Tag Archives: quasi

Woord van de dag

31 aug

Ergens op de wereld is een taal zonder woorden voor ‘ja’ en ‘nee’. Ja hoor, in Neepal zeker hoor ik u al denken. Klopt!

Dit fantastische fenomeen wordt kennelijk in het algemeen geframed als ‘rariteit’ – oftewel quirk, in goed engels. En daar heb ik dan toch een beetje moeite mee.

Quirk? Het is maar net wat je normaal vindt.

Zo is de vijgenskeletteermot – ja, u leest het goed – in het Middellandse Zeegebied een heel normaal verschijnsel, maar wordt het in onze regionen gestigmatiseerd als ‘exotisch’. Toegegeven, dit koddig kleine, poepbruine vlindertje gedraagt zich of het niet helemaal goed weet hoe het hier hoort. Althans, niet het exemplaar dat ik quirky zag springen als ware het een huis-tuin-en-keukenkrekel.

En zo vindt de één little white lies nog zo’n beetje vertederend cute, terwijl voor een ander strategisch informatie achterhouden gelijk staat aan liegen – hét voorportaal van oplichting.

Van het verweer dat ‘iedereen het doet’ schieten maar weinig medemensen nog in de lach, las ik laatst in een alarmerend artikel over de opmars van het recht van de sterkste – oftewel: de brutaalste, met de minste scrupules. Het journalistieke pareltje voor de zwijnen verklaarde in één moeite door waarom het in sommige culturen not done is om, bijvoorbeeld op verjaardagen, over quirky kwalen, ziektes en andere zwakheden te converseren.

Géén gênant staaltje zelfsencuur dus, maar zuiver zelfbehoud.

‘Staan we nu quitte?”, vroeg ik ooit quirk doch retorisch aan een trouweloos vriendje zonder gezond gevoel voor humor, terwijl ik hem ten afscheid de personenweegschaal schonk die hij bij herhaling als excuus gebruikte om geld uit mijn linnenkast te gappen – de mallerd.

Vijgenskeletteermot hoek Nieuwe Binnenweg – Albrechtskade, augustus 2022

Het begint met en Z en het is …

28 jan

Toen het vorige maand dan eindelijk lukte een avondje uit in te plannen stond er ineens een andere chef-kok in de keuken van Mevrouw Meijer. En dat niet alleen: meneer Meijer bleek de boel nèt van de hand te hebben gedaan – slik. De verzekering dat ‘alles verder hetzelfde zou blijven’ ging diezelfde avond meteen al onderuit: alles zag er inderdaad nog precies zo no nonsense uit als ik me herinnerde en we hebben ook heus weer heerlijk gegeten, ik voelde me er alleen helemaal niet meer zo thuis. Zelfs het amicale familiegezelschap naast ons kon niet verhinderen dat ik de hele tijd het gevoel bleef houden bij iemands preutse peettante op bezoek te zijn. Zo een die met haar blik zowel afkeur als welwillendheid weet uit te drukken. Die quasi toevallig nèt wegloopt als je een keus hebt kunnen maken en wilt bestellen, en wiens wijnadvies eruit bestaat haar keus meteen maar voor je in te schenken. Het was kortom bij lange na niet meer zo ongedwongen en ontspannen in mijn favoriete restaurant. En dat doet toch iets met je smaakpapillen.

Op zoek naar een nieuwe ‘alle 13 goed’-eetstek reserveerde ik deze keer iets in het Scheepvaartkwartier waarvan ik jaren terug voor mijn verjaardag een tegoedbon kreeg. Meneer Meijer zou daar kennelijk ook graag eten, dus veel kon er niet misgaan – zolang ze in de tussentijd niet ook waren overgenomen dan, grapten we nog quasi sarcastisch. De locatie kon ik blind vinden. En een krijtbord in de entree heette me bekend ogend welkom – maar eenmaal binnen leek er ondertussen toch flink te zijn verbouwd. Dat klopte: de boel was onlangs overgenomen (oei…) en helemaal gerenoveerd. Dat mijn reservering nergens was te vinden gaf niets, er was nog plek! 4 Linda lookalikes bij het raam met gelikt uitzicht maakten luidruchtig foto’s van zichzelf en om op adem te komen bestelde ik alvast maar een grote fles water, terwijl ik uit de zwierige letters in spiegelbeeld het beoogde ‘Zinc’ probeerde te ontcijferen. Toen dat echt geen doen bleek sms’te ik inmiddels bijna wanhopig: waar blijf je? – maar eigenlijk wilde ik het liefst weg.

Mijn verjaardagswens werd vrijwel onmiddellijk verhoord. Er werd – de uiterst beleefde ober die me mijn niet meer zo trendy jas zonder morren teruggaf raadde het in één keer goed – een stukje verderop, om de hoek, al een poosje op mij gewacht. Die avond proefden we op stoeltjes die ik zelf als student ook ooit bezat van heerlijke, eerlijke kost waarbij je je vingers en bord wilt aflikken en dat gerust ook kunt doen. De eigenaar had recentelijk zijn broer uitgekocht. Zij hadden de zaak ooit samen van hun ouders overgenomen. Die hebben nu een vislokaal op de Kaap. Maar eerst zaten ze om de hoek, even verderop, toen het daar nog Z&M heette. Met de Z van Zinc – dus heel ver zat ik er niet naast.

 

 

%d bloggers liken dit: