Tag Archives: slachtofferrol

zwaai van de landelijke mantelzorgdag

10 nov

Vandaag was wel mijn lucky day, zeg! Kreeg ’s morgens eerst vanaf een gigagroot binnenschip twee thumbs up (bovenop de zandzuiger met beide armen zwaaiend, langzaam naderbij schuivend, alleen niet langzaam genoeg om op tijd een camera te kunnen richten – of ik niet alert genoeg, het is maar hoe je er naar kijkt) en vervolgens kreeg ik vanmiddag, van een medewerker van de sekshop waarlangs ik bijna dagelijks mijn rolstoeler wel een keertje voor me uit duw, een fleurig boeketje bloemen aangeboden (als anonieme blijk van waardering – no strings attached, en ik kan het weten, ik heb het gecheckt).

Dus hoezo: ‘Ieder voor zich en corona voor allen!’ (vrij naar een slachtofferrolmodel van eigen bodem, dat zijn medemens graag lijkt voor te spiegelen dat er echt helemaal niets mis is met egoïstisch zelfbeklag; of naar die wannabe wereldleider aan de andere kant van de oceaan, je weet wel, die zo uitblinkt in stoken en geen been ziet in naakte feiten)?

‘Tuurlijk, het is echt wel deep shit. Niemand die erop zat te wachten dat alles waarop je je leven – en imago – bouwde, genadeloos van de ene dag op de andere wordt gedelete. Dat de wereld zoals je die gewend was alleen in een andere, nieuwe, verbeterde 2.0-versie kan terugkeren. Ooit. Dat is wel wat de coronapandemie tegelijk ook zo boeiend maakt, toch?

Deze wereldwijde crisis houdt iedereen, zowat op het zelfde moment, een giga-spiegel voor en what you see is what you get – autsj! Sommigen willen er niet aan, anderen komen erdoor tot bezinning. En nog weer anderen zien mogelijkheden voor een eerlijker wereldorde. Met vrede op aarde en in alle mensen die corona overleefden een welbehagen – om maar wat te noemen. Oké, dat is minstens zo moeilijk voorstelbaar als 2019-nCoV een jaar geleden ook nog was. Dat geef ik eerlijk toe (vrij naar een fantasieloze twitterfanaat die recentelijk lijkt te zijn fired).

Alternatieve argumenten

12 mrt

Dat ik na die 3 jaar niet het alleenrecht op hem had. Dat wat hij met haar had, los stond van wat wij hadden. Dat ik zijn vrijheid had te respecteren: sinds gisteren moet ik steeds terugdenken aan rare patstellingen waar ik nooit helemaal zonder kleerscheuren uitkwam. Daarvan waren er eigenlijk best onrustbarend veel. Maar laat ik me hier voor de overzichtelijkheid beperken tot twee. Zo herinner ik me een buurvrouw die hypocriet in de slachtofferrol kroop. Die meelijwekkend sip beweerde me ‘alleen maar te hebben willen helpen’ – door iemand van de plantsoenendienst een háár storende vlinderstruik in mijn tuintje flink te laten kortwieken toen ik even, maar net niet lang genoeg, uithuizig was. Aanvankelijk meende ik toen trouwens dat ze me de doorgang tot mijn rechtmatige privéterrein versperde om me te behoeden voor de schok van de plas bloed die op mijn terras was achtergebleven nadat de ambulance een van mijn bovenbuurkinderen in allerijl had weggevoerd, want van het balkon gevallen bij het net iets te ver rijken naar bloemen van háár vrij ver omhoog woekerende klimroos. Bleek ze me doodleuk aan de praat te houden om tijd te winnen. Hoe ze het (***) in haar hoofd had gehaald. En hoe hij zo dom had kunnen zijn tegen beter weten in haar mooie praatjes te geloven. ‘Maar het moest’, was kennelijk alles dat gewicht in de rechtvaardigingsschaal zou hoeven leggen. Van wie of wat het dan ‘moest’ werd veelzeggend geheimzinnig verzwegen. Tja, wat breng je daar als goede buur nog tegenin? Ik heb in ieder geval geen gedag meer gezegd toen ik naar hier verhuisde. We spraken sinds die spreekwoordelijke druppel elkaar geloof ik sowieso niet meer.

In mijn ideale wereld hoef ik nooit mijn grenzen te bewaken of op mijn strepen te staan. Geef ik hooguit aan: nu moet je oppassen, anders krijgen we straks nog ruzie. En omwille van de lieve vrede laat ik soms, tot op zekere hoogte, gemoedelijk over me heen lopen. Zodat mensen zich wel eens door me bedrogen voelen (‘En ik dacht dat jij niet moeilijk was!’) als ik onvermurwbaar duidelijk maak: tot hier en geen millimeter verder. Want wie is er nou wel van gediend om te worden gemanipuleerd, voorgelogen, bedrogen, bestolen, bedreigd of misleid? Wat dat betreft moet ik de betoger die gisteren van de NOS vrij baan kreeg om zijn standpunt in die breed uitgemeten diplomatieke rel uit de doeken te doen, groot gelijk geven. Want jezelf afvragen wat iets met jou zou doen, als jij in een vergelijkbare situatie terechtkwam, relativeert je aanvankelijk wellicht weinig doorvoelde primaire reactie inderdaad wezenlijk. Daarmee sloeg hij de spijker echt op zijn kop. Ga maar na: als een meisje nee zegt, bedoelt ze natuurlijk ook nee. En zelfs als dat jouw fijne plannen botweg dwarsboomt, heb je haar weigering maar gewoon te respecteren. Want dat jij anders veronderstelde, gebaseerd op welke logische of onlogische aannames dan ook, geeft je he-le-maal nergens recht op. Voor die meneer uit de eerste alinea was dat trouwens nog behoorlijk slikken. Die verwachtte duidelijk dat ik me meegaand en welwillend aan zijn keus zou conformeren. (Uhm, sinds wanneer ben jij het centrum van mijn universum, dan? Autsj!) Maar om even terug te komen op die rare patstellingen waar ik dit verhaaltje mee begon: met hem heb ik dus ooit, op zijn initiatief, een (één, ja) vriendschappelijk potje geschaakt. Nou ken ik de spelregels, maar daar houdt mijn schaaktechniek wel zo’n beetje op. Desondanks maakte ik hem al na een stuk of wat zetten genadeloos in. Want om de boel een beetje vaart te geven – dat weifelende geschuif met pionnen schiet natuurlijk niet op – had ik hem met een, zeg maar Trojaanse paardensprong uitdagend pat gezet. Wat bij nader inzien meteen ook schaakmat bleek te zijn. Daarna had hij alleen nog willen mens-erger-je-nieten met een verzwaarde dobbelsteen.

%d bloggers liken dit: