Tag Archives: vitamine zee

Strandstilleven

9 sep

stilleven met schaduw en scheermessen

We kregen vandaag weer eens zo’n stichtelijke folder vol goede bedoelingen aangereikt. Door iemand die ons kennelijk op de heenweg al had gezien en ‘speciaal was teruggelopen’. Normaal loop ik dan vrolijk verder – we zijn al gered hoor! – maar dit keer was anders. Misschien omdat ik even daarvoor naar een ingeving luisterend, stukken aangespoeld wrakhout was gaan onderzoeken op hardheid en zodoende een voor mij bijzonder fossiel vond waarmee ik enorm in m’n sas was?

Na een gebed – wat maakt toch dat iemand automatisch aanneemt dat een gehandicapte wil ‘genezen’?; dat iemand die anders is (of gewoon bijzonder?) vanzelfsprekend ongelukkig zou zijn? – volgde een lied dat ik niet kende, maar wel heel mooi klonk, daar midden op het net drooggevallen zandstrand, met de branding op de achtergrond en bij vlagen wegwaaierend in de wind.

Het nazomerse midweekweer was waarlijk een geschenk uit de hemel. Nee, nooit zal er mij iets ontbreken.

Strandfeestje!

25 jul

Deze zomer kunnen wij ’s avonds ook eens onbekommerd de hort op. Eerdere jaren was dat hooguit op vrijdag- en zaterdagavond verantwoord. Maar werd ik vrijdags al helemaal in beslag genomen door bad- en andere noodzakelijke rituelen na een dag – zonder noemenswaardige dagbesteding – op ‘de groep’ verzorgd worden door kortstondig meedraaiende zorgleerlingen die, de spreekwoordelijke idealistische uitzondering daargelaten, meer bezig waren met hun eigen avondinvulling dan met het emotionele welzijn van mijn EMVB-rolstoeler en zijn eveneens volledig welzijnsafhankelijke kompanen – waarvan de namen sinds de invoering van de wet op de privacy, net als hun verjaardagen, ook meteen maar niet meer met de thuisfronten werden gedeeld. Voor zover er sinds de invoering van de zoveelste ‘vernieuwingen’ al iets met een thuisfront werd gedeeld dan, eenrichtingsverkeer aan ge- en verboden van een ‘persoonlijk begeleider’ zonder enige kennis van persoonlijke zaken daargelaten. Nee, vrolijker kan ik het niet maken.

Maar sinds corona is dat goddank allemaal history! Zijn wij met prepensioen – en heeft by the way hier in huis niemand meer een geniepige buikgriep opgelopen!

Onlangs sprak ik een begeleidster van heel vroeger (toen alles nog zo veel beter was, ja). Zo eentje van de oude stempel, die gewoon vijf dagen op de groep stond en weet heeft van wat er werkelijk toe doet: de cliënt. Erg optimistisch bleek ook zij niet over die niet meer te stuiten ontwikkelingen in haar werkveld. Wat me steunde – zie je wel, een professionele insider ziet het ook! – en deprimeerde tegelijk – ‘goed’ komt het volgens haar dus ook al niet.

Nee, in de zorg werken is allang geen roeping meer. Het is een manier geworden om je eigen geld te verdienen. Wie wel idealen heeft en het pleziert cliënten een fijne dag te bezorgen, samenwerking met verwanten koestert en transparantie praktiseert, wordt in het gunstigste geval scheef aangekeken – wat een uitslover. En als het maar even kan – slinks – tegengewerkt. Of – geraffineerd – de ziektewet in gemanipuleerd: ik heb het met lede ogen vanaf de zijlijn moeten aanzien.

Toch zijn er best nog nieuwe initiatieven te vinden die wel hoopvol zijn. Zoals de ‘ontdekking’ dat iedereen in de zorgdriehoek er van profiteert wanneer er opzettelijk plezier wordt gemaakt op een groep. Als daar zoals vanouds wordt gezongen en gedanst. Getrakteerd en gelachen, héél veel gelachen. Ook zonder zomaar-feestjes maakt vrolijkheid nog steeds het grote verschil. Zo is het altijd geweest en zo zal het ook altijd blijven. Zorgafhankelijk zijn is van zichzelf tenslotte wel al deprimerend genoeg.

Laten we een kat een kat noemen

21 mei

Met een vooroorlogse woning heb je al snel muizen, dus had ik preventief alle potentiële knaagdiergaatjes dichtgekit toen we hier acht jaar terug introkken. Af en toe hoorde ik wel eens kleine klauwtjes aan de binnenkant van onze jaren ’30 ventilatiekanalen de salsa krabbelen en ik zag zelfs een keer een spits snuitje verdwaasd door de kachelruit naar binnen koekeloeren. Kennelijk had ik de klep van het rookkanaal toen niet goed gesloten. Maar afgelopen ongewoon koude winter rook het in het souterrain op sommige plekken toch echt naar muizenpies. Aangezien de buurman zijn beide katten waren meeverhuisd, leek het me een een-tweetje. Geef ze ook eens ongelijk. Zolang ze maar niet bij mij kwamen buurten.

Ik ben er nog steeds niet achter hoe, maar eerst vond ik kleine chocoladehagelslagjes bovenop de koelkast. En een dag of twee later, ik zat nog even stilletjes wat nieuwsberichten te lezen voor het slapengaan, meende ik van pure vermoeidheid te hallucineren toen ik op de plankenvloer iets zag rondscharrelen. Het had me doen denken aan een vriendin die in haar laatste levensfase overal konijntjes zag rondhuppelen. Dat had haar blij gemaakt, want ze hield erg van konijnen. Maar nu is ze dus een engel en dit was onmiskenbaar een stinkmuis. En hoewel het me vrijwel onmogelijk voorkwam, was het dier hier toch heus: het onomstotelijke bewijs dat ik me niets verbeeld, lag me vandaag bij thuiskomst doodgemoedereerd op te wachten.

Als de katten van huis zijn…

Kuren

20 mei

In Delfshaven is de vaccinatiebereidheid zo bedroevend laag dat het landelijke nieuwswaarde heeft. Toch is het nu al een dikke week ‘erg druk in de regio’. Worden we geacht uit te wijken naar Rijswijk of alle places omdat er in de Van Nelle Fabriek hier om de hoek tot inmiddels ergens in juli geen plek voor ons is. Maar dat kan ook komen omdat er ‘te weinig prikkers zijn’, of ‘te weinig vaccins’, naar ik telefonisch vernam.

Ondertussen kan mijn zoon nog steeds niet persoonlijk welke vraag dan ook beantwoorden en zal ik zonder hem erbij mijn vaccinatieafspraak niet na kunnen komen – leg dat maar eens uit aan een uitzendkracht. En als mijn mobiel geen kuren heeft, hebben wij het wel: onverwachts koorts, heerlijk een paar dagen naar zee.

Daar las ik een anekdote over een bosjesmannenvrouw die al uren en uren in de woestijn loopt en desondanks beleefd de haar aangeboden lift afslaat. Ze was te moe geweest om ook nog in een auto te moeten zitten. Zo simpel kan het zijn.

fossiele vondst van de vitamine zeedag

19 mei

vegavangst van de vitamine zeedag

18 mei

Zo ziekiek da*)

22 apr

Deze diashow vereist JavaScript.

Er wordt hier dus aan de gevel gewerkt. Het stof in onze neus en ja, waar eigenlijk niet, verruilden we zonder morren tijdelijk voor tandenknarsend zand tussen de tenen; dagenlange mechanische pokkeherrie voor een stuk of wat weldadige grillen van moeder natuur.

Aan zee is het altijd wel goed toeven voor stadse bleekneusjes. En in deze tijd van het jaar valt er zo weinig te beleven dat je vanzelf meer ziet gebeuren. In geuren en kleuren. In ijzige stilte of *)meegevoerd met de wind. Weer of geen weer.

Gelukkig hebben we de foto’s nog!

14 apr

Dat veel mensen zich door coronamaatregelen thuis zitten te vervelen is natuurlijk best sneu. Ik begreep dat er van gekkigheid zelfs gezellig wordt gepuzzeld om de tijd maar enigszins te doden.

Nou was het bij kunstenmakerij / atelier Aan de kade altijd wel een gekkenhuis, oké. Maar sinds iedereen zoveel mogelijk thuis moet werken is onze dag meestal alweer om voor het avondeten koud kon worden. Hier geen gebrek aan dagbestedingsactiviteiten kortom. Wél vaak een hele puzzel om op tijd fris gewassen en gepoetst in bed te belanden. 

Eigenlijk zouden we vanavond gezellig ons tijdelijke bedje aan zee induiken. Dat ging alleen niet door. Niet voor kuilen gravende toeristen en niet voor zand snuivende diehards. Dus zochten we in fotobestanden van vóór corona maar naar een plaatje om ook in 530 stukjes te hakken. (Alleen verkrijgbaar via darkweb@aandekade.info.)

Deze diashow vereist JavaScript.

Vitamine zee

20 mrt

Met een rolstoel het strand op is een hele uitdaging. Zeker nu we gepaste afstand moeten zien te houden. Dus vertrokken we extra goed voorbereid richting kust voor een frisse dosis vitamine zee. Zeker van onszelf en waaraan we begonnen.

Op het wijdse strand werd ik door geen enkele loslopende hond besprongen. Zandkastelen bouwende families zwaaiden van een gezellig veilig afstandje vrolijk naar ons terug, net als stoere kiters, aandoenlijke paardenmeisjes en een idem schatzoeker.

Maar de sportieve grijsaard waarmee ik ineens schouder aan schouder stond begreep er he-le-maal niets van. ’s Mans spontane duwhulp zal best heel goed bedoeld zijn, maar was niet veel meer dan heel erg misplaatst. Dat stak ik dan ook niet onder rolstoelen of zandbanken. Desondanks kreeg ik nog een bemoedigend schouderklopje toe. Of geruststellend. Of naïef. Wie zal het zeggen. Zelf vond ik het vooral heel erg dom.

Géén idee waarom de goede man meende de spreekwoordelijke uitzondering te zijn die de anderhalve meter afstandsregel bevestigt. Een andere generatiegenoot had daar wel een verklaring voor. Ik had haar in het voorbijwandelen toegeroepen dat we er nog maar goed van moesten profiteren, nu het nog kon. ‘Nu we in ieder geval nog niet binnen hoeven te blijven!’ Kennelijk had ze dat opgevat als een uitnodiging me aan te klampen. Mijn vriendelijk doch dringende verzoek meer afstand van ons te houden leek ze niet meteen te kunnen plaatsen. Pas toen ik een tandje strenger werd, deed ze een paar stappen terug. ‘Ja, maar’, tegensputterend. ‘Jullie zijn toch ook dicht bij elkaar?’

vitamine zee snuiven – nu het nog kan

%d bloggers liken dit: