoogte, gemoedelijk over me heen lopen. Zodat mensen zich wel eens door me bedrogen voelen (‘En ik dacht dat jij niet moeilijk was!’) als ik onvermurwbaar duidelijk maak: tot hier en geen millimeter verder. Want wie is er nou wel van gediend om te worden gemanipuleerd, voorgelogen, bedrogen, bestolen, bedreigd of misleid? Wat dat betreft moet ik de betoger die gisteren van de NOS vrij baan kreeg om zijn standpunt in die breed uitgemeten diplomatieke rel uit de doeken te doen, groot gelijk geven. Want jezelf afvragen wat iets met jou zou doen, als jij in een vergelijkbare situatie terechtkwam, relativeert je aanvankelijk wellicht weinig doorvoelde primaire reactie inderdaad wezenlijk. Daarmee sloeg hij de spijker echt op zijn kop. Ga maar na: als een meisje nee zegt, bedoelt ze natuurlijk ook nee. En zelfs als dat jouw fijne plannen botweg dwarsboomt, heb je haar weigering maar gewoon te respecteren. Want dat jij anders veronderstelde, gebaseerd op welke logische of onlogische aannames dan ook, geeft je he-le-maal nergens recht op. Voor die meneer uit de eerste alinea was dat trouwens nog behoorlijk slikken. Die verwachtte duidelijk dat ik me meegaand en welwillend aan zijn keus zou conformeren. (Uhm, sinds wanneer ben jij het centrum van mijn universum, dan? Autsj!) Maar om even terug te komen op die rare patstellingen waar ik dit verhaaltje mee begon: met hem heb ik dus ooit, op zijn initiatief, een (één, ja) vriendschappelijk potje geschaakt. Nou ken ik de spelregels, maar daar houdt mijn schaaktechniek wel zo’n beetje op. Desondanks maakte ik hem al na een stuk of wat zetten genadeloos in. Want om de boel een beetje vaart te geven – dat weifelende geschuif met pionnen schiet natuurlijk niet op – had ik hem met een, zeg maar Trojaanse paardensprong uitdagend pat gezet. Wat bij nader inzien meteen ook schaakmat bleek te zijn. Daarna had hij alleen nog willen mens-erger-je-nieten met een verzwaarde dobbelsteen.

%d bloggers liken dit: